Frankrijk heeft altijd de andere kant opgekeken

De roep om ‘méér Europa’ klinkt steeds luider in de strijd tegen de eurocrisis. Frankrijk wilde er tot nog toe niet aan, maar is aan het opschuiven, zegt Europarlementariër Sylvie Goulard. „Mét Europa hebben we een kans. Zónder gaan we meteen de afgrond in.”

Sylvie Goulard: „Als er meer politieke integratie is, kun je eurobonds invoeren. Daar is de eurozone nu niet klaar voor.” Foto Wouter Van Vooren

‘Wat is er met Nederland gebeurd? Jullie waren altijd zo open. De Benelux had goede ideeën. Daar werd naar geluisterd in Europa. Nu komt er niets meer uit de Benelux. Keert Nederland zich echt van Europa af?”

De Franse europarlementariër Sylvie Goulard is niet de enige in Brussel die Nederlands bezoek met dit soort vragen ontvangt. Goulard heeft zich altijd met de Europese politiek beziggehouden, bij het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken, bij de Europese Commissie en nu als politica voor de Franse centrumpartij Mouvement démocrate, MoDem.

Al die tijd had zij met Nederland te maken. Met een geëngageerd, actief Nederland, preciseert ze. „Als generaal De Gaulle weer een bizar idee had, zorgden jullie voor tegenwicht. Het Verdrag van Rome [uit 1957 over de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, red.] kwam mede uit Nederlandse koker. Op de Europese top van Milaan, in 1985, was het mede aan Nederland te danken dat de regeringsleiders besloten om een gemeenschappelijke, interne markt op te zetten.”

Maar, zegt Goulard, geen enkel land speelt meer de rol die het vroeger in Europa speelde. Europese instellingen, waaronder het parlement, evenmin. „We hebben het Europese systeem helemaal uitgeleefd. We zitten aan het eind. De verkiezingen in Griekenland waren daar een signaal van. Onze favoriete kandidaat, Antonis Samaras, is dezelfde man die we eerst vervloekten, omdat hij ons in de problemen had gebracht. Griekenland toont hoe alles kantelt. We pakken de crisis verkeerd aan. We behandelen de Grieken als kleine kinderen en verwachten dat ze in twee, drie jaar een complete cultuuromslag doormaken. Het valt me nog mee dat maar een kwart van de kiezers op het radicaal-linkse Syriza heeft gestemd.”

Sommigen zeggen dat Syriza beter in de regering had kunnen zitten: in de oppositie zijn ze extremer. Wat vindt u?

„Daar zit wat in. Maar je kunt een volk moeilijk opleggen wat 25 procent van de mensen wil. Het was in zekere zin een referendum over Europa: wilt u erin blijven of niet? En het is goed afgelopen.”

Waarom is het eurosysteem uitgeleefd?

„We wisten vanaf het begin dat een monetaire unie niet kan functioneren zonder meer politieke integratie. Daar moeten we nu aan werken, als we tenminste nog tijd hebben: één flinke bankrun en het is te laat.”

We wisten het vanaf het begin, zegt u. Is dat niet een beetje achteraf-gepraat?

„Nee. Zo was het. Toen de euro werd opgezet, werkte ik op het ministerie, als jurist. Iederéén zei toen: een politieke unie is nodig. Toenmalig voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie. Otmar Issing, de eerste Duitser bij de Europese Centrale Bank. Maar de Fransen hielden het tegen.”

Heeft Duitsland gelijk, dat het nu pusht voor een politieke unie?

„Absoluut. Het is de enige manier.”

Heeft Duitsland destijds ingestemd met een euro zonder politieke unie, omdat het in ruil daarvoor Franse goedkeuring wilde hebben voor de Duitse eenwording?

„Fabeltjes. Duitsland zei al ja tegen de euro vóór de val van de Muur. Het proces is versneld maar niet veroorzaakt door de Duitse hereniging. Ik was betrokken bij de onderhandelingen met de Duitsers. Bondskanselier Helmut Kohl zei: een verenigd Duitsland gedijt beter in een verenigd Europa. Het enige grote Europese project dat klaarlag om te ontwikkelen, was de euro. Dat hebben ze toen versneld. Dat de euro de prijs was die Duitsland aan Frankrijk betaalde voor de eenwording, is een simplificatie.”

Is Frankrijk nog tegen een politieke unie?

„Ja, Frankrijk heeft altijd de andere kant op gekeken. Het gedraagt zich als koning van de wereld. In geen Europees land ligt soevereiniteitsoverdracht zo moeilijk als in Frankrijk.”

Houden de Fransen voet bij stuk, als deze week plannen op tafel komen voor een politieke unie?

„Ze blijven het vervelend vinden, maar ik denk wel dat er wat schuift. Dat komt niet door de nieuwe president, maar omdat mensen na vier jaar crisis begrijpen dat het moet gebeuren. Dat de boel instort als je alles nationaal houdt. De crisis bereikt Frankrijk. In mentaliteit is Frankrijk een zuidelijk land: hoge schuld, snel verlies van competitiviteit. Het kan binnenkort uitglijden.”

Beseft Frankrijk dat het veel te verliezen heeft?

