Een lichaam vol littekens en geen spoor van erkenning

Een jaar geleden werd Johnny Hoogerland door een auto van de Franse tv van de weg gereden en belandde in het prikkeldraad. Nog altijd wacht de renner op genoegdoening.

Ondanks val en tijdverlies is hij leider van het bergklassement, met bolletjestrui. Foto Cor Vos

Het prikkeldraad is altijd dichtbij. Johnny Hoogerland hoeft alleen maar in de spiegel te kijken om de littekens te zien. De paarse striemen over zijn benen en zijn rechterbil zijn de getuigen van de duikvlucht die eindigde met een kapotgescheurde broek en een gebroken droom. Af en toe ziet hij het prikkeldraad ook als hij zijn ogen dicht doet.

„Ik probeer er zo min mogelijk aan te denken, maar dat lukt niet altijd”, vertelt Hoogerland. Soms schiet er door mijn hoofd wat er was gebeurd als ik met mijn nek in het prikkeldraad was beland, soms vraag ik me af of ik ooit nog zo dichtbij een etappeoverwinning in de Tour kom. Maar het ergste is dat de hele zaak nog steeds niet is afgerond. Dokters, verzekeringen, formulieren, advocaten, het duurt maar en het duurt maar. Ach man, ik zou gewoon willen dat al dat gezeik achter de rug was.”

Het is bijna een jaar geleden dat Johnny Hoogerland en Juan Antonio Flecha in de Touretappe naar Saint-Flour door een auto van de Franse tv van de weg werden gereden, maar de zaak moddert nog altijd door – er is nog steeds geen cent betaald aan de renners. Niet om hun medische kosten of juridische te vergoeden, en al helemaal niet om hun gederfde inkomsten te compenseren. Ze zijn naar het kastje gestuurd. Daarna naar de muur. En toen weer terug.

Een paar dagen na het ongeluk, nog tijdens de Tour, krijgt Johnny een brief van Adrien Hillairet – de chauffeur van de auto. Sorry, staat erin. Hij had het niet zo bedoeld. Hillairets werkgever, Luc Geoffroy van het tv-productiebedrijf Euromedia, komt langs in het hotel van Vacansoleil om excuses te maken. Jean-François Pescheux van Tourorganisatie ASO doet hetzelfde. Hij zegt: „Het is een catastrofe voor evenement, maar vooral voor de renners. Dat spijt me zeer.” Maar bij excuses blijft het.

Na de Tour wordt langzaam maar zeker duidelijk wat de impact van de val is. Fysiek en mentaal hangt Hoogerland van hechtingen en plakkertjes aan elkaar. Johnny doorloopt het hele medische circuit: van artsen en chirurgen tot een psycholoog en een osteopaat. Daarnaast worden ook de financiële gevolgen duidelijk. Zijn manager, oud-prof Aart Vierhouten in een eerder gesprek met NRC Handelsblad en NUsport: „Er zijn medische kosten, er zijn juridische kosten. Maar dat is niet alles. Een etappezege of de bolletjestrui had hem contractueel een dikke bonus opgeleverd. Hij had meer verdiend in de criteriums na de Tour de France, zijn marktwaarde was verhoogd, hij had een hoger salaris kunnen onderhandelen in de jaren erna. Als je alles gaat optellen zit je zo aan vele tonnen.”

Hoogerlands naam is bekender door de val, dat wel. Maar wat moet Johnny daarmee? Zoals hij zelf zegt: „Mensen zeggen wel eens tegen me dat ik veel beter af ben met die valpartij in het prikkeldraad, maar dat vind ik belachelijk. Daar kan ik echt boos om worden. Niemand wil zoiets meemaken, ook ik niet. Nee, ook niet als je daarmee naamsbekendheid krijgt. Wat kan mij die naamsbekendheid schelen. Als ik een Touretappe had gewonnen, hadden mensen me ook gekend.”

Vierhouten schakelt een advocaat in, voormalig Ajax-commissaris Marjan Olfers, en neemt contact op met Euromedia om te praten over de compensatie van de kosten. Er gaan talloze mails over en weer, maar het wordt nooit concreet. Er komt niet eens een tegenvoorstel voor Hoogerland. Juan Antonio Flecha krijgt wél een aanbod van Euromedia: 28.000 euro. Flecha is woest als hij het hoort – hij vindt 28.000 een belediging – en eist het twintigvoudige, want 28.000 euro is niet eens genoeg om de medische kosten van het eerste jaar te dekken.

