Iedereen is iemands kind

Beeld uit We Need to Talk About Kevin, een film die elk restje kinderwens met wortel en al uitrukt.

Als ik zoiets uit mijn eigen omgeving mag afleiden, zijn er weinig films die het voorbije jaar zo veel en zulke tegenstrijdige reacties hebben opgeroepen als We Need to Talk About Kevin (2011) van Lynne Ramsay.

In de film, naar het gelijknamige boek van Lionel Shriver (dat ik niet las), pijnigt de moeder van een massamoordenaar zichzelf met de vraag hoeveel verantwoordelijkheid zij draagt.

Zelf vond ik het naast een steengoede film vooral een film die in staat is elk restje kinderwens met wortel en al uit te rukken. Het was opvallend hoe vaak We Need to Talk About Kevin het voorbije jaar de conversaties insloop, in welke mate het nature or nurture-debat mensen blijft bezighouden, hoe uiteenlopend mensen erover denken van wie je denkt dat ze min of meer op dezelfde golflengte zitten.

Een vriend noemde de schuldgevoelens waarmee hoofdpersonage Eva (Tilda Swinton) kampt onterecht en hartverscheurend. Een ander meende met zekerheid uit zijn beroepspraktijk te kunnen afleiden dat je simpelweg pech kunt hebben met je kinderen.

Tegelijk beklemtoont de film natuurlijk wel dat Eva haar zoon al van bij de zwangerschap als een vergissing ziet. Volgens een vrouw die ik onlangs leerde kennen, een psychologe die werkt als opvoedster, komt het aandeel van de moeder niet genoeg aan bod in de film. Toen ik het ‘pech met je kinderen’-standpunt een plaats trachtte te geven in onze conversatie, werd zij zo boos dat ik er bang van werd. Naderhand begreep ik als leek een gevoelig terrein te hebben betreden; in haar beroepstak verdedigt zij een kamp dat zich afzet tegen de idee dat wij ons brein zijn.

Toch was het enige wat mij in de film als onwaarschijnlijk overkwam de haat waarmee de gemeenschap Eva aanpakt nadat haar zoon een bloedbad heeft aangericht. Ik geloof blijkbaar nog in die mate in het intermenselijke mededogen, dat ik ervan uitga dat de meerderheid inziet dat dit, naast het verliezen van een kind, het ergste moet zijn wat iemand kan overkomen, aandeel of niet.

Als auteur vond ik het dan weer interessant in een interview met Lionel Shriver te lezen dat zij voortdurend brieven krijgt van ouders die haar loven om haar analytische en juiste blik op de omgang en onderlinge gevoelens tussen ouders en kinderen. De kinderloze auteur ziet het als een persoonlijke overwinning dat haar lezers ervan overtuigd zijn dat ze uit ervaring spreekt. Aangezien iedereen iemands kind is, bestaan er wellicht geen leken op dit gebied.