Column

De linke soep van de crisisvermoeidheid

Zweten, maagpijn, uitputting, duizeligheid: dit zijn enkele van de symptomen waarmee Vassillis Rapanos, beoogd minister van Financiën in het nieuwe Griekse kabinet, zich heeft teruggetrokken uit de formatie van de nieuwe regering in Athene. De Griekse minister-president Antonis Samaras kan ook donderdag en vrijdag niet naar de Europese top in Brussel komen omdat hij een oogoperatie heeft ondergaan.

Zou het toeval zijn dat gezondheidsproblemen een nieuw symptoom beginnen te worden van de eurocrisis? Het ligt er een beetje aan hoe je telt, maar de top zou heel goed de negentiende kunnen zijn die onder crisisomstandigheden wordt gehouden.

Sommige politici, zoals Angela Merkel en minister van Financiën Wolfgang Schäuble, zijn er al jaren mee bezig. Dat geldt in zekere zin ook voor de Nederlandse demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager, al maakte hij de kredietcrisis zelf, in de herfst van 2008, niet als minister mee.

Los van de politici, die komen en gaan, zijn er mannen en vrouwen die nu al vier jaar permanent met de crisis – eerst de kredietcrisis, dan de eurocrisis – in de weer zijn, en vaak onder een hoge en voortdurende druk. Denk aan bankiers, aan handelaren op de financiële markten, aan professionele beleggers. Denk aan topambtenaren en de top van de centrale banken, die achter de schermen verreweg het meeste beleidswerk doen. Denk zelfs aan het legertje van journalisten dat de crisis nu al bijna vier jaar volgt – hoewel die laatsten zo’n fijn vak hebben, dat ze eigenlijk niet mogen klagen.

Voor de bevolking van de dealingrooms, maar ook voor veel andere spelers, heeft een crisis iets pervers: spanning en sensatie. Als het maar beweegt. Instant intellectuele uitdaging. Maar er zijn ook momenten die de weerstand ondermijnen. Die hebben in de regel te maken met voortdurende druk over een zeer lange periode, en gewoon hard werken. De meeste mensen kunnen daar, in alle bovengenoemde functies, goed tegen. Maar er zijn twee andere factoren die alsnog kunnen bijdragen aan een langzame uitholling van het mentale en fysieke weerstandsvermogen.

De eerste is een periodiek gebrek aan overzicht. De eurocrisis is buitengewoon complex, door het grote aantal onderwerpen en actoren, het technische en tegelijk uiterst politieke karakter en de woeste getijdenwerking tussen politiek, economie en financiële markten. Alleen de meest arrogante spelers zullen volhouden dat ze het altijd begrijpen. De rest is wijs genoeg om toe te geven dat er tijden zijn, waarin ze het overzicht even kwijt zijn. Dat verlies van greep op zaak is een belangrijke oorzaak van stress.

En er is nog een andere factor. Er komt een moment waarop een crisis niet langer interessant is om te analyseren, uitdagend om mee geconfronteerd te worden of bruikbaar om mee te schitteren. Dat moment is wanneer de spelers zich de crisis persoonlijk gaan aantrekken.

Er zijn al genoeg weken en maanden geweest, waarop achtereenvolgens de financiële sector, de wereldeconomie en de euro zelf op de rand van de afgrond leken te balanceren. Dat zijn de tijden om, zeker in combinatie met een verlies aan overzicht, bezorgd te worden.

Die toestand is niet alleen van toepassing op de spelers zelf, van hoog tot laag. Hij geldt ook voor het publiek, dat murw geslagen, eerst het overzicht verliest, maar vervolgens zal aandringen op ruwe, radicale oplossingen. Dat zie je nu overal langzaamaan gebeuren.

Er wordt wel eens gezegd dat het nu een soort van 1914 is. Maar misschien is het, vier jaar in de crisis, eerder al 1918.