Turkije: Syrië opende vuur op tweede toestel - ‘aanval tegen allen’

Een Turks F-4-toestel. Zo’n exemplaar stortte vrijdag neer nadat het was beschoten door Syrische luchtafweer. Foto Reuters / Osman Orsal

Syrië heeft opnieuw het vuur geopend op een Turks gevechtsvliegtuig dat zich in het Syrische luchtruim begaf. Dat meldt de Turkse vice-premier, Bulent Arinc, vanavond in een persconferentie. Het zou gaan om een vliegtuig dat op zoek was naar het wrak van het toestel dat vrijdag door Syrië werd neergehaald.

Het Syrische leger heeft het toestel beschoten ondanks een waarschuwing van Turkije. Wanneer dit precies plaatsvond werd niet duidelijk, ook meldde Arinc niet of de zoekactie is geslaagd. Eerder vandaag verklaarde Syrië nog dat de zoekactie naar het neergehaalde vliegtuig door de twee landen samen wordt uitgevoerd.

Artikel 5: aanval tegen één lidstaat is een aanval tegen allen

Daarbij benadrukte Arinc vandaag dat Turkije, voor de Syrische opstand een bondgenoot van Syrië, niet voornemens is om in een oorlog terecht te komen na het incident van vrijdag, en dat het land geheel zal handelen naar de internationale regelgeving. Wel zei Arinc later dat de NAVO-bondgenoten zal vragen de Syrische actie onder artikel 5 te scharen. In dat artikel staat dat een aanval tegen één lidstaat een aanval tegen allen is, en dat de bondgenoten enige vorm van actie moeten ondernemen.

De NAVO vergadert morgen over het ongeluk van vrijdag in het kader van artikel 4 van het NAVO-handvest. Daarin staat dat lidstaten ‘gezamenlijk zullen overleggen wanneer, in de ogen van een van hen, de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een van de partijen wordt bedreigd’.

http://www.youtube.com/watch?v=1aMi-Gr-NFo

Dilemma voor Turkije: hoe te reageren?

Carolien Roelants, buitenlandredacteur voor NRC Handelsblad, noemt het “zeer onwaarschijnlijk” dat Turkije of de NAVO de aanval inzet op Syrië na het incident van vorige week. Correspondent Bram Vermeulen legt vandaag in de krant uit dat Turkije nu voor een dilemma staat over hoe het land het beste kan reageren op de gewelddadige actie van Syrië:

“Hoe je waardigheid en eer te redden, zonder een conflict te worden ingezogen waaraan de internationale gemeenschap al 16 maanden zijn vingers niet wil branden. [...] Er zijn dwingende redenen voor Turkije om niet te reageren. De Syrische oppositie is nog altijd te verdeeld om een serieus alternatief te bieden voor de regering van president Assad. Waar leg je de grenzen van zo’n bufferzone, als de verschillende minderheden van Syrië door elkaar wonen?”

Vrijdag meldde Jihad Makdissi, de woordvoerder van het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken, met klem dat het neerschieten van het Turkse gevechtsvliegtuig geen “agressieve daad” was tegen Ankara, maar een ongeluk, een stelling die hij vandaag herhaalde. Syrië maakte volgens hem gebruik van het “soevereine recht” een ongeïdentificeerd vliegtuig neer te halen. Volgens Roelants probeert Syrië de zaak nu zoveel mogelijk te sussen:

“Het is nu niet in het belang van Syrië om het incident op de spits te drijven. Ze hebben een punt gemaakt, namelijk dat Syrië ertoe in staat is om gevechtsvliegtuigen neer te halen. Maar het land is er niet bij gebaat om meer dergelijke situaties uit te lokken die uitlopen op een gewapende vergelding.”

    • Annemarie Coevert