Politie pakt betogers Soedan hard aan

De politie heeft gisteren in de Soedanese hoofdstad Khartoum met traangas een einde gemaakt aan demonstraties tegen de regering van president Omar al-Bashir. Al een week lang gaan groepen betogers de straat op in Soedan.

Aanvankelijk richtte hun woede zich vooral op het regeringsbeleid om de voedselprijzen te laten stijgen en subsidies af te schaffen. Maar inmiddels eisen veel demonstranten, mede geïnspireerd door volksprotesten in andere Arabische landen ook het vertrek van de regering van Bashir. De protesten hebben zich ook uitgebreid naar sommige plaatsen buiten Khartoum, zoals de zuidelijke stad El-Obeid. Ook beperken ze zich niet langer tot studenten.

De protesten in Khartoum trokken gisteren minder betogers dan de voorgaande dagen, mogelijk ook omdat de politie vooraf had gedreigd met hardere represailles.

Woordvoerders van oppositiegroeperingen in Soedan melden dat tientallen studenten zijn gearresteerd. Ook activisten van de oppositie zouden zijn aangehouden.

President Bashir, die wordt gezocht door het Internationaal Strafhof in Den Haag op verdenking van medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Darfur, bagatelliseerde de protesten gisteravond. „De mensen die banden in brand steken zijn niet talrijk en zijn alleen op zoek naar een opstootje”, zei hij. Volgens hem ging het slechts om een duizendtal betogers en was er geen sprake van een volksopstand.

De Soedanese economie is het afgelopen jaar in het ongerede geraakt door de afscheiding van Zuid-Soedan vorige zomer. Daardoor kan de regering in Khartoum niet langer beschikken over driekwart van de lucratieve olie-inkomsten.

Een van de oorzaken van de huidige protesten is ook juist dat de plannen van de regering voorzien in een vermindering van de subsidies op brandstof. (Reuters, AP, AFP, BBC)