Rabo: miljarden extra nodig voor schone energie

Nederland dreigt zijn doelstellingen voor schone energie niet te halen. Extra investeringen van 4 miljard euro per jaar zijn nodig.

De achterstand van Nederland op de andere EU-landen op het terrein van schone energie is enorm. Om die in te lopen zijn extra investeringen nodig van 24 miljard euro in de periode 2014-2020 – 4 miljard per jaar, een bedrag waarvan je bijna een kerncentrale kunt bouwen.

De Nederlandse SDE+-subsidies voor duurzame energie bieden investeerders „niet de juiste prikkel” en worden daardoor slecht benut: van het totaal beschikbare budget van 9 miljard euro tot 2020 is tussen 2008 en 2011 maar 80 miljoen euro daadwerkelijk verstrekt.

Dat stelt Rabobank-analist Clara van der Elst in een onderzoek dat vandaag is gepubliceerd. Op dit moment is minder dan 4 procent van ons totale energieverbruik van duurzame herkomst: wind, zon, biomassa en biobrandstof. Daarmee loopt Nederland ver achter bij het EU-gemiddelde van 11,5 procent.

In 2020 moet dat 20 procent zijn, zo spraken de EU-lidstaten in 2009 met elkaar af. Het nationale Nederlandse streefdoel ligt op 14 procent, alleen door een andere manier van meten; de lat ligt even hoog. Maar als Nederland zijn beleid niet ingrijpend verandert, zal het in 2020 niet verder komen dan 9 procent, zo waarschuwt Van der Elst.

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) erkent de achterstand, maar wijst ook op het effect van SDE+, een nieuwe subsidie voor duurzame energieprojecten die vorig jaar is ingevoerd. SDE+ helpt Nederland in 2020 naar een aandeel van 10 tot 12 procent ‘duurzaam’, aldus EL&I, mits volgende kabinetten de regeling tot dat jaar laten voortbestaan.

SDE+ geldt in principe alleen voor deze, inmiddels voortijdig beëindigde, kabinetsperiode. Via SDE+ is jaarlijks 1,4 miljard euro beschikbaar aan subsidie voor duurzame energieprojecten, ofwel ruim 12 miljard euro van 2011 tot 2020. Deze regeling is effectiever, omdat de subsidies gaan naar de aanbieders die de laagste prijs met kilowattuur kunnen leveren.

Dan nog dreigt Nederland „zijn doelstelling inzake hernieuwbare energie voor 2020 niet te halen”, waarschuwt Van der Elst. Zij schat dat bovenop de 12 SDE+-miljarden nog eens twee keer dat bedrag nodig is: 13 miljard voor zonnepanelen, 7 miljard voor windmolenparken op zee en 2 miljard voor zowel biomassa en als voor windmolens op land. De vrije markten voor met name zonne- en windenergie functioneren goed. Door schaalvergroting en innovatie wordt vooral zonne-energie snel goedkoper. Toch kan duurzame energie voorlopig niet zonder de overheid.

Productie en verbruik van fossiele energiebronnen profiteren jaarlijks van 5,6 miljard euro aan historisch gegroeide financiële voordelen uit de staatskas, tegen ‘slechts’ 1,5 miljard voor duurzame energie. Bovendien worden de milieukosten van fossiele bronnen onvoldoende in de prijs doorberekend.

Daarom kost stroom uit een gas- of kolengestookte centrale 5 cent per kilowatt-uur, een prijs waarmee van de duurzame bronnen alleen wind op land kan concurreren. Stroom uit zonnepanelen is nog vier tot vijf keer zo duur. Het bestaande overheidsbeleid helpt de omschakeling onvoldoende, meent Van der Elst.

SDE+ en zijn voorganger SDE bieden „niet de juiste prikkel” aan investeerders, reden waarom in de SDE-periode 2008-2011 slechts een fractie van het beschikbare bedrag werd verstrekt. Bovendien gaat de bulk van het SDE+-geld naar energie uit biomassa, natuurlijk afval uit de landbouw en voedingsindustrie. Maar deze grondstof stijgt in prijs, waardoor een „substantieel aantal” biomassaprojecten niet langer levensvatbaar is.