Stanley was een echte bohémien

Bij de opening van de grote Stanley Kubrick-expositie in filmmuseum Eye sprak weduwe Christiane over de gevoeligheden van het filmgenie.

Filmrecensent

Voor de weduwe van de grote regisseur Stanley Kubrick, eindigt het grote rechtzetten nooit. Dat haar echtgenoot in opdracht van de Amerikaanse regering een gefingeerde maanlanding filmde. Dat hij vanuit een helikoper landbouwgif rond zijn landgoed Childwickbury Manor strooide. Dat hij toeristen had doodgeschoten en begraven. Dat hij minderjarige jongens misbruikte in Londen – dat laatste dankzij de oplichter Alan Conway, die tot 1996 met succes als Stanley Kubrick poseerde.

Een hele diepe zucht. Christiane weet het: al die mythes kwamen in de wereld omdat Stanley Kubrick de pers meed. En de Britse pers slaat dan keihard terug, niet alleen de tabloids. Inderdaad, zijn gezicht was zo onbekend geworden dat Stanley Kubrick thuis de deur kon opendoen en zeggen dat Stanley Kubrick niet thuis was.

Op 7 maart 1999 overleed Kubrick in zijn slaap, vier dagen na het monteren van de film Eyes Wide Shut, die hij als zijn beste film beschouwde. Vandaag opent Christiane met haar dochters en broer Jan Harlan, uitvoerend producer van Kubricks films vanaf Barry Lyndon (1975), de grote Stanley Kubrick-expositie die na Frankfurt, Berlijn, Gent, Zürich en Parijs nu in het Filmmuseum Eye te Amsterdam is gearriveerd.

Ze heeft van alles te corrigeren. Hoe belachelijk het beeld is van Kubrick als kille neuroticus. „Hij was een sloddervos, een onverbeterlijke bohémien die het liefst de hele dag in onderbroek in huis liep. Stanley ging op in zijn familieleven, maar was een genie aan de telefoon. Zo hield hij contact met de buitenwereld.”

Ze hadden altijd vrienden of familie in hun fameuze keuken ter grootte van een balzaal, met kroonluchters uit Barry Lyndon aan het plafond en de tafel van Jack Nicholson uit The Shining. Ook mensen als Steven Spielberg, met wie Kubrick een ‘mutual admiration society’ vormde, schoven aan. Christiane: „We gingen gewoon naar restaurants, alleen niet die waar bekende mensen kwamen. Want dan kwamen ze naar je tafel, en daar hield hij niet van.”

Het probleem was dat Stanley Kubrick steeds minder interviews gaf en een hekel had aan reizen. Want de man die een grootmeester was met de camera, verstijfde als een konijn voor de koplampen als er een lens op hem werd gericht. Christiane: „In het begin gaf hij bij elke film nog vier of vijf interviews, als compromis. Maar hij was af-schu-we-lijk op televisie, hij had daar echt geen talent voor. Dat zat hem dwars. Ik weet niet wat ik moet doen, zei hij. Ik zie eruit als een idioot omdat ik bloednerveus ben. En als dat niet zo is, lijk ik een pompeuze, intellectuele dwaas.”

Dus schreef hij verklaringen en schoof acteurs naar voren. Hoopte zo de zaken te controleren, want Kubrick kon vreselijk slecht delegeren, zegt Christiane. „Dat maakte mensen nerveus. Hij was in heel veel dingen geweldig goed: camera, set design, make-up, kostuums. En maar vragen: waarom zo, waarom niet zo? Zo maakte hij mensen bloednerveus. Hij kon ook best tiranniek zijn. Maar bijna iedereen met wie hij werkte, droeg hem op handen. Ze werden beter van hem.”

Stanley ontmoette Christiane Kubrick in 1956 in München. De jonge Amerikaanse regisseur nam daar zijn anti-oorlogsfilm Paths of Glory op, met Kirk Douglas. Hij zag haar op televisie en vroeg haar auditie te doen voor de rol van bang Duits meisje dat door Franse soldaten wordt gedwongen Ein treuer Husar te zingen – en ze zo tot tranen roert. Het is misschien de meest emotionele scène die Kubrick ooit opnam. Hij zocht haar op toen ze optrad op een gemaskerd bal voor het Rode Kruis, in een lugubere bierkelder, herinnert Christiane zich. Twee weken later besloten ze te trouwen. „Gek, maar we wisten het meteen.”

Een man als Stanley Kubrick had ze nog nooit gezien. Waanzinnig intellectueel, vreselijk intens. „Bij hem waren er altijd vijf, zes verhalen tegelijk gaande. Hij was heel gevoelig voor kritiek. Toen al die bejaarde filmbazen in 1968 bij de première van 2001: A Space Odyssey zijn film heel onbeschoft afkraakten of wegliepen tijdens de voorstelling, was hij helemaal kapot. Maar hoe ging het met Stanley: een half uur later was hij weer bezeten door een andere gedachte. Eigenlijk was hij 43 jaar lang aan het woord en heb ik geluisterd. Dat paste wel bij mij, ik ben schilder. Maar begrijpt u hoe stil en treurig het werd toen hij dood was?”

Kubrick bewaarde alles, dus ze was blij dat Hans Peter Reichmann van het Deutsches Filmmuseum langskwam en een archivaris beschikbaar stelde: „Door die lens zag ik de zaken weer scherper.” Al dat materiaal ligt nu op exposities over Stanley, door haar te openen. Dat vindt ze niet vervelend, integendeel. „Hier leeft hij voor mij nog een beetje.”

Stanley Kubrick: The Exhibition t/m 9 september in Eye, Amsterdam. Inl. www.eyefilm.nl