NAVO: neerhalen Turks toestel was onacceptabel

De NAVO is geen militaire actie tegen Syrië van plan. Het bondgenootschap liet het bij een scherpe veroordeling voor het neerhalen van een Turks gevechtsvliegtuig.

Turkije heeft in zijn hoogoplopende conflict met Syrië vanochtend politieke en diplomatieke steun gekregen van de NAVO. Het bondgenootschap heeft na spoedberaad op het hoofdkwartier in Brussel een scherpe veroordeling uitgesproken over het neerhalen door Syrië, vrijdag, van een Turks gevechtsvliegtuig. Maar de NAVO is niet van plan om militaire actie tegen Syrië te ondernemen.

Wat Syrië heeft gedaan is „volkomen onacceptabel, wij veroordelen het in de sterkst mogelijke termen”, zei secretaris-generaal Rasmussen na het beraad. „In de geest van sterke solidariteit staan wij naast Turkije.”

Als lidstaat van de NAVO had Turkije om het beraad gevraagd. Ook bij de Verenigde Naties maakte Turkije de „vijandige daad” van Syrië aanhangig. In een brief aan de Veiligheidsraad schreef de Turkse regering gisteren dat haar F4 Phantom toestel in internationaal luchtruim door Syrisch luchtafweergeschut was neergehaald – „een ernstige bedreiging van de vrede en veiligheid in de regio”.

Over de precieze toedracht van het incident verschillen de landen van mening, hoewel ze allebei erkennen dat het vliegtuig kort het Syrische luchtruim heeft geschonden. Volgens Syrië was bij het neerschieten sprake van „een ongeluk”, veroorzaakt door de automatische reactie van een militair bij het luchtafweergeschut. De man zou een laagvliegend gevechtsvliegtuig, dat even daarvoor het Syrische luchtruim al had geschonden, met hoge snelheid op zich hebben zien afkomen, waarop hij het vuur opende. „We moesten meteen reageren, zelfs als het een Syrisch toestel was geweest hadden we het neergeschoten”, zei de woordvoerder van het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Internationaal heeft Turkije lof gekregen voor de beheerste reactie op de kwestie. Het land leek niet op een militaire vergelding uit te zijn toen het zondag de NAVO-raad bijeenriep, waarin de ambassadeurs van de 28 lidstaten zitten. Turkije deed dit met een beroep op artikel 4 van het NAVO-handvest, dat voorziet in consultatie als een van de lidstaten meent dat zijn „territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid” wordt bedreigd. Een veel zwaarder middel was een beroep op artikel 5 geweest, dat bepaalt dat een aanval op één lidstaat een aanval tegen allen is en dat de andere lidstaten daarom in actie moeten komen.

Even leek het er gisteravond op dat Turkije de NAVO in een moeilijke situatie zou brengen door tóch van de NAVO te vragen, zoals de vicepremier zei, om artikel 5 te activeren. De NAVO zou dan onder sterke druk komen te staan om militair te reageren. Maar Turkije kwam gisteravond laat alweer terug op de woorden van de vicepremier. Artikel 5 is vandaag niet ter sprake geweest, verzekerde NAVO-chef Rasmussen.

Bij de NAVO bestaat wel zorg dat de Syrische burgeroorlog de regio destabiliseert, maar geen animo om bij de Syrische burgeroorlog militair betrokken te raken. Geen enkel NAVO-land gaat er ook vanuit dat Turkije echt bedreigd wordt door Syrië.

Maar de NAVO-verklaring van vanochtend is niet zonder betekenis. Het is voor het eerst dat de NAVO zich officieel uitspreekt over de strijd in Syrië, wat de lidstaten tot nu toe zorgvuldig hebben vermeden.

„Niemand heeft zin om bij de oorlog in Syrië betrokken te worden”, zegt een NAVO-functionaris. „Turkije zelf ook niet. Dat land heeft de NAVO-steun vooral nodig voor binnenlands gebruik: ze zijn aangevallen en hebben nog niets teruggedaan.” Er is, zegt een andere NAVO-ambtenaar, bij de bondgenoten grote angst dat de NAVO in een moeras terechtkomt. „Dat je toch iets gaat doen, een no-flyzone of het beschermen van vluchtelingen langs de grens, en dan meegezogen wordt.”