Maak plaats voor de hotels

De chaotische historische buurten van Peking, de hutongs, worden vernietigd. Want de Chinese toerist ziet liever dure modewinkels, galerieën en ‘namaak-oud’ dat niet naar armoede ruikt.

Oscar Garschagen

Correspondent China

A driver asks for directions as she makes her way through a hutong neighborhood in Beijing, China, on Saturday, June 18, 2011. China's economy will expand 9.6 percent in 2011 and 9.5 percent next year, the fastest rate among major emerging markets, according to International Monetary Fund projections. Photographer: Keith Bedford/Bloomberg Bloomberg

Geen Chinese toerist bezoekt voor zijn plezier de historische buurten van Peking, de hutongs; op amateurfotografen na. Het stinkt er vaak naar afval en pis en er zijn geen Louis Vuitton- of Zarawinkels en luxueuze restaurants met airco.

„Je ziet hier alleen maar buitenlandse toeristen, en die brengen te weinig geld op”, vertelt Xu Yong (54), ingenieur, fotograaf en eigenaar van Cultural Hutong Tours. „Het stadsbestuur eist dat deze wijken geld opleveren en daarom worden ze vroeg of laat gesloopt om plaats te maken voor projecten die wel geld opleveren.”

Vanaf de veranda van de uit 1272 daterende Drumtoren wijst hij naar de hutongs: grijze laagbouw aan rechthoekige doolhoven van stegen. Op de parkeerplaats worden bussen met gepensioneerde Britten en Fransen uitgeladen; er is inderdaad geen Chinese groep te bekennen. Xu, die al vanaf 1984 bedreigde hutongs fotografeert en campagne voert voor historisch stadsherstel, zegt dat binnen nu en een jaar ook deze buurten zullen zijn gesloopt.

Op de muren van ieder huis is het karakter voor ‘chai’ gespoten, dat in deze context ‘vernietigen’ betekent. De hutongs – het woord is een verbastering van het Mongoolse woord voor waterbron – moeten plaats maken voor hotels, galerieën, dure modewinkels en een museum over ‘tijd’. De hutonghuizen met zwarte deuren voor het gewone volk en rode deuren voor de machtigen, en de leeuwen en leeuwinnen tegen de kwade geesten, worden vervangen door goed gelijkende namaak.

De tienduizenden inwoners, overwegend bejaarden en kunstenaars, hebben al nieuwe appartementen en studio’s toegewezen gekregen in de satellietsteden die bij de zesde ringbaan rondom Peking worden aangelegd. Werden 25 jaar geleden hutongs gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe financiële en regeringsdistricten, nu moeten de oude buurten bij de grote toeristische attracties zoals de Verboden Stad en het Tiananmenplein met Mao’s tombe geschikt worden gemaakt voor de aanwas aan Chinese toeristen uit de groeiende middenklasse.

„Chinezen hebben een totaal andere definitie van vakantie dan de buitenlanders die Peking bezoeken. Zij gaan zeker niet naar de oude wijken, want die doen hen denken aan de armoede die zij zelf hebben gekend. Ze gaan liever naar de financiële districten met grote restaurants en winkelcentra”, legt Xu uit als we door de Rokende Pijpsteeg richting de stadsmeren Honhai en Donghai lopen. Hier is het antieke Peking allang vervangen door hip, trendy en jong Peking, dat lounget en organisch of vegetarisch eet.

De prijzen van de hutonghuizen lopen inmiddels op tot tien miljoen euro en het gerucht gaat dat Rupert Murdoch hier een traditioneel huis heeft gekocht voor zijn Chinese vrouw Wendy Deng. Ook onder Pekingse nieuwe rijken zijn de hutonghuizen populair, vanwege de locatie en de ornamenten waarmee aan de buitenkant de hoge status van de bewoners op traditionele wijze kenbaar gemaakt kan worden.

De bouw van ‘namaak-oud’ is een trend die in Shanghai is gezet en nu in heel China zichtbaar wordt. Iedere metropool volgt het voorbeeld van Xintiandi in Shanghai. Het door Hongkongse en Amerikaanse projectontwikkelaars gebouwde uitgaans- en winkelcomplex in de stijl van de oude Shanghaise shikumen (‘stenen-deuren-huizen’) trekt miljoenen Chinese toeristen en is een commercieel succes. Iedere grote Chinese stad met toeristische ambities heeft daarom ‘historische wijken’ met Song-, Ming- en Qingstraatjes aangelegd of is dat van plan.

