Ook pubers gaan straks op gesprek bij de schoolarts: 'jij wordt te dik'

Kinderen komen bij het consultatiebureau en de schoolarts, maar kwetsbare pubers raken uit beeld. Terwijl juist klein adolescentenleed en een ongezonde leefstijl dan kunnen uitgroeien tot ernstige problemen. Daarom krijgen alle 15-jarigen straks een pubercheck. Een nieuw onderdeel van het verder uitdijende dossier van iedere jongere.

Because of a chilly morning, Cody Harris, 6, was allowed to play a video game at his Post Falls, Idaho home on Thursday, July 13, 2006. His daytime babysitters are encouraged to keep him busy with more physical activity. Cody was born big ? two weeks early and 10? pounds ? and he's grown steadily bigger. At last year's checkup, Cody had gained 25 pounds, tipping the scale at 108. The surge alarmed Celise Harris and her husband Wayne. Always a worry, Cody's weight became a primary focus for his family, setting off a year of monitored meals and accelerated exercise, all supervised by Celise. (Kathy Plonka/Spokane Spokesman-Review/WpN) **No Tabloids, No Commercial**

Kinderen zien als ze jong zijn aan de lopende band artsen van de overheid. Tot ze vier zijn, gaan ze vijftien tot zeventien keer naar het consultatiebureau. Op de basisschool nog eens twee keer, op hun vijfde en hun elfde. Ten slotte komen dertienjarigen nog een keer bij de schoolarts of verpleegkundige. Maar daarna is het afgelopen.

Terwijl juist pubers een ingewikkelde tijd doormaken. En dus moeten zij voortaan ook naar de schoolarts: op hun vijftiende. „Ik zeg altijd: ze worden opnieuw geboren”, zegt jeugdarts Janine Bezem over pubers. „Ze raken uit het zicht van hun ouders en hebben niet langer een vaste leerkracht. Tegelijkertijd worden de risico’s groter; het leven lokt.” Bezem is afdelingshoofd jeugdgezondheidszorg bij de GGD Gelderland-Midden in Arnhem.

GGD Nederland is daarom gelukkig met het extra geld om pubers een gesprek aan te bieden bij een arts of verpleegkundige op school. Er komt 26 miljoen euro beschikbaar om te voorkomen dat kinderen te dik worden. Dat maakten minister Schippers en staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten gisteren bekend. Een groot deel daarvan wordt besteed aan een gesprek dat een verpleegkundige of arts op school met pubers gaat houden. „Het is een fantastische maatregel die veel voor onze jongeren kan betekenen”, zegt Bezem. Zo’n „extra contactmoment” voorkomt dat klein adolescentenleed kan uitgroeien tot ernstige problemen.

Het grote voordeel van een pubercheck is volgens Bezem dat de jeugdgezondheidszorg beschikt over een dossier, vanaf de geboorte tot aan de adolescentie. „Dus als er iemand binnen komt die te dik is, dan kunnen wij de groeicurve bekijken en bepalen of dat al lang een probleem was, of dat er plotseling iets anders aan de hand is.”

Maar als het gaat om het bestrijden en voorkomen van overwicht, is het zeer de vraag of deze maatregel doelmatig is. Dat zegt kinderarts Remy HiraSing, hoogleraar jeugdgezondheidszorg aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam. „Op die leeftijd zijn slechte gewoonten al een vast onderdeel van het patroon.” Inmiddels is één op de zes kinderen in Nederland te zwaar. Bij het laatste onderzoek door de schoolarts, als kinderen dertien zijn, moet problematisch overgewicht wel al vastgesteld zijn, zegt HiraSing. Als ze dan te zwaar zijn, zet het vaak door. En het is beter om zo jong mogelijk gezonde gewoontes aan te leren. „Kinderen zijn dan al oud genoeg om te beseffen dat gezond eten belangrijk is, en om daarover met hun ouders te praten”, zegt HiraSing. Want de oorzaak van overgewicht bij kinderen is vrijwel altijd gelegen in het soort voedsel dat ze van hun ouders krijgen, en het bewegingspatroon dat ze aangeleerd krijgen.

