Een boze miljonair

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: voor wie is de schade als de fiscale constructie mislukt?

De kust van Willemstad,Curacao.foto VINCENT MENTZEL/NRCH,==F/C==2003

Stel, u volgt het advies van uw advocaat om via een ‘innovatieve’ constructie de belastingheffing in Nederland te ontduiken. U emigreert naar Curaçao vanwege het lagere successierecht. Maar de fiscus en de rechter trappen er niet in. Ook na zes jaar procederen moet u een zeer aanzienlijk bedrag aan naheffingen betalen.

Kunt u de advocaat van destijds dwingen de schade te vergoeden? Wanneer moet u dan klagen? Meteen na de aanslag of na het laatste arrest? Kan zoiets de schuld van de adviseur zijn? Of heeft u het advies slordig op gevolgd? Had u of de advocaat de schade kunnen beperken door op tijd met de fiscus te schikken?

Vorige maand publiceerde rechtbank Rotterdam een tussenvonnis (LJ BW5820) in de zaak van ondernemer Gerrit de Bruijne tegen de advocatenmaatschap Loeff Claeys Verbeke, voorheen Loeff & Van der Ploeg. Deze eigenaar van Farm Frites wil maar liefst 50 miljoen euro schadevergoeding. De rechter wees vorige maand een tussenvonnis, vooral om partijen tot een schikking te brengen.

De Bruijne droeg midden jaren ’90 op een ingewikkelde manier met winstbewijzen zijn aandelen over aan zijn zoon en twee dochters. Maar hij behield de zeggenschap met prioriteitsaandelen. Dat was hem zo geadviseerd door het advocatenkantoor Loeff & van der Ploeg. Die adviseerden hem dat via de Antillenroute te doen. Als je daar ging wonen, zou dat een enorme besparing opleveren.

Daarop namen de heer en mevrouw De Bruijne het vliegtuig en bleven anderhalf jaar weg. Maar na terugkeer wachtte De Bruijne een reeks nare verrassingen. De fiscus stelde vast dat hij Nederland niet ‘metterwoon’ had verlaten. Op Curaçao had hij slechts een gemeubileerd appartement gehuurd. Hij had zijn woning op Voorne-Putten aangehouden. Net als de dokter en de tandarts. Hij was ook veel in Nederland geweest en lid gebleven van allerlei organisaties. Kortom – de fiscale constructie was mislukt.

In 2004 viel de hamer van de laatste rechter – en toen werd De Bruijne boos. Hij liet het advies beoordelen, stelde een beroepsfout vast en diende een klacht in. Het is dan februari 2005. Vijf jaar na de eerste belastingaanslagen.

De advocaten verdedigen zich met de stelling dat de claim van De Bruijne is verjaard. De schade was immers bekend toen de eerste aanslag binnen was. En dat was al in 2000. Daar maakt de rechter echter korte metten mee. Een aanslag is een betalingsverplichting, maar nog geen schade. De ondernemer had een vertrouwensrelatie met zijn adviseurs, die er zelf ook van overtuigd waren dat de constructie deugde. Dit type constructies houden een zeker risico in – een aanslag laat vooral de omvang daarvan zien. Maar schade is het nog niet. „Pas toen de rechter een oordeel had gegeven kon worden gezegd dat voor De Bruijne voldoende duidelijk was dat inderdaad schade is geleden.” De verjaring begon dus pas te lopen in 2004.

Ook het verweer van de advocaten dat De Bruijne te laat is met klagen, snijdt geen hout. Wie namelijk te laat klaagt, schaadt de andere partij in de kans om een goede verdediging voor te bereiden. Maar dat gaat hier ook niet op. De advocaten hadden voldoende mogelijkheden om zich te verweren – ze deden trouwens niet anders, namelijk toen ze hun client tegen de fiscus verdedigden.

De rechters wegen ook de soort fout mee. Het gaat om zeer gespecialiseerd werk „op een weinig toegankelijk gebied”. Je mag als cliënt lang vertrouwen op je adviseurs. Een fout vaststellen zónder hulp van buiten, kan redelijkerwijs niet gevraagd worden. Ook hier is de laatste rechterlijke uitspraak bepalend. Daarna mocht er gewacht worden op de mening van nieuwe adviseurs.

Kortom, De Bruijne heeft op tijd geklaagd in een zaak die niet is verjaard tegen advocaten die inderdaad aansprakelijk kunnen zijn.

Wat blijft er nu nog te pleiten over voor de advocaten in het vervolg van de procedure? Zij kunnen stellen dat De Bruijne zijn emigratie niet serieus heeft aangepakt. Hij had zijn woning te koop moeten zetten, de dokter en zijn lidmaatschap van de ondernemersvereniging Voorne-Putten op moeten zeggen. Die aanslagen zijn dus ‘eigen schuld’. Ook is er na de aanslag al in 2001 extern advies gevraagd. Dat luidde dat schikken met de fiscus verstandig is. Ook bij de miljonair had dus eerder twijfel kunnen groeien aan het advies.

Folkert Jensma

Deze rubriek wordt begin september op deze plaats hervat.

    • Folkert Jensma