Ooit de held van Wembley, nu verbitterd

Oud-doelman van Polen, Tomaszewski, is als parlementariër geschorst wegens discriminatie. Hij wil alleen ‘zuivere’ Polen in het nationale elftal.

With a fast reaction Polish goalkeeper Jan Tomaszewski (front) parries a penalty shot from German midfielder Uli Hoeneß (left, back). Fellow Germans Gerd Müller (Centre, back) and Wolfgang Overath (right, back) watch in disappointment. The German national soccer team wins their last World Cup second round group game against Poland on 3 July 1974 in front of 62,000 spectators at Frankfurt's Waldstadion by a score of 1:0 and advances to the final. After heavy rainfall before the match had made the pitch almost unplayable the game turned into a water battle. DPA/AFP

Redacteur Voetbal

Lodz. Clown werd hij genoemd. Of keepende gek. Vanwege zijn fratsen onder de lat. Maar als nationale doelman van Polen hield Jan Tomaszewski in de jaren zeventig vooral heel veel ballen tegen. Hij werd er een voetbalicoon door.

Tomaszewski dankt zijn faam aan één epische wedstrijd op Wembley. Op 17 oktober 1973 hield hij in zijn eentje Engeland weg van het WK voetbal in 1974. Die beslissende kwalificatiewedstrijd eindigde in 1-1 en Polen mocht naar het eindtoernooi in het toenmalige West-Duitsland. Vooral dankzij die slungelachtige, atletische doelman met die lange zwarte haren en dat haarbandje. De destijds relatief onbekende keeper liet zich die avond alleen door Allan Clarke passeren vanaf de strafschopstip. Aan zijn miraculeuze reddingen hield Tomaszewski de geuzennaam ‘Held van Wembley’ over. Hij is er nog steeds apetrots op.

Bijna veertig jaar later zijn de zwarte lokken verdwenen en is hij gezetter geworden. Maar hij is nog steeds onmiskenbaar de doelman die deel uitmaakte van een generatie prachtige Poolse voetballers, die goud en zilver wonnen op Olympische Spelen in achtereenvolgens 1972 (zonder Tomaszewski) en 1976. En de lichting die in 1974, achter Nederland, derde werd op het WK.

Bondscoach Kazimierz Gorski had achter het IJzeren Gordijn een uniek elftal gesmeed rond talentvolle spelers als Kazimierz Deyna, Robert Gadocha, Grzegorz Lato en Wlodzimierz Lubanski, met Tomaszewski als grendel. „We vormden een hecht team”, zegt Tomaszewski met twinkelende ogen. „We hadden alles voor elkaar over. Daar moet je nu om komen. Voetballers denken alleen nog aan zichzelf.”

Bijna veertig jaar na de heroïek van Wembley is hij Pools parlementslid – aan de zijlijn van het politieke spectrum. Hij is oppositielid namens de conservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en niet bijster invloedrijk. De 64-jarige Tomaszewski is vooral verbitterd. Over de regering, over zijn partij, over de voetbalbond PZPN, waarover eigenlijk niet.

Zijn kantoor in Lodz is niet veel groter dan het doel dat Tomaszewski jarenlang verdedigde. Een kwestie van thuis voelen. Vanuit die kleine ruimte in de hoofdstraat heeft de voormalige keeper opnieuw de aandacht op zich gevestigd. Hij is door zijn partij een maand geschorst wegens discriminerende uitlatingen over Poolse voetbalinternationals.

In de rug gedekt door foto’s en trofeeën uit zijn roemrijke verleden herhaalt Tomaszewski (63 interlands) dat hij „niet anders kon dan buitenlandse spelers met Poolse roots te veroordelen”. Het is zijn overtuiging dat de ‘Fransman’ Damien Perquis en de ‘Duitsers’ Sebastian Boenisch en Eugen Polanski geen recht op een plek in de nationale ploeg hebben. Omdat ze niet zuiver Pools zijn. „Dat vind ik essentieel. Je vertegenwoordigt je land, je volk.”

Nadat Tomaszewski in de media bleef herhalen dat hij zich schaamde ooit voor de Poolse ploeg te hebben gespeeld en hij vond dat de witte adelaar, het nationale Poolse symbool, is ontheiligd, werd hij door partijleider Jaroslaw Kaczynski geschorst voor de duur van Euro 2012. Oppositieleider Kaczynski, tweelingbroer van de twee jaar terug verongelukte president Lech Kaczynski, vond dat alle partijleden zich tijdens het EK in eigen land achter de Poolse voetbalploeg moesten opstellen.

