Want alles beter dan thuis olijven plukken

Correspondent Zuidoost-Europa

Toen afgelopen januari de olijven moesten worden geoogst belde Takis Gouzos (37) zoals gebruikelijk een rondje om aan dagloners te komen. En net als eerdere jaren kwam de olijfolieproducent uit op een handvol werkwillige Albanezen en Roemenen. De Griekse ‘stadsjongens’ vinden olijven plukken „moeilijk”, zegt Gouzos, een kleine gespierde man met een baard in een dorp vlakbij de stad Kalamata, tweehonderdvijftig kilometer ten zuidwesten van Athene.

Een op de drie Grieken van onder de dertig heeft geen baan. Maar ze bieden zich niet aan. De meeste jonge Grieken wilden tot nu toe juist geen leven zoals van hun grootouders: zwoegen op het land. Wie kon, vertrok uit de geboortestreek, die draait op landbouw en toerisme. En ging elders bouwkunde, medicijnen of rechten studeren. Daarop had een carrière in Athene of een eigen praktijk moeten volgen. Maar voor een groeiende groep oudere jongeren loopt dat anders. Ze zien zich door de aanhoudende recessie gedwongen terug te keren naar steden als Kalamata, waar ze hun vroegere kinderkamer weer betrekken.

’s Avonds in het park in het centrum van de kustplaats verzamelen zich twintigers en dertigers bij een oud treinstel. Het is als jeugdhonk ter beschikking gesteld door de gemeente. Goedkoper dan een terras en leuker dan bij hun ouders op de bank. Het pleintje ervoor is bedoeld om te skaten, maar dat doet niemand.

„We praten hier vooral over politiek”, zegt Giota Papatheofani (27), een kleuterleidster die op het moment zonder werk zit. Ze heeft recent haar flat in Athene opgegeven en is weer bij haar moeder ingetrokken. „Als de politieke problemen weg zijn, komt de rest ook wel weer. Misschien maakt de oudere generatie dan plaats voor ons.”

De kleine vrouw zit met een halve liter bier uit de supermarkt met vrienden op een betonrand voor het treinstel. Links van haar een jonge advocaat zonder eigen praktijk die nog een extra studie doet. Rechts een bouwkundig ingenieur die in ruil voor een uitkering meedoet aan een loopbaantraining van een half jaar van het arbeidsbureau. Om hem voor te bereiden op werken in de bouw, moet hij samen met een groep langdurig werklozen de kleedkamers in het stadion van de gemeente verven.

Het arbeidsbureau (OAED) geeft bedrijven een subsidie als ze een werkloze een baan voor minimaal 27 maanden geven. Het minimumloon is verlaagd naar 580 euro. Jongeren onder de 25 kunnen zelfs tijdelijk voor minder dan 500 euro worden aangenomen.

En nog altijd schrikken de rigide cao’s werkgevers af. Thodoris Panagakis (30) had bijna een contract bij een bedrijf dat pesticiden verkoopt. Dat ketste af toen de eigenaar erachter kwam dat hij hem 300 euro extra zou moeten betalen, om recht te doen aan zijn universitaire diploma als landbouwkundig ingenieur. „Ik wilde daar best van af zien, maar hij wilde zich aan de wet houden”, lacht hij wrang. In plaats daarvan heeft hij nu een sollicitatiegesprek bij een ijssalon.

Kalamata ligt prachtig tussen de olijfgaarden, waar de streek wereldberoemd om is. De terugkeer naar Kalamata is voor de meesten in hun hoofd nog een tussenstop, niet het eindstation. Ze zijn nog niet toe aan de vraag of ze hun ambities moeten aanpassen aan de kabbelende realiteit van Kalamata, hoewel een enkeling al experimenteert met kleinschalige landbouw.

Wie bij zijn ouders woont en geen woonlasten heeft, heeft met 300 euro per maand in Kalamata een aangenaam leven. De familie vormt een vangnet dat uitstel van het nemen van moeilijke besluiten nog even mogelijk maakt.