Debat over bankencrisis en de wijsheid achteraf

De Tweede Kamer debatteert deze week over de bevindingen van commissie-De Wit. Die oordeelde hard over de hoofdrolspelers rond de bankencrisis van 2008. Waren die conclusies te stevig?

De huidige eurocrisis heeft de bankencrisis uit 2008 bijna uit de gedachten verbannen. Toch buigt de Tweede Kamer zich deze week over de aanbevelingen van de parlementaire enquête die onder meer de redding van ABN Amro onderzocht – en dit voorjaar hierover stevige conclusies trok. Een gezapig debat ligt niet voor de hand, ook al worden de aanbevelingen van de commissie breed gedeeld. „Er kunnen wel eens harde woorden vallen”, verwoordt een Kamerlid het gevoel.

De parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel zorgde in april voor groot tumult door harde conclusies te trekken. Het Nederlandse financiële stelsel was in 2008 weliswaar overeind gebleken, maar bij de oplossing van de bankencrisis waren grote fouten gemaakt, aldus de commissie onder voorzitterschap van SP’er Jan de Wit. Bij het ministerie van Financiën lagen nauwelijks crisisplannen klaar, de Tweede Kamer was onvoldoende geïnformeerd en bijna iedereen had fouten gemaakt: van toenmalig minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) en zijn ambtenaren tot president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank.

Niemand in de Tweede Kamer zal in het Kamerdebat ontkennen dat er fouten zijn gemaakt. Maar zijn die fouten te vermijden in de crisissituatie die ontstond toen de Amerikaanse bank Lehman Brothers omviel? En tot verrassing van iedereen het financiële systeem bedreigde?

Neem bijvoorbeeld de overname van ABN Amro (met Fortis) waar de Nederlandse staat na onderhandelingen met de Belgische autoriteiten 16,8 miljard euro voor betaalde. In bedrijfseconomisch opzicht te veel geld, constateert de commissie, want de bank verkeerde in grote problemen. Maar wat zou er gebeurd zijn als Bos geen overeenstemming had bereikt met de Belgen? Dan waren wellicht meer banken onderuit gegaan en was de schade mogelijk veel groter geweest dan de te hoge overnamesom. Niemand die het weet.

De commissie trok nog meer harde conclusies. Bijvoorbeeld dat de Kamer niet goed was geïnformeerd over de reddingspogingen rond ABN Amro (onderdeel van het in problemen verkerende Fortis) en ING (in problemen door Amerikaanse rommelhypotheken). Dat had anders gemoeten, maar volgens Bos kon hij de Kamer vanwege de beursgevoelige informatie niet beter en tijdiger informeren. En, volgens Bos, wilde een meerderheid van het parlement niet vertrouwelijk worden geïnformeerd. Daarbij geeft De Wit aan dat de Kamer zelf ook wat doortastender had kunnen optreden; bijvoorbeeld door specialistische hulp in te roepen.

Ook bij de huidige eurocrisis blijkt hoe moeilijk het is om de Kamer tijdig en volledig te informeren. Vaak worden in een weekeinde knopen doorgehakt over een reddingspakket en geeft de Kamer achteraf groen licht. Wel wordt de Kamer nu vaker vertrouwelijk geïnformeerd, maar dit heeft ook een schaduwzijde: vertrouwelijke informatie van een minister kan nooit in een openbaar debat worden gebruikt.

Een cruciale vraag bij het debat zal zijn in hoeverre de commissie met de wijsheid achteraf haar conclusies heeft getrokken. Toenmalige politici, toezichthouders en ambtenaren benadrukten tijdens de verhoren dat er onder hoge druk belangrijke beslissingen moesten worden genomen, waarbij vanzelfsprekend fouten worden gemaakt.

Vandaag en donderdag zal blijken of de conclusies van De Wit nog een politieke lading krijgen, zeker omdat elke ontwikkelingen in het licht van de verkiezingen worden gezien. In elk geval blijven de huidige bewindslieden buiten schot, want de Kamer debatteert alleen met de enquêtecommissie die in vak K – waar normaal de ministers zitten – zal plaatsnemen. Pas na de zomer komt de minister van Financiën – tijdens de bankencrisis staatssecretaris – in beeld. Uitkomst van het debat is naar verwachting dat via een motie van de VVD (als grootste partij) het kabinet wordt opgeroepen om de aanbevelingen van De Wit op te volgen.

Vicevoorzitter Helma Neppérus van de commissie rekent op een inhoudelijk debat, ook al viel het kabinet anderhalve week na de publicatie van het eindrapport. „Iedereen zal het er toch wel over eens zijn dat dit onderwerp belangrijk genoeg is om serieus over te debatteren.”

Over de bevindingen van de tijdelijke commissie De Wit – de voorganger van de parlementaire enquête – werd vorig jaar minder serieus gedebatteerd: op de ochtend van het debat met minister De Jager (Financiën, CDA) werd een bonus van 1,25 miljoen voor ING-bestuursvoorzitter Jan Hommen bekend. Het debat werd vervolgens beheerst door die bonus. Troost voor de commissie-De Wit: destijds werden alle aanbevelingen bijna kritiekloos door Kamer en minister omarmd. Nu lijkt die kritiek er wel te komen.