Turkije in lastig parket door neergehaald toestel

Het Turkse vliegtuig dat door Syrië is neergehaald plaatst Turkije voor een dilemma: hoe te reageren zonder in een uitzichtloos conflict te worden meegezogen.

Het wrak van het Turkse F-4 Phantom verkenningsvliegtuig dat vrijdag om 11.58 uur van de radar verdween, ligt op 1.300 meter diepte van de Middellandse zee, in Syrische territoriale wateren. De twee piloten zijn nog altijd niet gevonden. Het is niet alleen de vraag hoe Turkije hierop moet reageren, maar ook wat de NAVO, die morgen in spoedzitting bijeen komt, gaat doen.

Over wie schuldig is heeft niemand twijfel, zelfs Syrië niet. Het Syrische luchtafweergeschut haalde het toestel neer nadat het onaangekondigd laag door het Syrische luchtruim vloog, boven Syrische territoriale wateren. De Turkse regering ziet dit incident niet als een ongeluk, zoals het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Damascus reageerden de schutters volgens het boekje toen ze een „ongeïdentificeerd vliegtuig laag” het luchtruim vlakbij de kustplaats Latakia zagen binnenvliegen. In die versie van de waarheid lag een duidelijke boodschap voor Syriës vijanden besloten: het Syrische luchtafweer van Russische makelij werkt uitstekend, is in hoogste staat van paraatheid en tot op de millimeter nauwkeurig.

De Turkse minister Davutoglu was gisteren zeer stellig dat het neerhalen onmiskenbaar een „vijandige handeling” was. Het Turkse toestel was volgens hem onbewapend, voerde een trainingsvlucht uit om een radarsysteem te testen, was zichtbaar Turks en vloog weliswaar even boven Syrisch grondgebied, maar werd neergeschoten boven internationale wateren.

Maar met die vaststelling staan de Turken ook voor een dilemma. Hoe je waardigheid en eer te redden, zonder een conflict te worden ingezogen waaraan de internationale gemeenschap al 16 maanden zijn vingers niet wil branden.

Turkije stond al eerder voor dit dilemma. In april schoten Syrische militairen over de grens op Syrische opstandelingen die hun toevlucht hadden gezocht in Turkse opvangkampen. Er zijn inmiddels 32.000 Syrische vluchtelingen in Turkije, in grote meerderheid sunnieten. Het instellen van een bufferzone in het noorden van Syrië zou die vluchtelingenstroom kunnen indammen en een sterk signaal geven aan Damascus: tot hier en niet verder.

Toen, net als nu, golden dwingende redenen voor Turkije om niet te reageren. De Syrische oppositie is nog altijd te verdeeld om een serieus alternatief te bieden voor de regering van president Assad. Waar leg je de grenzen van zo’n bufferzone, als de verschillende minderheden van Syrië door elkaar wonen?

Volgens de Turkse krant Millyet is het Turkse leger wel veel machtiger dan het Syrische, maar heeft het niet de middelen voor zo’n grootschalige interventie. „Er zijn bovendien sterke aanwijzingen dat Syrië steun verleent aan de Koerdische PKK. De Koerdische kwestie is de achilleshiel van Turkije, het is een open wond. Als Turkije ingrijpt zal niet alleen het Ba’ath-regime (van Assad) gaan porren in die wond, maar ongetwijfeld ook Iran.”

Een bezetting zal ook het wantrouwen in de regio voeden dat Turkije net als eeuwen geleden Ottomaanse ambities koestert. Turkije wordt liever gezien als handelspartner dan als bezettingsmacht.

Dus deed Turkije wat de spindoctors voorschrijven: vertragen, en een Turks probleem tot een probleem van de internationale gemeenschap maken. Een weekend lang werd er gebeld naar machtcentra, van Saoedi-Arabië tot Iran, van de VS tot de EU en Rusland.

In de andere hoofdsteden is opvallend terughoudend gereageerd. Washington verwees alle vragen van journalisten door naar Turkije. In Brussel bleef het stil. Bij de VN kan het incident wel iets veranderd hebben. „Turkije handelt na het neerhalen van het vliegtuig wijselijk binnen de grenzen van de internationale consensus”, twittert Hugh Pope van de International Crisis Group. „Het kan nu op meer sympathie rekenen voor een grotere rol van Rusland en de Verenigde Naties in Syrië.”

    • Bram Vermeulen