De Bovenbazen (38)

De heer Torgelspitter opende plechtig zijn doosje boven het tafelblad van de oliekoning. Er klonk een tikkend geluid en nu betrad een metalen spin het glanzende houtwerk.

‘Wat zegt u daarvan?’ vroeg heer Ollie trots. ‘Elektrische ogen en pulsen en zo!’

‘Elektronische impulsen!’ verbeterde de geleerde, doch heer Bommel legde hem met een kort gebaar het zwijgen op.

‘De oogjes kijken,’ legde hij uit. ‘Kijk maar.’ Zo sprekende bewoog hij een propje aan een draadje heen en weer voor de ogen van het insect. Dit scharrelde tikkend en klakkend over de tafel en hapte er in.

‘Aardig,’ sprak de heer Steinhacker, die aandachtig had toegekeken. ‘Heel aardig.’

‘Een wonder van vernuft!’ riep heer Ollie uit. ‘Het herinnert mij aan een speelgoedolifantje dat ik als knaap…’

‘Spaar me je olifant, obb,’ gromde de oliekoning. Hij gluurde uit de ooghoeken naar een lastige vlieg, die om zijn hoofd cirkelde en vervolgde: ‘Ik wil wel eens zien wat je gedrocht met een insect doet, want daar gaat het tenslotte om.’

Bij die woorden schoot zijn hand uit en daar aws een bekwaam vanger was, hield hij de wriemelende vlieg plotseling tussen de vingers.

    • Marten Toonder