Je moet een culturele kosmopoliet zijn

In Open City, het debuut van de in Amerika geboren en in Nigeria getogen Teju Cole, gebeurt niets. Toch fascineert het. „Ik hou niet van de manier waarop plots de literatuur dicteren.”

Nederland, Amsterdam, 30-05-2012 Teju Cole (born June 27, 1975) is a Nigerian-American writer, photographer, and art historian PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

Boekrecensent

‘Plots worden overschat’, zegt de Amerikaanse schrijver Teju Cole over zijn roman Open City. Hij is in Amsterdam voor de promotie van zijn opvallend succesvolle debuut. Opvallend omdat Open City nauwelijks een verhaal heeft. Julius, een eenzame psychiater, opgegroeid in Nigeria, wandelt door New York, kijkt om zich heen en praat met mensen. Dat is het. En toch is dit een fascinerend boek.

Net als Cole zelf is Julius geboren in de Verenigde Staten, opgegroeid in Nigeria en op zijn zeventiende naar Amerika teruggekeerd. Hij denkt na over de plek die hij in de stad inneemt en over de stad zelf. Ondertussen praten de overige personages over muziek, literatuur, filosofie, identiteit en vrijheid. Zo merkt een personage op dat Europa in feite helemaal niet vrij is: ‘Er wordt wel over vrijheid gesproken, maar dat zijn holle frasen. Als je ook maar een beetje kritiek hebt op Israël, dan wordt je de mond gesnoerd met die zes miljoen. [...] Het gaat erom dat het onwettig is het te ontkennen, en dat er een ongeschreven regel is dat je het zelfs niet ter discussie mag stellen.’

Er worden veel meningen geponeerd in uw boek, zonder dat er een vaste verhaallijn is. Wat heeft u tegen een plot?

„Ik hou niet van de manier waarop plots de literatuur dicteren. Met een plot werk je bewust ergens naartoe. Dat kan interessant en amusant zijn, maar literatuur gaat wat mij betreft eerder over het creëren van ruimte waarin dingen kunnen gebeuren. Ik wil verhalen vertellen en daarbij is een plot slechts een van de mogelijkheden waarmee dat kan, ook al maken de meeste schrijvers er gebruik van.”

„Daarnaast gaat mijn roman over het geheugen. En als je realistisch over het geheugen wilt schrijven, blijkt dat geen strak laken maar een soort open patroon, een soort kant. Het is onvolmaakt, maar heeft zijn eigen samenhang.

„Het geheugen is ook een Amerikaans thema: voor een groot deel bestaat de Amerikaanse droom namelijk uit het vergeten van je verleden. Iedereen maakt zijn eigen verhaal. Elke immigrant is een filmregisseur in zijn eigen hoofd.”

Maar Julius is, net als u, geen immigrant. Waarin verschilt uw boek van een immigrantenroman?

„In een immigrantenroman gaat het meer om je eigen positie in een stad, terwijl in mijn boek alles draait om de positie van de stad. Deze roman gaat inderdaad niet over iemand die zich afvraagt of hij in de Verenigde Staten thuishoort. Evenmin vraagt hij zich af of hij geaccepteerd zal worden, want hij is al thuis. Ook al verloopt die acceptatie door zijn jeugd in Nigeria, zijn familie die daar nog woont, zijn uiterlijk en andere redenen niet probleemloos, hij is een New Yorker en daarom kan hij de donkere kant van die stad tonen, zijn geschiedenis een spiegel voorhouden.”

Is Julius in die zin meer een nieuwerwetse flaneur?

„Ja, de flaneur in de traditie van Baudelaire, bestaat niet meer. Julius is inderdaad een flaneur, maar niet omdat hij zoals bij Baudelaire gezien wil worden. Hij wandelt om zélf te zien. Hij is een psychogeograaf: hij loopt door de stad en voelt de psychologische intensiteit van de stad aan. Hij maakt zichzelf tot een soort sensor waarmee hij de geschiedenis van bepaalde plekken probeert te peilen.”

De geschiedenis van een getraumatiseerde stad?

„Hij is een flaneur van na 11 september, maar geen ramptoerist. Hij kijkt, luistert en wandelt niet voor de lol, maar omdat hij hopeloos is. De enige manier om niets te zien, is je ogen te sluiten. Julius’ ogen zijn hulpeloos open. Met die indirecte blik wil ik over gruwelen en verlies schrijven.

„De Holocaust-literatuurindustrie, met haar teveel aan directe verhalen en emotionele epiek, vertelt ons minder dan de verhalen die vanaf de zijlijn zijn geschreven. De boeken van W.G. Sebald bijvoorbeeld, of Harry Mulisch’ De ontdekking van de hemel: de schaduw is daar nog dreigender aanwezig dan wanneer de gruwelen van Auschwitz er direct in zouden zijn uitgemeten.

„Ik wilde dus geen 11 septemberboek schrijven waarin lichamen uit de puinhopen worden getrokken. Het moest gaan over de psychologische schade die werd toegebracht aan een stad die al in een eerder stadium door de geschiedenis was beschadigd, door het verleden van native Americans, Afro-Amerikanen, homofobie, immigranten, enzovoort. ”

Opvallend is dat de personages elkaar vinden in hun gesprekken over cultuur. Alsof cultuur kosmopolitischer is dan religie. Terwijl bepaalde religies wijder verspreid zijn dan de boeken, muziekstukken of filosofen die u noemt. Waarom is dat?

