Stilte na het neerstorten

Turkije staat voor een duivels dilemma: hoe reageert het op het neerhalen van een vliegtuig door Syrië zonder in het conflict te worden getrokken?

TOPSHOTS Turkey's Foreign Minister Ahmet Davutoglu (R) leaves a meeting to discuss efforts to locate the crew and future steps, with army generals and other officials, in Ankara, on June 23, 2012 after Syria confirmed it had shot down a Turkish fighter jet. Turkey said on June 23 one of its fighter jets may have violated Syrian airspace after Damascus confirmed shooting it down, in comments seen as a bid to cool the latest spat between the former allies. Both countries were now searching for the two missing crew of the Turkish F-4 Phantom jet shot down over the eastern Mediterranean on June 22, 2012.AFP PHOTO/ADEM ALTAN AFP

Correspondent Turkije

ROTTERDAM. Het wrak van het Turkse F4 Phantom verkenningsvliegtuig dat vrijdagmiddag om 11.58 uur van de radar verdween, ligt nu op 1.300 meter diepte in de Middellandse Zee, in Syrische territoriale wateren. De twee Turkse piloten zijn na drie dagen zoeken nog altijd onvindbaar. Over de schuld van het debacle heeft niemand twijfel, zelfs Syrië niet.

Het Syrische luchtafweergeschut haalde het toestel neer nadat het onaangekondigd laag door het Syrische luchtruim vloog, boven Syrische territoriale wateren. De Turkse regering ziet dit incident niet als een „ongeluk”, zoals het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Damascus reageerden de schutters enkel volgens het boekje toen ze een „ongeïdentificeerd vliegtuig” het luchtruim vlakbij de noordelijke kustplaats Latakia zagen binnenvliegen. In deze versie van de waarheid zit een duidelijke boodschap voor Syriës vijanden besloten: het Syrische luchtafweer van Russische makelij werkt uitstekend, is in hoogste paraatheid en op de millimeter nauwkeurig.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu was gisteren zeer stellig dat het neerhalen onmiskenbaar een „vijandige handeling” was. Het toestel was volgens hem onbewapend, voerde een trainingsvlucht uit om een radarsysteem te testen, was zichtbaar Turks, en vloog boven internationale wateren toen de Syriërs de trekker overhaalden.

Maar met die vaststelling staan de Turken tegelijk voor een duivels dilemma. Hoe je waardigheid en eer te redden, zonder een conflict te worden ingezogen waar de internationale gemeenschap al 16 maanden zijn vingers niet aan wil branden.

Turkije stond al eerder voor dit dilemma. Afgelopen april schoten Syrische militairen over de grens op Syrische opstandelingen, die hun toevlucht hebben gezocht in Turkse opvangkampen. Er zijn inmiddels 32.000 Syrische vluchtelingen in Turkije, in grote meerderheid Syrische soennieten. Het instellen van een bufferzone in het noorden van Syrië zou die vluchtelingenstroom kunnen indammen en een sterk signaal geven aan Damascus: tot hier en niet verder. Toen, net als nu, golden dwingende redenen voor Turkije om niet te reageren. De Syrische oppositie is nog altijd te verdeeld en wanordelijk om een serieus alternatief te bieden aan de regering van president Bashar al-Assad. Waar leg je zo’n bufferzone, als de minderheden van Syrië dwars door elkaar wonen, niet streek voor streek verdeeld maar straat voor straat.

Volgens de buitenlandcommentator van de Turkse krant Millyet, Kadri Gürsel, ontbeert het Turkse leger ook de middelen voor zo’n grootschalige interventie. „Er zijn bovendien sterke aanwijzingen dat Syrië steun verleent aan de Koerdische PKK. De Koerdische kwestie is de achilleshiel van Turkije, een open wond. Als Turkije ingrijpt zal niet alleen het Baath regime (van Assad) gaan porren in die wond, maar ongetwijfeld ook Iran.” Een bezetting zal ook het wantrouwen in de regio voeden dat Turkije, net als eeuwen geleden, Ottomaanse ambities koestert.

Dus deed het land dit weekend wat de spindoctor voorschrijft: vertragen, en het probleem geen Turks maar een probleem van de hele internationale gemeenschap maken. Een weekendlang werd er gebeld met iedereen die er toe deed. Van Saoedi-Arabië, tot Iran, van de VS, de EU tot Rusland. Turkije vroeg een speciale zitting aan van de NAVO. Dat overleg zal morgen plaatsvinden in het kader van artikel 4 van het NAVO-handvest. Dit artikel schrijft voor dat lidstaten ‘gezamenlijk zullen overleggen wanneer, in de ogen van een van hen, de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een van de partijen wordt bedreigd’.

Turkije had zich ook kunnen beroepen op artikel 5, dat bepaalt dat een aanval tegen een NAVO-land een aanval tegen alle NAVO-landen is.

Vanuit de andere hoofdsteden werd eveneens opvallend terughoudend gereageerd. Washington noemde het neerhalen ‘brutaal en onaanvaardbaar’. Brussel hield zich stil.

    • Bram Vermeulen