En dus is Tomaszewski deze maand werkeloos en heeft hij alle tijd voor een interview. Hij wil zijn verhaal graag kwijt. In zijn werkhokje sputtert een verongelijkt mens. Nee, hij heeft niet gekeken naar de EK-wedstrijden van Polen. Uit principe niet. Maar ook om meer redenen niet, zegt hij. Hij wil niets te maken hebben met „de corrupte Poolse voetbalbond”, die toestaat dat verdediger Lukasz Piszczek wordt opgesteld. Een speler die het volgens Tomaszewski niet waard is het Poolse shirt te dragen omdat hij in 2006 bij zijn toenmalige club Zaglebia Lubin was betrokken bij een omkopingsschandaal, maar daar nooit voor gestraft is.

Zijn schorsing heeft de veelvuldig foeterende Tomaszewski niet van opvatting doen veranderen. Maar hij ervaart de kwestie wel als een dilemma. „Als persoon en oud-voetballer vind ik dat alleen geboren en getogen Polen voor het nationale team mogen uitkomen. Maar het is geen politiek correcte opvatting. Dat wringt. Ja, er bestaat een kans dat ik uit de fractie van PiS wordt gezet. Daarover wordt begin juli door een commissie onder leiding van Kaczynski besloten. Nee, ik stop niet. In dat geval ga ik verder als onafhankelijk parlementslid.”

Maar vindt Tomaszewski niet dat hij discrimineert? Hij gaat op het puntje van zijn stoel zitten en riposteert een paar octaven hoger: „Nee, daar is geen sprake van. Die ‘vreemde voetballers’ promoten zichzelf, niet Polen. Zij komen in eigen land niet in aanmerking voor het nationale team en zijn daarom uitgeweken naar Polen. Puur eigenbelang. Zij staan gelijkwaardige of betere, talentvolle Poolse spelers in de weg.”

Nee, racistisch is Tomaszewski evenmin. Zegt hij. „Neem de Nigeriaan Emmanuel Olisadebe, die tien jaar terug als genaturaliseerde Pool in het nationale team speelde. Dat vond ik fout, maar niet vanwege zijn donkere huidskleur. Als kinderen van hem in Polen zouden zijn geboren mogen die van mij international worden. Geen probleem.”

Hoe groot de naam Tomaszewski in Polen ook is, na zijn voetbalcarrière brokkelde zijn populariteit gestaag af. Vooral nadat hij in de media was genoemd als informant van de Poolse geheime dienst ten tijde van het communistisch bewind. Hij heeft dat altijd ontkend – „Wat zou ik gemeld moeten hebben? Hoe voetballers trainen?” En sinds hij openlijk afgeeft op het Poolse nationale elftal wordt hij steeds minder serieus genomen.

Hij trekt zich weinig van die kritiek aan en gaat onverdroten door met zijn strijd tegen corruptie in het algemeen en bij de Poolse voetbalbond in het bijzonder. Hij zegt een dossier aan bewijzen te hebben. Maar bijna niemand luistert. En in het parlement vindt hij geen meerderheid voor maatregelen. Alleen bij de voetbalbond zijn naar zijn zeggen zo’n 500 corruptiezaken bekend. Maar de federatie mist volgens hem het zelfreinigend vermogen om schoon schip te maken. En de regering van premier Donald Tusk weigert in te grijpen.

Over de organisatie van Euro 2012 heeft Tomaszewski geen klachten, wel over de kosten van stadions en infrastructurele werkzaamheden. Op hoge toon: „Neem het stadion in Charkov in Oekraïne. Kostte 15 miljoen euro. Die in Gdansk, Poznan en Wroclaw elk 200 miljoen euro. Het stadion in Donetsk is vergelijkbaar met dat in Warschau. Daar bedroegen de bouwkosten 18 miljoen euro, bij ons 500 miljoen euro. Moet ik nog meer zeggen?”

Voor de voetbalbond in de huidige opzet – het is een van de laatste Poolse instituties gestructureerd naar communistisch model – ziet Tomaszewski geen toekomst. Hij wil dat alle bestuursleden aftreden en een comité wordt samengesteld dat een nieuwe organisatie optuigt. „Ik zou graag zien dat [oud-international] Zbigniew Boniek daaraan leiding geeft. Ik acht hem daar zeer geschikt voor. Nee, voor mezelf zie ik geen rol weggelegd. Ik ben een politicus. Het probleem moet los van de politiek worden opgelost. Desgewenst wil ik hooguit advies geven.”

    • Henk Stouwdam