Eerst lachen, dan nadenken, ook in Nederland

Nederlandse wetenschappers winnen veel IgNobelprijzen. De bedenker van de satirische wetenschapsprijs komt naar Nederland, zodat zijn publiek hem „beter horen kan”.

Nederland produceert relatief meer winnaars van de satirische IgNobelprijs dan van de reguliere Nobelprijs. Van de 550 Nobelprijzen die in 111 jaar zijn toegekend zijn er zeventien (mede) naar Nederlanders gegaan – een percentage van 3,1. Sinds 1991 gingen er acht van de 206 IgNobelprijzen naar Nederlandse winnaars, oftewel 3,9 procent. Nederland is daarmee ongeveer een kwart beter in ‘mensen eerst laten lachen en daarna laten nadenken’ (dat is de kwaliteit die de prijs beloont) dan in wetenschappelijke prestaties zonder meer.

De grondlegger van de IgNobelprijzen, de Amerikaan Marc Abrahams, spreekt donderdag in Eindhoven en vrijdag in Rotterdam. Abrahams is hoofdredacteur van het organiserende blad, de Annals of Improbable Research (AIR).

„Nederlanders zijn voorbeeldig in mensen laten lachen en nadenken”, reageert Abrahams via e-mail. „Ze hebben daar duidelijk plezier in. Dit in tegenstelling tot sommige andere groepen, die mensen graag laten huilen en treuren. Nee, ik noem geen voorbeelden.”

Vanwaar zijn komst naar Nederland? „Deze evenementen vinden plaats in Nederland. Ik woon in Massachusetts, duizenden kilometers naar het westen. Mijn stem is van gemiddelde sterkte. Berekeningen op de achterkant van een envelop hebben me ervan overtuigd dat het publiek me beter kan horen als ik dichterbij kom. Ik ben van plan de afstand tot het verste lid van het publiek niet groter te laten worden dan een kilometer of vijf.”

Na doorvragen blijkt dat Abrahams is uitgenodigd door prof. Annelies van Bronswijk van de TU Eindhoven om te spreken op een conferentie over gerontologie. Van Bronswijk won in 2007 een IgNobelprijs, volgens de jury ‘voor haar volkstelling van alle mijten, insekten, spinnen, pseudoschorpioenen, schaaldieren, bacteriën, algen, varens en schimmels waarmee we elke nacht het bed delen’. Abrahams en twee andere laureaten zullen donderdag in Eindhoven het diner van de conferentie opluisteren met spreekbeurten.

Vrijdag spreekt Abrahams in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Dat belooft een geanimeerde avond te worden. „Van het een kwam het ander, en daar kwamen weer andere dingen van”, verklaart Abrahams. „Nu komen er zoveel prijswinnaars spreken dat we allemaal heel vlug zullen moeten praten.” Er komen er vier: Pek van Andel, Bart Knols, Ilja van Beest en Kees Moeliker. Moeliker, conservator van het Rotterdamse Natuurhistorisch Museum, leidt sinds 2006 het Europese Bureau van AIR. Hij zal vrijdag spreken over blessures die voetballers oplopen bij het juichen.

Het Europees Bureau van AIR maakt trouwens bekend dat op 20 september, als de IgNobelprijzen van 2012 worden uitgereikt, de ceremonie in Cambridge, Massachusetts te zien is in de Leidse Schouwburg. Daar wordt een eigen evenement georganiseerd waar de prijsuitreiking in Amerika via een videoverbinding te volgen is. Net als in de VS wordt er een mini-opera opgevoerd en er zijn 24/7 lectures door prominente wetenschappers, waarin zij in 24 seconden hun vakgebied mogen uitleggen, gevolgd door een samenvatting voor leken in zeven woorden. Bovendien kiest dan de LFHCfS (Luxuriant Flowing Hair Club for Scientists, kortweg de Club van Langharige Wetenschappers) zijn lid van het jaar. Moeliker: „Dit is het eerste parallelevenement in Europa. Toen ik begon met het Europees Bureau was dit mijn ambitie, dus ik ben er erg trots op.”

Wetenschappers m/v hebben alle reden hun haar te laten groeien want zowel vrijdag in Rotterdam als op 20 september in Leiden hebben leden van de LFHCfS gratis toegang. Is er een minimum haarlengte? Moeliker: „In principe bepaal je dat zelf. Het wordt wel aan de deur beoordeeld.”

Wie er vrijdag (19.30 uur) bij wil zijn in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam: kosten € 5, reserveren via info@hetnatuurhistorisch.nl.