Een ander probleem met dit soort onderzoek is dat een deel van de kinderen niet komt opdagen – het onderzoek bij de schoolartsen is vrijwillig. En uit de praktijk blijkt, zegt HiraSing, dat juist de kinderen die wegblijven relatief vaak problemen hebben. Hoeveel dat er zijn, en of daarmee de zin onder de maatregel wegvalt, is niet onderzocht. Toch vindt hij het onontkoombaar om alle kinderen op te roepen voor onderzoek. „Anders is het stigmatiserend. Je moet het onderzoek zo positief mogelijk voorstellen, anders haken kinderen af.”

De vraag is of de voorgestelde maatregelen de beste manier zijn om 26 miljoen euro te besteden om overgewicht tegen te gaan. Minister Schippers moet het antwoord schuldig blijven. Haar woordvoerder zegt dat bij het nemen van dit besluit niet is onderzocht of andere manieren om overgewicht tegen te gaan effectiever zijn. Ook heeft de minister geen concrete doelstelling geformuleerd voor de maatregel: hoeveel kinderen hoeveel moeten afvallen binnen hoeveel tijd. Dat is altijd lastig bij preventieve gezondheidszorg, laat de woordvoerder weten. Het zogenoemde pubergesprek is maar één van de maatregelen, benadrukt hij. Er gaat ook geld – hoewel veel minder – naar het stimuleren van scholen om gezondere voeding te verkopen, naar sportinitiatieven, en naar extra voorlichting. Hoogleraar jeugdgezondheidszorg HiraSing betreurt dat er geen geld is vrijgemaakt voor het kenniscentrum overgewicht, om maatregelen te coördineren en op elkaar af te stemmen. Tot een jaar geleden was daar wel geld voor.

De GGD, waar de schoolartsen onder vallen, vindt het pubergesprek nuttig voor veel meer dan alleen het bestrijden van overgewicht. „Als je kinderen laat tobben, kunnen ze depressieve stemmingen krijgen. Onze taak is te laten blijken dat wat jongeren doormaken normaal kan zijn op hun leeftijd. Daar hoeft niet altijd dure jeugdzorg aan te pas te komen. Jongeren hebben vooral behoefte aan tips en advies”, aldus Bezem.

Niet iedereen heeft een gesprek met een jeugdarts of verpleegkundige nodig. Met de meesten gaat het goed. „Maar er is nu eenmaal een percentage dat een vraag of een probleem heeft.” Dat kunnen de meest uiteenlopende dingen zijn. „Meisjes klagen over slapeloosheid en zeggen dat ze daardoor op school slechte cijfers halen. Maar wat hun werkelijk dwars zit, is dat bijvoorbeeld hun vriendje het heeft uitgemaakt. Jongens klagen over jeugdpuistjes. Maar ze bedoelen dat ze moeilijk contact maken”, zegt Bezem, van de GGD.

Ze somt verschillende voorbeelden van problemen op die zo aan het licht kunnen komen. Bijvoorbeeld jongeren die niet van school wegblijven omdat ze ziek zijn, maar omdat ze worden gepest of omdat er thuis problemen zijn. Dat ze denken dat ze homoseksueel zijn, maar daar niet voor uit durven komen. Dat ze denken dat ze een geslachtsziekte hebben omdat hun vriendin dat ook heeft en zij hetzelfde vriendje hebben gehad. Dat ze breezerseks hebben gehad, en daardoor teleurgesteld zijn in zichzelf en bang zijn voor de gevolgen.

Wat kan een jeugdarts doen om pubers te helpen? Bezem: „Zo’n tien tot vijftien procent van de jongeren die de jeugdgezondheidszorg ziet, wordt doorverwezen naar hulpverlening zoals huisarts, maatschappelijk werk of jeugdzorg. Dat zijn bijvoorbeeld jongens die op verkeerde pad dreigen te raken door schulden. Of meisjes die zich voornemen om af te vallen, hun hongergevoel verliezen en in een anorexia nervosa schieten. De rest van de jongeren heeft genoeg aan advies, voorlichting en uitleg. Waar zij mee zitten, komt veel voor op die leeftijd.”

    • Elsje Jorritsma
    • Arjen Schreuder