Europa, doe 's wat

De eurocrisis kan niet met kleine stappen worden opgelost, zegt de Franse politica Sylvie Goulard. ‘Meer eerlijkheid zou regeringsleiders sieren.’

A demonstrator wearing a mask representing Spain's Prime Minister Mariano Rajoy as "Pinocchio" takes part in a demonstration called for by trade unions against government spending cuts, austerity measures and labour reform under the slogan "Don't stay quiet. Defend your rights" in Madrid June 20, 2012. The sign reads: "Bankers, thieves". REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: CIVIL UNREST SOCIETY BUSINESS) REUTERS

Correspondent Brussel

‘Wat is er met Nederland gebeurd? Jullie waren altijd zo open. De Benelux had goede ideeën. Daar werd naar geluisterd in Europa. Nu komt er niets meer uit de Benelux.”

De invloedrijke Franse europarlementariër Sylvie Goulard is niet de enige in Brussel die Nederlands bezoek op deze observatie trakteert. Goulard is altijd een voorvechter van Europese eenwording geweest, bij het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken, bij de Europese Commissie en nu als politica voor de Franse centrumpartij Modem. En al die tijd had zij met Nederland te maken. Met een geëngageerd, actief Nederland, preciseert ze. Dat is nu wel anders, wil ze maar zeggen.

Maar, vervolgt ze meteen, geen enkel land speelt meer de rol die het vroeger in Europa speelde. Europese instellingen, waaronder het parlement, evenmin. „We hebben het Europese systeem helemaal uitgeleefd”, zegt Goulard (47). „De verkiezingen in Griekenland waren daar een signaal van. Onze favoriete kandidaat, Antonis Samarás, is dezelfde man die we eerst vervloekten omdat hij ons in de problemen had gebracht. Griekenland toont hoe alles 180 graden draait. We pakken de crisis verkeerd aan. We behandelen de Grieken als kinderen en verwachten dat ze in twee, drie jaar een complete cultuuromslag doormaken.”

De Europese regeringsleiders die donderdag in Brussel bijeenkomen voor een top kunnen zelf wel een cultuuromslag gebruiken, vindt Goulard. Want wat er ontbreekt in de eurozone, is „richting”. Oftewel: uitzicht op een beëindiging van de eurocrisis.

Waarom is het eurosysteem uitgeleefd?

„We wisten vanaf het begin dat een monetaire unie niet kan functioneren zonder meer politieke integratie. Daar moeten we nu aan werken, als we tenminste nog tijd hebben: één flinke bankrun en het is te laat.”

We wisten het vanaf het begin, zegt u. Is dat niet een beetje achterafgepraat?

„Nee. Zo was het. Toen de euro werd opgezet, werkte ik op het ministerie, als jurist. Iederéén zei toen: een politieke unie is nodig. Toenmalig Commissie-voorzitter Delors. Otmar Issing, de eerste Duitser bij de Europese Centrale Bank. Maar de Fransen hielden het tegen.”

Heeft Duitsland gelijk, dat het nu aandringt op een politieke unie?*

„Absoluut. Het is de enige manier.”

Heeft Duitsland destijds ingestemd met een euro zonder politieke unie, omdat het in ruil daarvoor Franse goedkeuring wilde hebben voor de Duitse eenwording?

„Fabeltjes. Duitsland zei al ja tegen de euro vóór de val van de Muur in 1989. Het proces is versneld, maar niet veroorzaakt door de eenwording. Ik was betrokken bij de onderhandelingen met de Duitsers. Bondskanselier Helmut Köhl zei: een verenigd Duitsland gedijt beter in een verenigd Europa.”

Is Frankrijk nog tegen een politieke unie?

„Ja, Frankrijk heeft altijd de andere kant op gekeken. Het gedraagt zich als koning van de wereld. In geen Europees land ligt soevereiniteitsoverdracht zo moeilijk als in Frankrijk.”

Houden de Fransen voet bij stuk, als deze week op de top plannen op tafel komen voor een politieke unie?

„Ze blijven het vervelend vinden, maar ik denk wel dat er wat schuift. Dat komt niet door de nieuwe president Hollande, maar omdat mensen na vier jaar crisis begrijpen dat het moet gebeuren. Dat de boel instort als je alles nationaal houdt. De crisis bereikt Frankrijk. In mentaliteit is Frankrijk een zuidelijk land: hoge schuld, snel verlies van competitiviteit. Het land kan binnenkort uitglijden.”

