Column

Reus Jeroen Pauw kruipt uit een Japans bolletje

‘Jeroen Pauw in Japan’ (NTR), vijftien maanden na de tsunami.

In de periodes dat Pauw & Witteman (VARA) geen uitzendingen hebben, rust Jeroen Pauw niet op zijn lauweren, maar onderneemt vaak originele andere televisieactiviteiten. Elk kerstreces confronteert hij bekende Nederlanders met uitspraken die ze vijf jaar eerder in zijn microfoon deden. Vorig jaar ging Pauw kijken hoe het er in Haïti voorstond, gisteren was Jeroen Pauw in Japan (NTR) te zien: een inspectie vijftien maanden na de tsunami van maart 2011.

De reportage begint met een sterk beeld: de boomlange Pauw kruipt met enige moeite uit een knalgele ronde capsule van ijzer en legt uit dat dit een ‘Noach’ is. In de reddingsark voor de volgende vloedgolf passen naar zijn zeggen drie volwassen Japanners.

Als je een reus bent tussen de dwergen, kun je dat voordeel op charmante wijze uitbuiten. Dat doet Pauw ook later in het programma, als hij zich op moet vouwen aan een tafel met oudere, kleine dames. Hij overwint de taalbarrière vorstelijk, door hun gegiechel flirterig een halt toe te roepen.

Met het tot de verbeelding sprekende, komische begin wordt ook een ongemakkelijk, schurend gevoel gegenereerd. Er klopt iets niet in het land van de rijzende zon, waar mensen van oudsher het gelukkigst zijn als ze zich schikken naar de belangen van het grotere geheel.

Niet alleen legt de reportage archiefbeelden van het verwoestende water naast opnamen van de huidige kaalslag op dezelfde locatie en onthult de reis desolate maanlandschappen die ik nog niet eerder gezien had. Er zijn ook de getuigenissen van nabestaanden, bijvoorbeeld van kinderen die met hun hele school toevlucht hadden genomen tot een hoger plateau. Het was niet hoog genoeg voor deze golf. In een geval wees een conciërge tijdig de weg naar een bos tegen de berg, in een ander geval gehoorzaamden de kinderen de instructies van de autoriteiten, met fatale gevolgen.

En dan was er ook nog Fukushima. De cameraploeg wordt tegengehouden bij de grens van de zone van twintig kilometer rond de kerncentrales. Daar kan de komende honderd jaar niemand meer wonen.

In Tokio wordt met 70 procent zekerheid een nieuwe grote aardbeving voorspeld, binnen enkele jaren. Tot Pauws verbazing leidt dat niet tot paniek of zelfs veel discussie. Mensen hebben een rugzak met overlevingsbenodigdheden bij de deur staan, en verder kun je er toch niets aan doen.

Naar vorm en inhoud is Jeroen Pauw in Japan, met arabiste Esmeralda Böhm als redacteur en Mélinde Kassens als regisseur, een uitgebalanceerd werkstuk: schrijnend, ironisch en onthullend.