Werkloosheidsspook waart door stad

Meer dan één miljoen Britse jongeren zijn werkloos, het hoogste aantal sinds 1986. „Jeugdwerkloosheid is hier altijd een probleem geweest”, zegt het gemeenteraadslid voor de havenstad Hartlepool. Bij de voetbalclub is een team van spelers van 17 tot 26 jaar. Lassers, loodgieters, elektriciens – ze zijn allemaal werkloos.

James Laws, 18, who is unemployed, in a park near the hostel where he lives in London, Feb. 10, 2012. The euro zone's economic downturn and its debt-driven austerity crusade has caused a soaring rate of youth unemployment. (Andrew Testa/The New York Times) *** Local Caption *** 14226297 ANDREW TESTA/Hollandse Hoogte

Het is een komen en gaan bij het arbeidsbureau in het centrum van Hartlepool. De schuifdeur staat open, ondanks de gure wind en regen. Binnen wacht men geduldig tot anderen klaar zijn bij de vacaturecomputer. „Het is hier altijd druk”, zegt een van de werkzoekenden.

In Hartlepool, in het noordoosten van Engeland, staan voor elke baan 17 werkzoekenden in de rij. Bijna 8 procent van de 90.000 inwoners heeft een uitkering, het dubbele van het landelijk gemiddelde. En een kwart van de werklozen in Hartlepool is jonger dan 25 jaar, in vergelijking met een vijfde van de 16- tot 24 jarigen in het hele land.

„Dit is grootste probleem voor onze stad”, zegt Lagerhuislid Iain Wright (Labour). Hij vreest een terugkeer naar de jaren tachtig. Toen stortte de scheepsbouw en staalindustrie in het noordoosten van Engeland in, en verloor Hartlepool meer dan 20.000 banen. De stad kwam de schok nooit helemaal te boven, zegt Wright.

Hij groeide hier op: ‘uit Hartlepool, voor Hartlepool’, is de slogan op de ramen van zijn kantoor. Hij zag hoe „het spook van de werkloosheid door de stad waarde” en alle zekerheden verdwenen: „Je volgde je vader en grootvader naar de fabriek, opeens was dat niet meer zo.”

Natuurlijk, er zijn nog steeds grote industriële werkgevers: de kerncentrale geeft werk aan naar schatting 1 procent van de inwoners, staalproducent Tata Steel en ook het Nederlandse offshorebedrijf Heerema hebben een vestiging in Hartlepool, de laatste met 150 banen en meer als er grote projecten lopen. Tata kreeg onlangs een contract voor een pijplijn in de Golf van Mexico, waardoor 700 banen in zijn veiliggesteld.

De verschillen met het zuiden van Engeland zijn enorm. Meer dan één miljoen Britse jongeren zijn werkloos, het hoogste aantal sinds 1986. Maar terwijl in Hartlepool de jeugdwerkloosheid de afgelopen maanden steeg, ligt het percentrage Neets (not in employment, education or training) in bijvoorbeeld Richmond in Londen of Kingston in Surrey ver onder het landelijke gemiddelde.

Als een goed oppositiepoliticus wijdt Wright dit aan het regeringsbeleid. Natuurlijk is ook de verslechterde wereldeconomie debet en „kan de regering niet overal een antwoord op hebben”. Maar de regering-Cameron bezuinigt fors op overheidskosten: tussen 2011 en 2015 moeten 490.000 van de 6,1 miljoen banen in de publieke sector verdwijnen.

Dat hakt er in het noordoosten, waar men sinds de jaren negentig voor werkgelegenheid afhankelijk is van overheidsbanen, hard in. En er zijn niet genoeg banen in de private sector om de klap op te vangen.

Voor jongeren is het extra moeilijk, zegt Wright. Want „zonder ervaring geen baan, en zonder baan geen ervaring”. Hij vertelt over het Future Jobs Fund, waarvoor hij als staatssecretaris in de vorige regering verantwoordelijk was. Dat gaf werkgevers in gebieden met hoge werkloosheid 6.500 pond (8.060 euro) als ze een baan van minimaal 6 maanden gaven aan jongere, die daarmee werkervaring opdeed. Het is geschrapt. De regering-Cameron vond het te duur en te weinig permanente banen opleveren, en bedacht andere programma’s.

Hij geeft een rondleiding door Hartlepool: overal zijn rondhangende jongeren te vinden. Hij wijst op de schoorsteen van de fabriek waar zijn vader nog werkte. Wright ging als eerste in zijn familie naar de universiteit. En hij laat het wijkcentrum van Angie Wilcox zien, gemeenteraadslid en welzijnswerker. „Jeugdwerkloosheid is hier altijd een probleem geweest”, zegt zij. „Toen ik in 1979 van school ging, was Thatcher aan de macht. Toen waren drie generaties werkloos. Nu zijn het soms wel vier of vijf generaties. Sommige kinderen die hier komen, kennen niemand in de familie met een baan.”

Ze probeert zo goed en kwaad als het kan te helpen, door mee te gaan naar de rechtbank als uitzetting dreigt, door te helpen bij het betalen van rekeningen, en vooral door te luisteren. Maar ook Wilcox moest bezuinigingen, en heeft vaste werknemers moeten ontslaan. Die werken nu als vrijwilliger in het centrum. „Je moet toch wat?”

Het regeringsbeleid om jongeren aan werk te helpen werkt niet, zegt zij. „We zijn hier goed met onze handen, niet met de hersens.” Weliswaar is het opleidingsniveau sinds de jaren tachtig verbeterd, maar er is behoefte aan leerplekken, en meer dan de regering heeft weten te creëren. „Vroeger stuurde ik ze door naar het leger, maar ook daar wordt bezuinigd. Ik ben blij dat ik niet meer jong ben”, verzucht ze.

Wright probeert het probleem ondertussen aan te kaarten bij de regering. Vorige maand riep hij premier Cameron ter verantwoording over de hoge jeugdwerkloosheid tijdens het vragenuurtje in het Lagerhuis, maar die kans krijgt hij een „doodenkele keer”. Het is frustrerend om in de oppositie te zitten, zegt hij. „Ik wil geen aalmoezen, we drijven de zee nog niet in. Maar we moeten wél investeren en economische activiteit stimuleren, en de regering moet daarbij een rol spelen.”

Volgens Wright kan Hartlepool bijvoorbeeld groot worden als producent van duurzame energie. Hij sprak met een Spaanse windmolenfabrikant die zocht naar een Britse vestigingsplek. „De vaardigheden hebben we hier wel.” Hij vertelt over een van de teams van Woodcutter FC, dat speelt in de zondagscompetitie. De jongste speler is 17, de oudste 26. „Het zijn lassers, loodgieters, elektriciens. Ze zijn allemaal werkloos.”

Dit is deel 4 van een serie over jeugdwerkloosheid in Europa.