Nieuwe president Morsi heeft weinig te vertellen

Een revolutie brengt vaak voormalige delinquenten aan de macht. Zo ook in Egypte. Zestien maanden na het afgedwongen vertrek van president Hosni Mubarak heeft het demografisch grootste land van de Arabische wereld een staatshoofd dat onder het ancien regime nog gevangen zat wegens betrokkenheid bij de Moslimbroederschap.

Maar of Mohammed Morsi ook veel macht heeft als nieuwe president is de vraag. Afgaande op de cijfers van de kiesraad heeft Morsi vorige week bij de presidentsverkiezingen 51,7 procent van de stemmen gehaald, maar 3,4 procentpunt meer dan Mubarak-loyalist oud-generaal Ahmed Shafiq. Gevoegd bij een opkomst van 51,8 procent betekent deze krappe zege dat Morsi steun heeft van een kwart van de Egyptenaren, net als Shafiq, en dat de helft zich van de staatspolitiek heeft afgewend.

Maar de hoofdzaak van zijn onmacht ligt elders: bij de Hoge Raad der Strijdkrachten, die voor de verkiezingen een quasicoup pleegde door het vorig jaar gekozen parlement wegens onregelmatigheden te ontbinden en het presidentschap uit te kleden voordat de post was bezet.

Morsi is ingekapseld door het leger. En hij kan ook nog eens geen beroep doen op het parlement dat werd beheerst door zijn achterban in de Moslimbroederschap. Aldus houdt de krijgsmacht zijn economische belangen in eigen hand. Het leger heeft geen belang bij structurele hervormingen.

Op lokaal niveau mag de Moslimbroederschap het sociale vangnet voor de armsten blijven dat de Staat niet biedt. Maar hoger in de maatschappelijke piramide heeft president Morsi weinig te vertellen. Hij kan die onmacht compenseren door verlichte bestuurders in zijn regering op te nemen. Maar dat kan hem op kritiek van de theocratische krachten onder Moslimbroeders en Salafisten komen te staan.

De vraag is hoe het zover kon komen. Het antwoord zegt iets over de aard van Arabische lente in Egypte. Mubarak kon worden verjaagd omdat de oppositie geen alternatieve machtsstructuur plus bijbehorende leiders had te bieden. Het losse karakter van de demonstraties was de kracht van de oppositie op het Tahrirplein. Maar haar zwakte elders. Een revolutie kan worden ontketend door de pleinen met massa’s te vullen. Maar daarna moeten toch echt ook de instituties worden gevuld.

Dat nu is in Egypte niet gebeurd. De ruimte die daardoor openbleef, is door het leger weer ingenomen. Met dit verschil dat de krijgsmacht alle schuld voor toekomstige economische misère kan afwentelen op de nieuwe kop van Jut: president Morsi, die alleen het vuile werk mag doen.