Vrij tandartstarief is een mythe

Na de fysiotherapeuten moesten ook de tandartsen worden onderworpen aan marktwerking. Een jaar geleden besloot minister Schippers (Volkgezondheid, VVD) tot een proef met vrijeprijsvorming in de mondzorg. Nog geen twaalf maanden later lijkt het experiment zijn beste tijd te hebben gehad. De tarieven blijken in het eerste kwartaal niet gedaald maar fors gestegen. Als de tandartsen hun prijzen niet voor de winter corrigeren, stopt Schippers de proef en wordt de sector weer ouderwets onderworpen aan centrale tariefregulering.

Terecht geeft de minister de sector nog een half jaar de kans. Drie maanden is te kort om een experiment finaal te kunnen beoordelen.

Maar nu al weten we bijna zeker dat het idee in één klap vrije prijzen te introduceren eerder ontsproot aan ideologische fantasie dan dat het werd gevoed door sceptische realiteitszin. Marktwerking veronderstelt namelijk een vrije markt. Van dat laatste is sprake als aanbieders vrijelijk toegang hebben, als sprake is van een divers palet aan diensten, en als de consument zelf de rekening betaalt.

In de mondzorg is van deze drie voorwaarden geen sprake. De opleiding is beperkt door een numerus fixus. Veel tandartsen houden ‘shoppende’ patiënten buiten de deur. En uiteindelijk betaalt de verzekering vaak de rekening.

Niet gek dus dat de tarieven stijgen. Het is te simpel daarvan alleen tandartsen de schuld te geven. Mondzorg is een complex domein. Tandartsen opereren zowel in het domein van het cosmetische schoonheidsideaal als in dat van de sociale volksgezondheid. De prijs voor een kaarsrecht hagelwit gebit kan op de markt worden bepaald. Voor een gewoon gezond gebit is ook preventieve zorg nodig. Het is niet zo lang geleden dat jonge mensen door slecht eten en slecht poetsen al een prothese hadden. Dat nu minder kunstgebitten worden aangemeten, is een uiting van voorspoed. Dat aspect laat zich niet zo makkelijk op een vrije markt organiseren. Maar preventie bespaart op termijn wel (hogere) kosten.

Dat wordt steeds meer onderkend. Niet toevallig wil Schippers de rol van de schoolarts revitaliseren via een ‘pubergesprek’ voor 14-plussers. Ze hoopt zo kwalen met een sociale component, zoals obesitas en soa, in een eerder stadium te beheersen. De afspraak met de huisartsen over extra inzet in de eerste lijn ter compensatie van de kostenoverschrijdingen, gaf vorig week ook het belang aan dat aan preventie wordt gehecht.

Dat Schippers de proef met de tarieven kan stoppen, is dus logisch. Maar ze moet ook een andere stap zetten: onderscheid maken tussen snelle, duurdere marktconforme en tragere, goedkopere collectieve zorg. En er eerlijk bij zeggen dat dit weer kan leiden tot wachtlijsten.