De hoofddoek

Spontaniteit kan ook tegen je werken. Het kwam er op neer dat ik eergisteren met een vliegtuig van Iran Air richting Teheran vertrok. Ik ging op bezoek bij de correspondent van deze krant ter plaatse. Ik was daar nog nooit geweest en vroeg me af hoe zo’n jongen eigenlijk leefde. Niet al te luxe waarschijnlijk, anders vraag je me niet om zes pakken Senseo-koffie – drie regular, drie mild – mee te slepen.

Naast me zat mijn vriendin, die ik bijna niet meer als zodanig herkende. Ze had van alles over elkaar aangetrokken. Kers op de taart was een om het hoofd geknoopte shawl van haar oma. Dat hadden we nodig gevonden na alle verhalen over ayatollahs en zedenpolitie vooraf.

Gezien de vrouwen om ons heen was dat overdreven. Ze hingen vol sieraden, waren non-stop in de weer met spiegeltjes en zaten vol in de make-up. De hoofddoekjes waren hooguit een extra modeaccessoire dat zo leuk mogelijk in het zwarte haar moest worden verborgen.

Vooraf had ik gedacht dat we in een toestel vol Meiden van Halal zouden zitten, want die bedekken het liefst alles. Ik heb daar overigens geen bezwaar tegen, zou ik ook doen als ik een Meid van Halal was.

Het zal wel aan het land liggen, maar het onderwerp hoofddoek liet me niet meer los. Op ons balkonnetje van het Parsian Esteghlal Hotel, met de vriendin als een lappenpop ernaast – behalve vruchtensap drinken en achter elkaar sigaretten roken is er in Iran niet zo gek veel te doen – zat ik hardop te worstelen met een mening over voor- en tegenstanders van de hoofddoek. En daar sloegen de gedachten op hol. Ik zal u de details besparen, maar op een gegeven moment wilde ik zelfs schrijven dat we islamhaters als Metro-columniste Ebru Umar samen met die Meiden van Halal maar in geluidsdichte zakken moesten te stoppen.

Zo bezig, zoemde de meegezeulde Apple-computer. Door alle van staatswege geïnstalleerde filters brak een e-mail van het duo Nico Dikstaal en Kees Versluijs, beiden redacteur van het weekblad Intermediair.

En niet verwonderlijk gezien de inhoud.

Het weekblad Intermediair stopte!

Toen was ik pas echt boos.

De boel was verkocht aan de Persgroep en daar hadden ze besloten om in oktober met het tijdschrift te stoppen. Toevallig ken ik die redactie en weet ik hoe ze dat blad daar tegen de verdrukking in overeind probeerden te houden. En o ja, ik had er ook een rubriek.

Dat alles vond ik opeens veel belangrijker dan hoofddoekjes, want zo zit het dan ook wel weer in elkaar, als ze aan het dagelijks brood komen wordt de mens pas echt boos.

    • Marcel van Roosmalen