Satellietschotel op het balkon, maar geen e-mailadres

Slechts zes op de honderd Nederlanders hebben geen internet. Onder hen veel ouderen en laagopgeleiden. Ze hebben er geen geld voor. Of geen zin in.

Nederland, Amsterdam, 20-06-2012. Voor bij een verhaal over internetgebruik (journalist Ingmar Vriesema), Tamira Houssain. Foto: Olivier Middendorp

Een vrouw met hoofddoek staat op haar kleine balkon. Nee, ze heeft geen internet, zegt ze in gebrekkig Nederlands. „Niet meer. Mijn zoon is het huis uit. Die had wel internet.” 57 jaar oud is ze. „Ik weet niet hoe ik moet internetten. Ik hoop het te leren. Met een cursus, deze zomer.” Ze woont in een flat in de Kolenkitbuurt, Amsterdam-West. Een paar balkons verderop zegt een man van Turkse komaf hetzelfde. Ook hij heeft geen internet in zijn woning. Hij maakt een wegwerpgebaar. „Internet heb ik niet nodig.”

‘Nederland Europees kampioen internettoegang’, kopte het Centraal Bureau voor de Statistiek deze maand. Waren we toch nog winnaar – ondanks de uitschakeling op dat andere EK. En inderdaad, Nederland verslaat de rest van Europa moeiteloos. Liefst 94 procent van de Nederlandse huishoudens heeft internet: meer dan Denemarken, Duitsland, en zeker meer dan Portugal – waar minder dan 60 procent van de huishoudens toegang heeft tot internet.

Dat Nederlandse succes heeft een keerzijde. De internetlozen – 6 procent van de Nederlandse huishoudens – vormen een steeds groter contrast met de rest van de samenleving. Surfen is de norm, maar de internetlozen achten zichzelf niet in staat om te internetten. Ze kunnen zich een internetverbinding niet veroorloven. En, vooral, zeggen de internetlozen ‘geen interesse’ te hebben in toegang tot het web.

Leeftijd speelt een rol – vooral 65-plussers hebben geen internetverbinding. Maar ouderdom zegt lang niet alles over de 6 procent internetlozen: 75-plussers maakten geen onderdeel uit van het CBS-onderzoek. Onder de niet-internetters is de werkloosheid hoger, en ze zijn meestal lageropgeleid: 13 procent van de mensen met alleen basisschool heeft geen internet.

Hier, in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, lijkt het CBS-bericht dan ook te rooskleurig. De werkloosheid is er hoog: 15,5 procent van de bewoners tot 64 jaar zit zonder werk. Een op de drie huishoudens moet rondkomen van een minimuminkomen. En internet is er nog niet de norm.

Een Marokkaanse vrouw opent haar flatdeur op een kier. Ze is een dertiger, werkt niet, en wacht nu tot haar zoon terugkomt van de basisschool. En nee, ze heeft geen internet. „Te duur”, zegt ze. Internetten doet ze nu hoogstens als ze bij vrienden is. Als ze zelf internet zou hebben, zou ze vooral willen skypen, „want dat is gratis”. Ironisch genoeg is die gratis beldienst voor haar te prijzig: ze kan zich de internetaansluiting niet veroorloven. „Ik zou het graag willen, internet.”

Toch beleeft het web ook hier in de Amsterdamse Kolenkitbuurt een opmars – al zijn de verschillen tussen de generaties groot.

Neem de familie van Abdel Abouyahya (37). Hij heeft net de deur van de portiekflat achter zich dichtgedaan. Hier woont zijn moeder, hij heeft haar opgehaald voor een wandeling. Ze loopt door haar straat, met hoofddoek, lang gewaad en leunend op haar rollator. „Mijn moeder heeft geen internet, nee”, zegt Abouyahya. „Ze is analfabeet. Kan haar eigen naam niet schrijven.”

De tegenstelling tussen de moeder van Abouyahya en zijn twee dochters kan nauwelijks groter zijn. Dertien en negen zijn die dochters, en ze zitten altijd online. „Ik vind het belangrijk voor ze. Zo kunnen ze gemakkelijk informatie vinden, en opdrachten voor school maken.” Het internetgebruik van zijn dochters wordt hem bijna te gortig. „Ze moeten natuurlijk uitkijken dat ze niet op verdachte websites terechtkomen. Dat ze ineens aan de praat raken met een loverboy.”

Hoe jonger, hoe vertrouwder met internet – ook hier in de Kolenkit. En hoe ouder, hoe onwenniger. Maar die onwennigheid met internet lijkt onder de bewoners van deze flat ook onder jongere leeftijdsgroepen veel voor te komen – ruim voor het 65ste jaar. Volgens het CBS communiceerde 95 procent van de Nederlandse internetters in 2011 via e-mail, maar onder bewoners van deze flat is het hebben van een e-mailadres niet vanzelfsprekend.

Ellen Visch, 48 jaar, heeft bijvoorbeeld wel internet, maar geen mailadres. „Heb ik geen behoefte aan.” Ze rookt een sigaretje op haar balkon, dat uitkijkt op de binnentuin: een nette strook groen tussen twee flats behangen met satellietschotels. De man van Ellen Visch, 52, heeft ook geen mailadres. „Het internet is vooral voor mijn zoon”, zegt ze. 23 is haar zoon. Zelf gaat ze vooral online voor het vinden van informatie over tuinieren – ze heeft een tuintje elders in Amsterdam.

En wat doet ze als haar zoon straks uit huis gaat? „Misschien zeg ik dan het internetabonnement wel op.”