„Ja. Iederéén heeft veel te verliezen. Duitsland en Nederland verzetten zich tegen een ‘transferunie’, waarbij het noorden het zuiden stut. Maar die transferunie bestaat allang. De Bundesbank heeft voor 600 miljard aan claims bij zuidelijke centrale banken. Dat bedrag groeit elke dag. Als de euro klapt, krijgen ze dat niet terug. Nederland en Finland – zelfde verhaal. Als deze landen niet meewerken aan een Europese oplossing voor de crisis, zijn ze astronomische bedragen kwijt.”

Toch blijft het noorden eisen stellen waar het zuiden niet mee kan leven.

„In het noorden heeft men de illusie dat je een land in een paar maanden kunt veranderen. Die fixatie op cijfertjes heb ik altijd vreemd gevonden. Jaren was het de 3 procent uit het stabiliteitspact waar ze zich op blind staarden. Tegelijkertijd lapten diezelfde landen verzoeken aan hun laars om Eurostat [Europees bureau voor de statistiek, red.] of de Europese Commissie macht te geven om landen beter te controleren en te straffen. Wat ontbreekt in de eurozone, is richting. Iemand als Kohl deed dat wél. Hij zei: ‘Hier gaan we met zijn allen naartoe’, en hij legde uit waarom dat nodig was. Ook de Benelux had politici met visie. Die zijn er nu weinig. Denken mensen echt dat Europa beter wordt als Berlusconi in Italië terugkeert of Beppe Grillo daar gaat regeren? Europa, dat is de laatste tijd verworden tot ‘Merkozy’. Twee landen die onderling bedisselen wat er gebeurt – zo moet het niet in Europa.”

Accepteren burgers het als regeringen grote stappen zetten naar méér Europese integratie?

„Ja. Ik denk niet dat je burgers verliest door grote stappen te zetten. Integendeel. De laatste jaren hebben ze veel zogenaamd grote stappen geslikt, die naderhand maar kleine stapjes bleken. Dáár hebben ze genoeg van. Eerst horen ze dat de leiders whatever it takes doen om de euro te redden, een paar weken later dreigen er alweer bankruns. Burgers voelen zich belazerd door de politici. Als het grote stappen waren geweest, hadden we nu niet zo diep in de problemen gezeten. Meer eerlijkheid zou regeringsleiders sieren.”

De situatie in zuidelijke eurolanden is acuut. Hoe snel kan men een politieke unie opzetten?

„Je kunt niet over één nacht ijs gaan. Je moet nadenken, discussiëren. Regeringsleiders kunnen op de top niets beslissen. Wel kunnen ze aankondigen wat ze grofweg gaan doen, en wanneer. Dat geeft rust. Sommige maatregelen kun je echter wél meteen nemen. Dat moet ook. Ik heb net in het Europees Parlement een plan ingediend voor ‘eurobills’. Daarbij poolen eurolanden kortlopende leningen, waardoor ze allemaal lage rentes krijgen. Voor leningen op langere termijn, met looptijden vanaf twee jaar, zijn landen zelf verantwoordelijk. Omdat landen maar een bepaalde hoeveelheid kortlopende leningen per jaar mogen afsluiten, is dit een goede stok achter de deur om tegen een land te zeggen: geen eurobills meer, eerst je schuld verminderen. Zo blijft elk land in dit stadium verantwoordelijk voor zijn eigen schuld, maar komen landen als Italië en Spanje van die torenhoge rentes af. Dit systeem kun je meteen opzetten. Later, als er meer politieke integratie is, kun je eurobonds invoeren, waarbij je steeds meer schuld samenvoegt. Daar is de eurozone nu niet klaar voor.”

Wat als landen zeggen: wij willen geen verdere machtoverdracht?

„Dan krijgen ze één voor één downgrades en blijft er van Europa weinig over. Daarom denk ik dat de nationalisten en ‘souvereinisten’ het pleit gaan verliezen. Mét Europa hebben we een kans. Zónder gaan we meteen de afgrond in.”

Is angst voor een catastrofe een goede reden om te kiezen voor méér Europa?

„Goed punt. Er is veel positiefs over Europa te vertellen, maar daar hoor je politici nauwelijks over. Toen ik klein was, leerde ik in Marseille Duits op school. Dorpen organiseerden uitwisselingen van de fanfare, van schoolklassen en sportscholen naar dorpen in Duitsland of elders in Europa. Je kende andere Europeanen een beetje, uit landen waar ons land afspraken mee maakte. Dat leidde er toch toe dat je anders tegen die afspraken van Adenauer of De Gaulle aankeek. Dat menselijke aspect van Europa ontbreekt, daar werken de politici niet meer aan. Europese toppen zijn net een autobeurs: je ziet iemand uit een auto stappen, een glazen gebouw in, en dat is het dan. Alsof het om die auto gaat. In plaats van culturele projecten hoor je alleen technische taal over een bankunie. Ik denk soms dat de weerzin tegen Europa in Nederland hiermee te maken heeft. Europa is veranderd van een gezellig clubje, in een anonieme, kille massa van 500 miljoen mensen. Als de politici dan ook wedstrijdjes doen wie het hardst op Europa kan schelden, krijgen mensen het benauwd.”

    • Caroline de Gruyter