We weten al lang waar de toekomst ligt

In this photo taken on Friday, June 15, 2012, a pig eats from a trash-ridden creek that runs towards the conference center where the United Nations Conference on Sustainable Development, or Rio+20, takes place in Rio de Janeiro, Brazil. The throngs streaming into Rio for the Earth summit may be dreaming of white-sand beaches and clear, blue waters, but what they are first likely to notice as they leave the airport is not the salty tang of ocean in the breeze, but the stench of raw sewage. (AP Photo/Victor R. Caivano)

De oude grap van Groucho Marx legt misschien wel het beste uit wat er is misgegaan op de duurzaamheidconferentie in Rio. ‘Waarom zou ik me zorgen maken over toekomstige generaties’, vroeg de Amerikaanse komiek zich af. ‘Wat hebben zij ooit voor mij gedaan?’

De toekomst is misschien wel een te abstract doel voor politici. Toen ik enkele weken geleden in een telefonisch interview de uitspraak van Groucho Marx voorlegde aan Gro Brundtland, de Noorse ex-premier die met het rapport Our Common Future in 1987 begrip de duurzaamheid op de agenda zette, noemde ze het een cynische grap, maar ook een diepe gedachte.

‘Mensen zijn geneigd alleen aan de korte termijn te denken’, zei Brundtland. ‘Veel mensen die nu welvarend zijn, denken dat het gewoon altijd zo zal blijven. Ik weet niet of Groucho Marx kleinkinderen had, maar toen hij deze grap maakte dacht hij in ieder geval niet aan ze.’

Volgens Brundtland vraagt duurzaamheid om ‘moedige, toekomstgerichte bestuurders’, die het lef hebben om de regels van de economie veranderen. ‘Op dit moment kijken de leiders naar elkaar en wachten af. Dat is een gevaarlijk spel met de toekomst van de planeet als inzet’, zei ze. Maar ze voegde er wel aan toe dat duurzaamheid niet alleen iets is voor politici: ‘Als zij alleen aandacht hebben voor de korte termijn, dan is dat omdat ze leven in een maatschappij waar de korte termijn het wint van de lange termijn.’

De wereld, schreef Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks), is ‘gewoon nog niet klaar voor een duurzaamheidtop’. Eickhout noemt dat:

‘Ironisch om te concluderen 20 jaar na de eerste conferentie in Rio. Op klimaattoppen is het al lastig en is het tempo veel te traag, maar we boeken wel vooruitgang. Iets als duurzame ontwikkeling en de overgang naar een nieuwe economie die wel weet om te gaan met uitputting van onze aarde, ligt helaas te ver weg.’

Een andere Europarlementariër, Gerben-Jan Gerbrandy (D66), is iets milder. Hij heeft er begrip voor dat arme landen, bij hun allesoverheersende wens om de armoede te bestrijden, niet belemmerd willen worden door milieueisen. Gerbrandy:

‘De EU heeft te weinig oog gehad voor deze sociale dimensie van verduurzaming en met een eenzijdige focus op milieu zichzelf volstrekt geïsoleerd. Het werd helaas een strijd tussen milieu en sociale ontwikkeling terwijl beide alleen kunnen worden bereikt als ze hand in hand gaan.’

Er valt veel af te dingen op het begrip duurzaamheid. Het is een vaag begrip, je kunt er alle kanten mee op. Het wordt misbruikt. Maar het maakt inderdaad wel één ding heel goed duidelijk: armoedebestrijding, milieu en verdeling van rijkdom en grondstoffen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het telefoongesprek dat ik met haar had, definieerde Brundtland duurzaamheid als volgt:

‘Het is het besef dat de natuur grenzen stelt die je niet zonder gevaar kunt overschrijden. We zijn op deze aarde met zoveel mensen, dat we om veilig te kunnen leven ons consumptie- en productiepatroon moeten veranderen. Ieder mens heeft recht op ontwikkeling. Rijke landen kunnen niet van arme landen verwachten dat ze terughoudend zijn in hun streven naar welvaart. Dus moeten we de sociaal-economische verschillen tussen mensen verkleinen. Er is geen alternatief voor een duurzaamheid, er is geen uitstel mogelijk en we komen er niet met alleen technologie’

Ze vreesde vooraf al dat Rio weinig zou opleveren. Haar slotconclusie  (in een interview in The Guardian) gaat nog een stuk verder:

‘We don’t need to reinvent the wheel and think of new concepts and strategies. The point is the lack of political follow-up to the decisions that were made and the concepts that were agreed in Rio twenty years ago.’

We hebben dus voorlopig geen nieuwe Rio’s nodig. We hoeven niet meer te ontdekken welke toekomst we willen, want we  weten al lang waar de toekomst ligt, en zelfs hoe we er moeten komen. We handelen er alleen niet naar.