Flecha geeft zijn advocaat de opdracht de schade tot op de laatste cent terug te vorderen, ook al kost het twintig jaar. Maar de frustraties en de angst voor een herhaling van de valpartij wegen als een molensteen om zijn nek. Als hij tijdens een training wordt afgesneden door een auto, ontsteekt hij in blinde woede. Hij trekt zijn voorwiel uit zijn fiets om de automobilist op zijn hoofd te timmeren, maar breekt daarbij zelf zijn hand. Flecha mist zo de voorbereiding op de voorjaarsklassiekers en speelt in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix een bijrol.

Euromedia-directeur Geoffroy komt op 25 oktober naar Nederland om te overleggen over een genoegdoening voor Hoogerland, samen met de Nederlandse advocaat Ynse Stapert. Maar het gesprek loopt op niets uit. Vierhouten: „Toen we het hele medische dossier lieten zien en spraken over gederfde inkomsten ging de handrem erop.” Geoffroy, in een reactie per telefoon: „Wij zitten ook met de zaak in onze maag. Ik word erg ongelukkig als ik er aan denk. Ik erken de schade die een van onze werknemers heeft aangericht, daarom wilden wij een regeling treffen met monsieur Hoogerland, en ook met monsieur Flecha. Maar toen we het schikkingsvoorstel zagen... tja... ik snap het bedrag, maar dat kunnen wij niet betalen. Dan zouden we de hele Tour voor niets hebben gedaan!”

Volgens Geoffroy moet Hoogerland zich melden bij de verzekeringsmaatschappij van de huurauto, dan neemt die maatschappij contact op met de verzekering van Euromedia. Geoffroy: „Zo werkt dat volgens het Franse recht. De verzekeringen moeten er met elkaar uitkomen.” Aan welk bedrag hij denkt kan Geoffroy niet zeggen. Over de 28.000 euro die zijn bedrijf Flecha heeft aangeboden, zegt hij na veel aarzeling: „Daar weet ik niet zoveel van.”

Vierhouten, verontwaardigd: „Ze waren bereid te schikken, maar toen ze zagen hoeveel schade er was ineens niet meer. Toen was het toch een verzekeringskwestie. Ik vind het de wereld op zijn kop. Je gaat toch niet tegen het slachtoffer van een verkeersongeluk zeggen dat hij het maar moet gaan uitzoeken bij de verzekering van een autoverhuurbedrijf die er niets aan kan doen dat de chauffeur iemand van de weg rijdt? Wat bezielt die mensen om zich zo op te stellen naar renners die ze voor hun flikker hebben gereden in de Tour?”

In een brief aan Euromedia probeert Vierhouten zijn gevoel te verwoorden over het mislukte overleg. Hij schrijft: ‘Johnny’s hoop dat de rust zou wederkeren vervloog toen hij hoorde dat u zich verschuilt achter de verzekeringsmaatschappij van de huurauto. Hij huilde, hij was gebroken. Alles was vernietigend in de etappe naar Saint-Flour. Sindsdien bezoekt Johnny een psycholoog die hem moet helpen te dealen met de slapeloosheid, rugpijn, stemmingswisselingen en de littekens over zijn hele lichaam. Er is een oplossing: schik deze zaak, zodat hij zijn geest kan klaren en Johnny kan beginnen aan zijn voorbereiding op het seizoen 2012.’

De brief heeft geen zin. Bij Euromedia doen ze alsof hun neus bloedt; ze zijn niet gevoelig voor een moreel appel.

Vierhouten stapt vervolgens naar de Tourorganisatie. In maart zit hij in Parijs om tafel met ASO-baas Jean-Etienne Amaury. Die zegt verrast te zijn dat de zaak nog steeds niet is opgelost. Sterker nog: hij is pislink – op de chauffeur en op Euromedia. Hij zegt tegen Vierhouten: ‘We zijn door voor schut gezet in ons eigen evenement. We are the assholes in the view of the spectators!’ Maar hij doet er niets aan de zaak op te lossen. En Amaury wijst iedere verantwoordelijkheid als organisator van de hand.

