Authentiek portret Chileense zangeres

Violeta Went to Heaven. Regie: Andrés Wood. Met: Francisca Gavilan, Thomas Durand, Christian Quevedo. In: 6 bioscopen.

Violeta Parra (1917-1967) was een politiek geëngageerde Chileense folkzangeres met een turbulent leven. Haar vader dronk en gokte, maar van hem erfde ze wel haar muzikale talent. Ze vormde een act met haar zus, reisde door Chili op zoek naar oude volksliedjes, trad op in Polen, leefde in Frankrijk en had een stormachtige relatie met een Zwitserse bewonderaar.

Haar levensverhaal wordt met veel gevoel voor authenticiteit verteld in Violeta Went to Heaven. Het scenario is ontleend aan een biografisch boek dat zoon Angel over zijn moeder schreef. Een tv-interview dat ze gaf vlak voor haar zelfgekozen dood vormt de draad waaraan regisseur Andrés Wood flashbacks hangt. Volgens het principe van de parallelmontage stuwt hij het verhaal associatief voort: zo snijdt hij bijvoorbeeld heen en weer tussen Parra’s optreden op een communistisch jeugdfestival en de dood van haar jongste kind in Chili.

De film, met zo’n 20 liedjes van Parra, presenteert haar als vat vol contradicties. Ze vond zichzelf lelijk en voelde zich al heel jong oud, maar in het openbaar is ze trots en vol zelfvertrouwen. Ze is bitter over zaken van het hart, maar afhankelijk van haar grote liefde. De film imiteert knap haar autobiografische liedjes: soms lyrisch en levenslustig, dan weer weemoedig en teleurgesteld.