3. Economische unie

In een economische unie streven landen gezamenlijk naar duurzame economische groei en werkgelegenheid. De economische- en begrotingsproblemen van landen als Griekenland en Italië hebben deels te maken met de geringe concurrentiekracht. Commissie en ECB dringen al enige tijd aan op hervormingen van het arbeidsmarktbeleid, maar hiertegen bestaat veel weerstand. Van Rompuy wil hervormingen desnoods kunnen afdwingen, omdat het uitblijven ervan de hele muntunie schaadt.

Te grote verschillen in economisch beleid tussen de eurolanden dragen bij aan de onevenwichtigheden binnen de eurozone, bijvoorbeeld tussen landen met een handelsoverschot en landen die slechts weinig exporteren. Het uiteenlopen van rentes op staatsobligaties is hier deels het gevolg van. Daarom wil Van Rompuy meer centrale sturing: een ‘economische unie’.

Dit idee is niet nieuw. Sinds dit jaar licht de Europese Commissie al het nationaal economisch beleid van eurolanden door, op basis van het zogenaamde ‘euro-plus-pact’ en het ‘Europees semester’. Tot dusver houdt Brussel het bij aanbevelingen – bijvoorbeeld over de hypotheekrente in Nederland. Dat zulke aanbevelingen afdwingbaar worden, zoals Van Rompuy bepleit, ligt zeer gevoelig. Niet alleen in Nederland, maar ook bijvoorbeeld in Frankrijk, waar president Hollande gisteren nog het minimumloon verhoogde.