Beseft Frankrijk dat het veel te verliezen heeft?

„Ja. Iederéén heeft veel te verliezen. Duitsland en Nederland verzetten zich tegen een ‘transferunie’ waarbij het noorden het zuiden stut. Maar die transferunie bestaat allang. De Bundesbank heeft voor 600 miljard aan claims bij zuidelijke centrale banken. Dat bedrag groeit elke dag. Als de euro klapt, krijgen ze dat niet terug. Nederland en Finland, zelfde verhaal. Als deze landen niet meewerken aan een Europese oplossing voor de crisis, zijn ze astronomische bedragen kwijt.”

Toch blijft het noorden eisen stellen waar het zuiden niet mee kan leven.

„In het noorden heeft men de illusie dat je een land in een paar maanden kan veranderen. Die fixatie op cijfertjes heb ik altijd vreemd gevonden. Jaren was het de 3 procent uit het stabiliteitspact waar ze zich blind op staarden. Dat stond zo op papier. Tegelijkertijd lapten diezelfde landen verzoeken aan hun laars om Eurostat of de Europese Commissie macht te geven om landen beter te controleren. Wat ontbreekt in de eurozone, is richting. Papiertjes geven geen richting. Iemand als Helmut Kohl deed dat wél. Hij zei: hier gaan we met zijn allen naartoe, en legde uit waarom dat nodig was. Politici met visie, die de Benelux ooit ook had, zijn er nu weinig. Europa is verworden tot ‘Merkozy’: twee landen die onderling bedisselen wat er gebeurt – zo moet het niet in Europa.”

Accepteren burgers het als regeringen grote stappen zetten naar méér integratie?

„Ja. Ik denk niet dat je burgers verliest door grote stappen te zetten. Integendeel. De laatste jaren hebben ze veel zogenaamd grote stappen geslikt, die naderhand maar kleine stapjes bleken te zijn. Dáár hebben burgers genoeg van. Eerst horen ze dat de leiders doen whatever it takes om de euro te redden, een paar weken later dreigen er alweer bankruns. Burgers voelen zich belazerd door de politici. Als het grote stappen waren geweest, hadden we nu niet zo diep in de problemen gezeten. Meer eerlijkheid zou regeringsleiders sieren.”

De situatie in zuidelijke eurolanden is acuut. Hoe snel kan men een politieke unie opzetten?

„Je kunt niet over één nacht ijs gaan. Je moet nadenken, discussiëren. Regeringsleiders kunnen op de top niets beslissen. Wel kunnen ze aankondigen wat ze grofweg gaan doen, en wanneer. Dat geeft rust.”

Wat als landen zeggen: wij willen geen verdere machtoverdracht?

„Dan krijgen ze een voor een downgrades en blijft er van Europa weinig over. Daarom denk ik dat de nationalisten en ‘soevereinisten’ het pleit gaan verliezen. Mét Europa hebben we een kans. Zónder gaan we meteen de afgrond in.”

Is angst voor een catastrofe een goede reden om te kiezen voor méér Europa?

„Goed punt. Er is veel positiefs over Europa te vertellen, maar daar hoor je politici nauwelijks over. Toen ik klein was, leerde ik in Marseille Duits op school. Dorpen organiseerden uitwisselingen van de fanfare, van schoolklassen en sportscholen naar dorpen in Duitsland of elders in Europa. Je kende andere Europeanen een beetje. Dat maakte toch dat je anders tegen die afspraken van Adenauer of De Gaulle aankeek. Franse kiezers vragen me nu: vertel ons over de Polen, we kennen die mensen niet. Polen, Litouwers, het zegt ze niks. Het humane aspect van Europa ontbreekt, daar werken de politici niet meer aan. In plaats van culturele projecten hoor je alleen technische taal over een bankunie. Ik denk soms dat de weerzin tegen Europa in Nederland hiermee te maken heeft. Als de politici dan ook nog wedstrijdjes doen wie het hardst op Europa kan schelden, krijgen mensen het benauwd.”

    • Caroline de Gruyter