Te klein voor Spaanse weerkaart

Spanje is morgen favoriet tegen Portugal in de halve finale bij het EK. Op het Iberisch schiereiland is het kleine buur tegen grote buur, zoals België tegen Nederland.

Laatste clash tussen Spanje en Portugal op het WK in 2010. De latere wereldkampioen Spanje won met 1-0. Foto AFP

Diego Pulido kent zijn Portugese onderburen niet goed. Maar één ding weet de 42-jarige Spanjaard wel: zíjn Spaanse vlag hing eerder aan de gevel van hun gezamenlijke Madrileense appartementengebouw dan hún Portugese vlag. „Ik had hem al hangen na de groepsronde. Dat heb ik twee jaar geleden ook gedaan tijdens het WK en ik ben zo bijgelovig om te denken dat het geluk brengt. Die van hun hing pas afgelopen donderdag, toen ze door waren naar de halve finales.”

In die halve finales van het EK treffen de buurlanden elkaar morgenavond. Het wordt een wedstrijd waarin meer op het spel staat dan een finaleplaats. De verhouding tussen beide landen op het Iberisch schiereiland is zeker niet slecht. Maar er leven genoeg ergernissen en gevoeligheden om er een beladen ontmoeting van te maken.

Door buitenstaanders worden de twee landen gemakkelijk op één hoop gegooid. Multinationale bedrijven snijden al jaren in de kosten door hun Portugese vestiging in Lissabon op te doeken en te kiezen voor één ‘Iberisch’ kantoor in Madrid of Barcelona. Ook sommige Noord-Europese regeringen zouden dat graag doen met hun ambassades – als het niet zo’n diplomatiek affront voor de Portugezen zou betekenen.

Wie in Madrid woont en regelmatig naar Portugal reist, vallen vooral de grote verschillen op. Zo hebben Spanjaarden om te beginnen een nogal blinde vlek voor hun kleine buurland. Op weerkaarten staat het land vaak niet eens aangegeven – als ware het een onontgonnen provincie, waar geen weer bestaat. Portugese kranten zijn er niet te koop: wel de Britse, Franse, Italiaanse of Nederlandse pers. Porto en Lissabon zijn wel populaire bestemmingen voor een lang weekeinde weg, maar wie Spanjaarden tegenkomt tijdens zulke stedentrips krijgt het idee dat ze Portugal waarderen als een jaren tachtig versie van hun eigen land. Goedkoop, rommelig, niet zo gehaast.

Deze neerbuigende houding ervaren ook de drie Portugese onderburen van Diego Pulido. De twintigers werken sinds een half tot anderhalf jaar in Madrid en hebben Spaanse collega’s en vrienden. „Veel Spanjaarden zien ons als een klein land, waar je goedkoop kan eten en met mooie stranden”, zegt Ana Cadete in de krappe woonkamer. „Ze bekijken ons met een gevoel van superioriteit”, meent huisgenoot Joana Silva.

Het maakt dat veel Portugezen naar Spanjaarden kijken zoals Vlamingen naar Nederlanders. Of Mexicanen naar Amerikanen. Een luidruchtige, té directe en arrogante grote broer.

Bovenbuurman Pulido begrijpt dit sentiment wel. Hij komt oorspronkelijk uit Extremadura, een provincie die grenst aan Portugal en kwam hier regelmatig. „Het was vroeger echt een beetje een derdewereldland. Slechte wegen, maar aardige mensen. Nu lijken wij voor hen wat de Fransen voor ons zijn. Wij vinden de Fransen ook verschrikkelijk arrogant, omdat ze denken als groter en rijker land boven ons te staan. Bovendien konden we, tot afgelopen zaterdag, nooit van ze winnen met voetbal.”

Maar Pulido heeft andere zorgen. Als fan van Atlético Madrid is hij morgen vooral bevreesd voor de rol van Cristiano Ronaldo. Hij kan amper naar de Portugese spits en Real-speler kijken, zegt hij. „Als wij er uitvliegen door die ijdeltuit, dat arrogante ventje, dat zou pas echt pijn doen.” Dezelfde diepe afkeer heeft hij van de Portugese centrale verdediger Pepe, een clubgenoot van Ronaldo. „Maar niet omdat hij van Real is, maar omdat hij zo smerig speelt. Tegen [de Portugees en voormalig Real-vedette Luís Figo] had ik bijvoorbeeld helemaal niets.”

Ook de Portugese buren voorzien een wedstrijd waarin een hoofdrol zal zijn weggelegd voor Ronaldo. „,Hij wil het natuurlijk óók opnemen tegen de vele spelers van FC Barcelona in het Spaanse elftal”, zegt Ana Cadete.

Terwijl het Portugese elftal geheel in dienst staat van Ronaldo, mist Spanje juist een goede aanvaller. Trainer Vicente del Bosque kan niet beschikken over de langdurig geblesseerde David Villa en mist een nummer negen. Fernando Torres lijkt niet geschikt, waardoor Spanje in de kwartfinales met Cesc Fabregas als vooruitgeschoven middenvelder speelde. Spanje overheerste hierdoor met balbezit, maar ging amper in de aanval. Net als veel andere Spanjaarden kon het Pulido niet bekoren: „Ik heb nog nooit zo’n saaie wedstrijd gezien. Het leek een rondo op de training, geen kwartfinale.”

Wat de beide landen ondanks al deze verschillen wel gemeen hebben, is dat het EK voetbal plaatsvindt tegen de ernstigste economische crisis in decennia. Beider regeringen hebben noodleningen van Europa moeten aanvragen. Lissabon in voorjaar 2011, Madrid deze maand. „Nu ook Spanje gered is door Europa, plaag ik mijn Spaanse collega’s dat ze die voorsprong ook al niet meer op ons hebben”, zegt de Portugees Tiago Alves.

De economische crisis verklaart volgens zijn huisgenoot ook waarom het EK vooralsnog minder leeft in Portugal. „In 2004, toen wij gastland waren, hingen echt overal vlaggen. De bondscoach van toen, Scolari, had ons daartoe ook opgeroepen”, herinnert Ana Cadete zich.

Ook in Spanje is het enthousiasme vooralsnog minder groot dan tijdens het WK. Maar bovenbuurman Pulido wijt dat niet direct aan de crisis. „Misschien zijn we gewoon wat verwend met twee titels op rij.” Hij ergert zich wel aan de Spaanse premier Rajoy die stelde dat een EK-zege „een morele injectie” zou zijn voor het geplaagde land. „Ik heb die vlag hangen, omdat ik van voetbal houd, niet omdat ik zo nationalistisch ben.”

Rest de vraag welke ploeg de Madrileense buren komende zondag het liefst zouden tegenkomen in een eventuele finale. De Portugezen kiezen unaniem voor Italië. „Van Duitsland hebben we de openingswedstrijd verloren. Die moeten we niet nog keer tegenkomen.” Spanjaard Pulido gaat juist voor de Duitsers. „Met de Italianen hebben we slechte ervaringen. De Duitsers zullen ons meer ruimte geven om ons eigen spel te maken.”

    • Merijn de Waal