Stamboomdrift

Op de foto zien we Mrs. Joan Tribble, 69 jaar. Ze is blank en steunt op een roze wandelstok. In het bijbehorende interview vertelt ze dat ze nog even moeten wennen aan het idee dat er verwantschap bestaat tussen haar en Michelle Obama. Haar over-over-overgrootvader was een slavenhouder. Hij deed het met de over-over-overgrootmoeder van Michelle Obama (mogelijk betrof het verkrachting) en daaruit werd een zoon geboren.

Na twee jaar intensief onderzoek naar de voorouders van Michelle Obama, blijken beide vrouwen af te stammen van dezelfde blanke slavenhouder. Andere blanke achterneven en nichten zeggen zich te schamen voor dit verleden. Mrs. Tribble daarentegen wil de waarheid onder ogen zien en hoopt op een dag de presidentsvrouw de hand te schudden.

De ‘First Cousin’ dook de afgelopen week op in The New York Times. Ik vind het opwindend nieuws. Michelle Obama heeft haar Afro-Amerikaanse achtergrond immers vaak ingezet als identiteitsbepalende in de verkiezingscampagne. De complexere afkomst, mengvormen van wit en zwart – net als bij Barack Obama – maakt die homogene identiteitspolitiek lastiger. Als individu hoeven Mrs. Tribble noch Michelle Obama zich wat mij betreft te excuseren voor voor-voor-voorouders die slaven hielden, maar anderen zullen het wel degelijk politiseren, zeker als je een publieke functie hebt. Neem de vader van Máxima of de Indische voorouders van Wilders. Bij Michelle Obama kan het twee kanten op: witte slavenhouder (dader) en (verkrachte) zwarte slavin (slachtoffer).

De zoektocht naar de afstamming van individuen is niet alleen een Amerikaanse (politieke) obsessie. In programma’s als DNA onbekend en Verborgen verleden wordt ook gespeurd naar de raadsels van de afstamming. Verborgen verleden, waarin BN’ers hun stamboom uitzoeken, pakt vrijwel altijd positief uit – vooralsnog stamt niemand af van een oorlogsmisdadiger. Wel van een zeeheld (Maarten van Rossum) of van ‘spannende types als prostituees’ (Marc-Marie Huijbregts).

Gelijktijdig met de nationale obsessie voor afkomst is er trouwens ook de obsessie voor het toekomstig nageslacht. Een van de interessantste programma van het afgelopen jaar was Baarmoeder gezocht van de KRO. Met open vizier worden stellen gevolgd die zich niet van nature kunnen voortplanten en voor wie de stamboom dreigt te stoppen. Het meest intrigeerde een vrouw die al drie kinderen, en nu geen baarmoeder meer had. Ze wilde een vierde en vertrok naar een Turkse kliniek om te kijken of ze daar een baarmoedertransplantatie kon ondergaan. Op Twitter riep ze woedende reacties op – ze had toch al drie kinderen? Inderdaad, dacht ik. Eigenlijk viel het alleen te begrijpen door zoiets als voortplantingsdrift of voortplantingsverslaving. De lijn moet door, ze wilde nog breder vertakken.

Via de voortplantings- en afstammingsprogramma’s stuiten we op allerlei ethische vraagstukken. Mrs. Tribble begrijp ik beter dan haar zwijgende blanke neven en nichten. Voor haar is het een potentiële reuzensprong vooruit: van kwaad naar goed – mits Michelle Obama haar natuurlijk dat geeft wat ze wilt: een hand, een gezamenlijke foto. Vooralsnog hult ze zich in stilzwijgen.

Ik kan me voorstellen dat het onaangenaam is als ongevraagd werkelijk alles uit je verleden wordt uitgeplozen. Maar als het dan toch gebeurt, dan is dit het uitgelezen moment om korte metten te maken met essentialistische kleurpolitiek en het allergrootste taboe in de Amerikaanse samenleving: dat wit van alle kleuren van de regenboog is gemaakt, en zwart trouwens ook.

    • Stine Jensen