Nederland zet KPN ook gewoon in de etalage

KPN, ‘ons’ voormalige staatstelefoonbedrijf, is eind vorige week overrompeld door een zeldzaam vertoond vertrouwensverlies dat verstrekkende consequenties kan hebben. KPN verzet zich al weken tegen een ongevraagde overnamepoging van het mobiele telefoniebedrijf América Móvil. Sterke man is multimiljardair Carlos Slim, die zijn fortuin maakte als pseudomonopolist op de Mexicaanse markt. Hij heeft zijn zinnen nu op Europa gezet.

América Móvil verkiest bij KPN een positie als een kernaandeelhouder die wel de lusten wil genieten van samenwerking me KPN, maar niet de lasten wil dragen van bijvoorbeeld de schulden.

De gretigheid van América Móvil steekt schril af tegen de geïsoleerde positie van KPN zelf. Donderdag kocht América Móvil in een klap tegen dalende koersen op de beurs nog eens 12 procent. Vrijdag bezat zij ruim 20 procent. Beleggers verkochten en masse hun aandelen. Ze nemen liever genoegen met ongeveer 7,50 euro nu dan 8 euro straks.

Het vertrouwensverlies onder aandeelhouders is een afgang voor KPN. De neergang volgt op een serie tegenslagen die de nieuwe topman Eelco Blok deels zijn overkomen, deels heeft veroorzaakt. KPN liet zich verrassen door het overstapgedrag van zijn eigen klanten, moest rap zijn investeringen opschroeven om overeind te blijven, heeft een gespannen relatie met toezichthouder Opta en mist al bijna een half jaar een financieel directeur.

In andere grote Europese landen zou een staccatobod van een buitenlandse investeerder op een onderneming à la KPN (ruim 30.000 voltijdbanen) met een cruciale rol in de infrastructuur tot opgetrokken wenkbrauwen in de politiek leiden. Of tot meer dan dat, zoals Frankrijk dat een paar jaar geleden het Amerikaanse PepsiCo duidelijk maakte dat Danone Frans erfgoed was. En dus niet te koop.

In Nederland houden ministers zich in zulke situaties juist afzijdig. Het vestigingsklimaat is heilig. Dat betekent dat de regering in principe de deur openzet voor overnames in de verwachting dat andere landen ook hun deur openzetten. Dat eerste leidt tot teleurstellingen, zie het echec van ABN Amro (genationaliseerd), farmabedrijf Organon (dicht) en autofabrikant Nedcar (in afwachting van sluiting). Het tweede ook, omdat andere landen hun eigen industrie wel willen beschermen, zeker als het gaat om infrastructuur, energie en grondstoffen.

Maar hier beperkt minister Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA) zich tot het volgen van het overnameproces. Daarmee etaleert hij, ondanks zijn demissionaire status, onnodig een schrale taakopvatting.