Hamburg: havenstad van worst en prostituees

Hamburg? Waarom niet naar Berlijn?

Want wie een weekend naar Duitsland gaat, bezoekt Berlijn. Misschien vind je onderweg erheen nog een paar verdwaalde zonderlingen. Zij gaan naar Hamburg. En terecht, want Hamburg is de moeite waard.

Hamburg is na Berlijn de tweede stad van Duitsland; ongeveer twee keer Amsterdam in grootte en inwoneraantal. Het is de belangrijkste havenstad van het land.

Dat zou je niet zeggen als je vanuit de stationshal de stad inloopt: het centrum is vrij klein: het station ligt ingeklemd tussen twee wijken. Het beste kun je richting het westen van de stad lopen, daar zal je uiteindelijk het grootste deel van de tijd verblijven.

Of nog beter: stap direct in het station op de metro, die op vrijdag en zaterdag 24 uur per dag rijdt. Want Hamburg is waarschijnlijk de eerste stad waarin je het stadscentrum gaat mijden. Van de ‘oude stad’ is, op de vijf kerktorens die het centrum markeren, nauwelijks meer iets over. Het Britse bombardement op Hamburg tijdens de Tweede Wereldoorlog (Operatie Gomorrha) heeft al wat oud is in de stad compleet weggevaagd.

De binnenstad wordt vooral gedomineerd door ontelbare luxe winkels: overal zie je Louis Vutton, Cartier en Gucci in grote, statige panden. Lopen door het centrum is de moeite waard, maar dan vooral vanwege de bruggen, die je om de paar meter tegenkomt. Hamburg is een stad van bruggen (2.302 in totaal) en water. Drie rivieren, de Elbe, de Alster en de Bille stromen dwars door de stad.

Als je liever rondloopt dan winkelt, pak dan snel de metro richting het westen. Stap uit bij halte Landungsbrücken: het meest toegankelijke gedeelte van de Hamburgse haven. Een enorme tourist trap vol souvenirwinkels met Hamburg-magneten, maar met een mooi uitzicht op de haven. Je kijkt je ogen uit naar alle voorbij varende containerschepen. Kiezen voor een rondvaart door de haven kan, al is dit vrij duur: rond de 20 euro voor twee uur. De beste uitrustplek is vlakbij en gratis: een prachtig groen park aan het Hamburgmuseum.

Karakter vind je even verderop in de wijk St. Pauli: ongeveer een kwartier met de metro van het centrum. Een volkswijk met overal kleine straatjes, cafés en restaurants. Je kunt er goedkoop en geweldig lekker eten. Een pasta bij Trattoria da Rocco heb je al voor 8 euro. Je eet er ook de beste curryworst: de bekende dunne worst, in plakjes op een kartonnen bordje met currysaus en een beetje kerrie. Eventueel met pommes (friet) erbij.

Uitgaan kan her ook goed, in de wat meer alternatieve uitgaansgelegenheden. Voor het hardere werk ga je naar de Reeperbahn: de rosse buurt van Hamburg, die het beste te omschrijven is als een combinatie tussen de Wallen en Lloret de Mar. Het straatbeeld wordt gedomineerd door vrijgezellenfeesten, uitsmijters met uitpuilende ogen, proppers en dronken Engelsen. Ga er toch even mensen kijken en reis dan richting het noorden naar de kunstenaarswijken Schanzenviertel en Karolinenviertel. Je zult er veel Duitsers tegenkomen en niet al te veel toeristen. En als er al toeristen komen, zijn er nauwelijks Nederlanders. Die hebben Hamburg nog niet ontdekt.

    • Stijn Bronzwaer