„Als dit een religieus boek was, zou ik dwingend proberen iemand van mijn perspectief te overtuigen. Maar die druk is er niet bij cultuur. Cultuur is opener en maakt het mogelijk voor ons om dit gesprek te voeren.

„Ik zet altijd vraagtekens bij het idee van authenticiteit. Mijn eerste taal is Yoruba. Er zijn dingen die moeilijk zijn uit te leggen als je die cultuur niet kent. Maar er is ook veel wat ik wel kan uitleggen. In het Engels. Zo kan ik echt, als ik het goed uitleg, culturen verbinden. Neem alleen al mijn eigen voorkeuren: ik vind de films van Kurosawa ontroerend. Ik lees veel Europese auteurs. Ik hou van jazz en Beethoven, en die muziek is voor mij gemaakt, zo voelt dat.”

Schuilt in een wereldwijd cultuurbegrip niet ook ook het gevaar van een soort McDonald’s-literatuur?

„Nee, daar ben ik niet bang voor. McDonald’s-literatuur bestaat, dat is de makkelijk toegankelijke literatuur, maar daar valt mijn werk niet onder. Zolang de vervreemding niet verdwijnt uit je werk, zolang wat je maakt niet echt voor iedereen is, loop je dat gevaar niet. Mijn boek is niet makkelijk voor elke lezer.

„Je moet een culturele kosmopoliet zijn. Dat is niet iedereen. Maar je afkomst hoeft geen belemmering te zijn om mijn werk te waarderen. Niet elke Argentijn zal het mooi vinden, maar voor sommige Argentijnen of Zuid-Afrikanen is het leesbaar – ik weet ook niet waarom ik al mijn voorbeelden nu van het zuidelijk halfrond haal.

„Als ik het leven van de Zweedse dichter en Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer vergelijk met het mijne, dan zijn er eigenlijk geen overeenkomsten. Maar als ik zijn poëzie lees, raakt hij me in mijn ziel. Is dat omdat hij toegankelijk is? Nee. Dat is omdat hij erin geslaagd is om iets te raken dat buiten hemzelf ligt. En een deel van míj dat buiten mezelf ligt, kan daarmee in contact komen.”

Een personage in Open City zegt op een gegeven moment: ‘Mensen als Ben Jelloun (Marokkaanse romanschrijver, red.) leiden het leven van een schrijver in ballingschap, en vanuit westers perspectief verleent hun dat een zekere dichterlijkheid.’ Wat is uw reactie daarop?

„Een schrijver in ballingschap zijn, dat is iets prachtigs. Maar wat stelt die ballingschap eigenlijk nog voor, nu iedereen ongehinderd het land in en uit kan? Exil was iets heel serieus en belangrijks. Je verlaat het enige land dat je kent en je mag niet terugkeren. Maar dat is allemaal anders nu, ook dankzij internet. Daardoor verandert onze ervaring van afstand, en ook van ‘heimwee’. Je kunt skypen, e-mailen, enzovoorts. In de jaren negentig sprak ik mijn familieleden eens in de twee weken. Er was geen e-mail, brieven verdwenen en bellen was een hele onderneming. Mijn vader ging naar een belwinkel, belde me om vijf uur ’s ochtends en sprak dan vijf minuten met me. Soms was hij de enige van de familie die ik sprak in een jaar. Dat is allemaal anders geworden.”

„Dit verdwijnen van afstand zie ik terug in de identiteiten die we in de Verenigde Staten hebben gevormd, die met een afbreekstreepje: Indian-American, Nigerian-American, Dutch-American. Iedereen is gemengd, en niet alleen Amerikanen. De hele wereld is half Amerikaans omdat iedereen nu eenmaal de helft van de tijd Amerikaanse culturele producten consumeert. Dat verandert de betekenis van ‘exil’ of ‘thuis’.”

Vormen uw Twitterverhalen, waarin u wereldwijd nieuws verwerkt tot een korte vertelling, de zogeheten small fates, ook een manier om cultuur en nieuws over de grenzen te brengen?

„Het is een daad van compassie om de tragiek van elders tot leven te roepen. Misschien is dat wel een deel van de ethische taak van de auteur: spreken voor degenen die geen stem hebben. Hoe je dat moet doen, is steeds de vraag. Soms kan dat bot, direct – zoals in de small fates op Twitter – soms moet het langzaam en zoekend, zoals in een roman. Het is een uitdaging om die verhalen zo kort te vertellen. Op een vreemde manier misschien, een beetje minimalistisch zoals bij Beckett en Ionesco. Jouw openingsvraag wat ik tegen een plot heb is eigenlijk raar: ik schrijf zes of zeven verhaaltjes per dag, die door een plot worden voortgedreven. Open City is in feite een small fate, alleen dan van 300 pagina’s. Maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer.”

Teju Cole: Open City. Faber & Faber, € 10,99.

De Nederlandse uitgave, Open stad, verscheen bij De Bezige Bij, in een vertaling van Paul van der Lecq, € 19,90

    • Toef Jaeger