Vierhouten legt uit: „De ASO vond dat het niet hun schuld was. Bovendien wilden ze er niet voor opdraaien omdat ze geen verzekering voor dit soort incidenten hebben. Alsof dat een reden is! Het zijn enorm gevoelloze mensen bij de ASO. Zonder renners is er geen koers, maar als er iets gebeurt met die renners zijn ze niet thuis. De excuses, de praatjes – het is allemaal toneelspel. Ze schuiven de schuld in de schoenen van Adrien Hillairet, maar Pescheux of Prud’homme [tourdirecteur] schijnt wel degelijk door de Tourradio gezegd te hebben dat de auto de kopgroep moest passeren op een moment waarop dat niet kon. Bovendien hebben ze de dag na het ongeluk het aantal auto’s in de koers gehalveerd en het procedé van het passeren van de kopgroep aangepast – daarmee geven ze toch ook toe dat er blijkbaar iets fout zat?”, stelt Vierhouten. Maar Amaury wil er niet van weten. En de ASO wil ook niet reageren op dit artikel.

Zo schuiven alle partijen de schuld door. De ASO wijst naar Euromedia, Euromedia wijst naar de verzekering van de huurauto. Ook met hulp van de advocaat komt er geen schot in de zaak. Olfers: „Johnny zit niet te wachten op een proces dat jaren kan duren; hij wil het gewoon zo snel mogelijk afhandelen zodat hij zich kan concentreren op zijn sport. Daarom hebben we geprobeerd het netjes en in stilte op te lossen. Maar we hebben te maken met erg onwillige partijen – ze verschuilen zich achter elkaar. Ik vind dat onbegrijpelijk. Je zou zeggen dat zo’n grote organisatie als de ASO de leiding neemt om de zaak op te lossen. En dat Euromedia de verantwoordelijkheid neemt voor wat er gebeurd is. Maar dat doen ze niet. Het gevolg is dat Johnny er alleen voor staat”, zegt zijn advocaat.

Hoe langer de zaak duurt, hoe meer geld en energie Johnny Hoogerland kwijt is. De tijd werkt in het voordeel van Euromedia en de ASO – met elke maand uitstel trekken ze Hoogerlands portemonnee een beetje verder leeg. Hij voelt zich bestolen. Op de fiets zijn de resultaten wisselend. Als alles goed loopt is hij de oude Johnny, zodra hij niet 100 procent is slaan de twijfels toe. Hij demarreert soms veel te vroeg in de wedstrijd om maar niet in de hectiek en het gevaar van de grote groep te hoeven rijden.

Manager Aart Vierhouten: „Johnny lijdt er onder, ook in de koers. Het knaagt, hij heeft angsten, hij twijfelt meer aan zichzelf. Voor Johnny is het pas klaar als de partijen over de brug komen en hij niet meer over deze val hoeft na te denken. Hij wil erkenning dat hij slachtoffer is voor iets waarop hij niet zat te wachten. Als ze niet betalen is dat een teken voor hem dat ze ontkennen wat er is gebeurd. Ik ben ook veertien jaar beroepsrenner geweest, ik voel wat hij voelt. Als wielrenner doe je alles voor je sport, je geeft je ziel en je zaligheid, maar als er iets met je gebeurt sta je alleen. They don’t give a damn.

Advocaat Marjan Olfers: „Ik vind het genant. Wat let je nou om te zegen: jongen, we gaan om de tafel en onderhandelen om eruit te komen? De vraag is: hoever laten ze het komen? Zouden ze het erop gokken dat we niet gaan procederen?”

Twee weken geleden mailde Marjan Olfers een ultimatum naar Euromedia. Als er niet voor 26 juni een schikking wordt getroffen, zouden stappen worden ondernomen. Dat ultimatum is gisteren verlopen, de strijd zet zich waarschijnlijk voort in een Franse rechtbank. En Johnny Hoogerland begint aan de Tour van 2012 op dezelfde manier als hij de Tour van 2011 eindigde: met een lichaam vol littekens en zonder een spoor van erkenning.