Tijdens de uitreiking van de Pritzerprijs, de meest prestigieuze prijs voor architectuur in de wereld, constateerde winnaar Wang Shu eind mei dat alle grote steden in China, Peking voorop, in een periode van amper dertig jaar onherkenbaar zijn veranderd. „Over een paar jaar moeten we vaststellen dat we het verleden volledig hebben uitgewist en een heel nieuw stedelijk landschap hebben opgebouwd”, aldus Wang Shu, die opgroeide in een Pekingse hutong.

De sterarchitect, die de prijs kreeg voor het nieuwe moderne kunstmuseum van havenmetropool Ningbo, is een bewonderaar van Xu’s fotoboeken omdat hij daarin een Peking ziet „dat mooier is dan Parijs” en over enkele jaren helemaal niet meer bestaat. Waarschuwingen van Wang Shu en Xu Yong hebben geen enkel effect. De modernisering van Peking, en andere grote steden, is niet te stoppen.

De hoofdstad, met officieel 14 en officieus 20 miljoen inwoners – als de migrantenarbeiders worden meegerekend – zal in de komende twintig jaar uitgroeien tot een metropool met 40 miljoen inwoners. „De druk op het oude centrum, waar de nationale regering zetelt, wordt steeds verder opgevoerd. Partijdepartementen, overheidsdiensten en staatsbedrijven vechten om de ruimte”, legt stadsplanoloog Wu Weijia van de Tsinghua Universiteit uit.

Samen met collega’s van de School voor Architectuur heeft hij een reeks van rapporten geschreven over hoe het centrum van ernstig vervuild en chaotisch Peking weer een beetje leefbaar gemaakt kan worden en hoe men stedelijk erfgoed kan behouden. Verplaatsen van de hele dienstensector en grote delen van de overheidssector naar de nieuwe wijken bij de vijfde en zes ring vormt de kern van al die plannen.

„Het bureaucratisch verzet daartegen is te groot. Daarom worden de bewoners naar de rand verdreven en wil iedereen een auto om naar het werk te gaan”, zegt professor Wu, die een groot bewonderaar is van de wijze waarop Amsterdam, maar ook Gent en Brugge, middeleeuwse wijken hebben weten te behouden.

Niet alleen wil het Pekingse stadsbestuur de gebieden rondom de Verboden Stad geschikt maken voor Chinese toeristen, ook steeds meer topfunctionarissen van de partij en de overheid willen hier wonen. „Het eerste wat een nieuw benoemde minister of hoge partijfunctionaris doet als hij naar Peking komt, is in de hutongs een gemoderniseerd huis zoeken. Dat doen ook de bestuurders van de grote staatsbedrijven en de nieuwe rijken die zich prijzen van drie miljoen euro en meer kunnen veroorloven. De gewone mensen worden daarom, zoals dat heet, weggefaseerd”, aldus Xu.

In keizerlijke tijden waren de hutongs volgens een sociaal stramien verdeeld: de machtigen in het westen van de Verboden Stad, de rijken in het oosten, de armen in het noorden en de handelaren in het zuiden. „De machtigen en de rijken wilden zo dicht mogelijk bij de keizer wonen. Dat is vandaag de dag niet anders. Iedereen met macht of geld wil zo dicht mogelijk bij het Zhongnanhai wonen”, constateert Xu in de hutong pal ten westen van het politieke machtscentrum.

In het Zhongnanhai-complex, net zo ontoegankelijk als de naastgelegen Verboden Stad in keizerlijke tijdperken, wonen en werken de hoogste partij- en regeringsleiders, onder wie president Hu Jintao. De huizen hebben allemaal rode deuren en de vier houten haken die vroeger de militaire status van de inwoner aangaven. Hier hebben ook rijke milieuorganisaties zoals het World Wildlife Fund en banken lobbykantoren gevestigd.

„De belangrijkste functie van Peking is het creëren van de best mogelijke omstandigheden voor de uitvoering van de overheidstaken. Dat was in keizerlijke tijden zo en er is niets veranderd”, stelt Xu. Met dank aan de grondlegger van nieuw China, Mao Zedong. De communistische leider moest na de zege op de nationalisten in 1949 kiezen waar hij in Peking zou gaan wonen en werken. „Hij sloeg alle adviezen van zijn revolutionaire raadgevers in de wind en koos voor de onderkomens van de keizers, want waarom zou hij het met minder doen. De gevolgen voor de stad zijn tot op de dag van vandaag merkbaar”, zucht Xu Yong.

    • Oscar Garschagen