Reactie op ‘Blijvend geluk bestaat niet’

Naar aanleiding van het interview met Frédéric Lenoir, afgelopen dinsdag in de Mens&-bijlage, kregen wij de volgende reactie binnen.

Marli Huijer, bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: „Kijk niet achterom of vooruit, maar richt je aandacht op het nu, aldus de Franse filosoof Frédéric Lenoir vorige week in het interview dat naar aanleiding van de vertaling van zijn boek Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed in deze krant verscheen. Net als veel andere levenskunstfilosofen wil hij ons doen geloven dat het goed is om in het hier en nu te leven. ‘De vreugde ligt voor het grijpen’, aldus de jongogende, succesvolle vijftiger, ‘maar dat kan alleen als je in het moment leeft’.

Lenoirs levenslessen passen bij een bredere trend in de samenleving om zonder voor- of achteruit te kijken zo intens mogelijk in het nu te leven. Liever vandaag genieten, dan je druk te maken over het verleden of de toekomst. Hoe aantrekkelijk die houding ook kan zijn voor het individu, op sociaal en cultureel niveau leidt de gerichtheid op het nu al gauw tot kortzichtigheid, hedonisme en een gebrek aan solidariteit met toekomstige generaties. Een goed leven bereik je niet door in het hier en nu te leven, maar juist door jezelf een doel te stellen en jezelf bij herhaling te oefenen om dat doel dichter bij te brengen. Wie een goede manager wil worden, een vaardig automobilist, een vlotte schrijver of een deskundig filosoof, ontkomt er niet aan eindeloos te oefenen en te oefenen. Maar juist die vaardigheid verliezen we als we alle aandacht op het hier en nu richten.

Wat moeten we ons voorstellen bij dat ‘leven in het nu’? De eerste vooronderstelling is dat omkijken naar het verleden of anticiperen op de toekomst ons afleidt van het werkelijke genieten van het leven. ‘We hebben de neiging steeds in het verleden te vertoeven of aan de toekomst te denken’, zegt Lenoir. ‘Als je ’s morgens onder de douche staat, denk je aan wat je die dag te wachten staat. Dan merk je niet hoe heerlijk het water over je lichaam stroomt.’

Daar bovenop menen veel levenskunstfilosofen dat het ‘nu’ een andere tijd is dan het verleden of de toekomst. In het ‘nu’ openbaart zich volgens hen een andersoortige tijd: een tijdloze of eeuwige tijd, die de tijd van de klok en de kalender doorbreekt. Het is een tijd waar je écht aanwezig bent en die je het gewone leven doet vergeten. Om die tijd te kunnen ervaren moet je niet alleen voor honderd procent in het ‘nu’ leven, maar ook bereid zijn om in je eigen innerlijk af te dalen. Want daar, in het diepste innerlijk, treffen we de ziel, die ons écht tot mens maakt. Ook Lenoir beschrijft in het interview het innerlijke leven als de bron waaruit we moeten putten om écht mens te zijn. Leven in het hier en nu betekent voor hem dat we niet met onze gedachten elders zijn, maar ons concentreren op het moment zelf om zo ‘onze ziel te voeden met gevoelens waaraan we een zeker euforie kunnen ontlenen.’

De oproep om in het hier en nu een zekere euforie te ervaren roept velerlei bezwaren op. Om te beginnen leidt die tot kortzichtigheid. De puber die niet aan morgen wil denken en zich vandaag overgeeft aan de euforie van de alcohol loopt het risico in coma te raken en levenslang last te hebben van hersenbeschadigingen. Voor de roker, die hier en nu geniet van de euforie die de nicotine in het innerlijk oproept, dreigen op termijn hart- en vaatziekten, longkanker en een vroegtijdige dood. De consument, die steeds weer nieuwe, spannend ervaringen zoekt in verre, exotische oorden, maakt zich niet druk om de gevolgen voor toekomstige generaties. Je leeft maar één keer, dus daar moet alles uitgehaald worden.

En dat is niet het enige. Wie geen boodschap heeft aan het verleden of de toekomst, en de euforie van het moment van nu als het meest échte van het menselijk leven beschouwt, verliest ook zijn betrokkenheid bij zijn omgeving. Dat begint al bij de douche. Anticipatie op wat komen gaat, zorgt ervoor dat we niet te lang onder de douche staan, anderen ook de tijd gunnen om te douchen, tijd overhouden om te ontbijten, de kinderen naar school te brengen en aan het werk te gaan. Anticipatie is een uiting van adaptatie, het je kunnen aanpassen aan de omstandigheden waarin je leeft. Die anticipatie zit voor een deel in ons gestel – de hand neemt de vorm van een glas aan zodra het glas ons wordt aangereikt –, en voor een deel in ons bewustzijn: we nemen onder de douche even de tijd om ons voor te stellen hoe de komende dag eruit zal zien.

Met Heidegger kun je je afvragen of het niet juist die anticipatie op wat komen gaat is die onze menselijkheid uitmaakt. Die voorstelling van wat gaat komen kan zelfs tot voorbij de dood reiken: wanneer we de eindigheid onder ogen zien en ons voorstellen dat we er straks niet meer zijn, ervaren we beter wat het is om er wél te zijn.

In Je moet je leven veranderen laat ook Peter Sloterdijk zien dat vooruitkijken onontbeerlijk is voor een goed leven. In plaats van genoegen te nemen met hoe het leven op dit moment is, bouwen mensen liever ‘verticale spanningen’ op. Die omhoog gerichte spanningen werken als een magneet, ze brengen ons ertoe om door gerichte oefeningen ergens beter in te worden en uit te stijgen boven wat we hier en nu kunnen of zijn. Die levenshouding, waarin je bereid bent van het verleden te leren, te luisteren naar trainers of leraren die iets beter kunnen dan jij, en waarin je jezelf verplicht om een handeling te oefenen waardoor deze in de toekomst op hetzelfde peil blijft of beter wordt, geeft pas op de lange termijn bevrediging: als het door eindeloos oefenen inderdaad lukt om ergens vaardiger in te worden.

Lenoirs advies om in het hier en nu te leven is op zijn plaats als je op de top van je kunnen staat. Achterom kijken naar de verrichte inspanningen of vooruit kijken naar de terugweg zou het fraaie uitzicht op de top immers tekort doen.

Maar voor diegenen die onder aan de maatschappelijke ladder staan, die onderweg zijn naar hun top of al op de terugtocht, zijn dit soort wijze levenslessen weinig bruikbaar: ze ontnemen je de hoop om jezelf of de wereld te veranderen en maken het verleidelijk om bij tegenslag dan maar via alcohol of consumptie alles uit het hier en nu te halen.”