‘Ik vind het riskant als Duitsland leiding neemt’

Agnieszka Brugger (27), met neus- en lippiercings, is de jongste vrouw in de Bondsdag. Ze gelooft in Europa en in teamwerk. ‘Een terugkeer naar de nationale staat zou een enorme achteruitgang zijn’. Joost van der Vaart, Berlijn

Agnieszka Brugger ontvangt me in haar kantoor aan de Berlijnse boulevard Unter den Linden, niet ver van de Bondsdag. Ze zit sinds het najaar van 2009 in het Duitse parlement en heeft defensie als specialiteit, een zware portefeuille voor zo’n jong iemand. Brugger vond het onrechtvaardig dat maar zo weinig politici zich voor jongeren inzetten. Maar zeuren wilde ze niet. In plaats daarvan stelde ze zich verkiesbaar. „Als je iets wilt veranderen, moet je politieke verplichtingen aangaan.”

Ik heb haar een bijzonder verzoek gedaan. Of ze zich over de grote thema’s van deze tijd wil uitlaten. Of ze net wil doen alsof zíj bondskanselier is, en niet Angela Merkel. Voor juniorleden van de Bondsdag is dat ongebruikelijk. Ze worden geacht zich in interviews tot hun portefeuille te beperken. Maar Brugger is niet bang. Ze gaat geen vraag uit de weg.

Wat zou u doen als u een week bondskanselier was?

„Ik zou meteen de eerste dag een grote rede over de crisis in Europa houden, waarin ik visies ontvouw en suggesties voor groeiscenario’s aandraag. Ik zou zo snel mogelijk een politiek ontwikkelen voor het verwijderen van kernwapens uit Duitsland. Ik zou het tempo verhogen van de veranderingen in de nieuwe Duitse energiepolitiek, met de nadruk op het massaal invoeren van groene energie. Ik zou een discussie aanzwengelen over de Duitse onderwijspolitiek. De rijksoverheid moet daarover meer te zeggen krijgen. Het onderwijs wordt nu teveel overgelaten aan de deelstaten. En ik zou meer geld ter beschikking stellen voor uitkeringstrekkers en arme kinderen. Om dat te financieren zou ik de belasting voor rijken verhogen.”

U bent geboren in Polen, opgegroeid in Duitsland. Wat betekent de schulden- en eurocrisis voor u als jonge Duitse?

„Die baart me waanzinnige zorgen. Het gaat natuurlijk om veel geld en financiële risico’s, maar als we niet uitkijken maken we ook nog het Europese project kapot. De EU is voortgekomen uit het verlangen naar vrede en veiligheid in Europa. Uiteindelijk staan die beide zaken op het spel. De Unie is het antwoord op problemen die staten niet meer in hun eentje kunnen oplossen. Of ze nu over het milieu of oorlog en vrede gaan. Een terugkeer naar de nationale staat zou een enorme achteruitgang zijn.”

Moet Duitsland het voortouw nemen in de eurocrisis en meer leiding geven, zoals door veel niet-Duitse politici wordt geëist?

„Ik vind dat riskant. Europa is voor mij teamwerk. Ik hou er niet van als een grote staat zijn wil aan andere staten oplegt. We hebben in de EU te maken met heel verschillende landen, die een eigen cultuur en geschiedenis hebben. Succes zal er pas zijn bij een multilaterale aanpak. We zullen gezamenlijk een oplossing voor de eurocrisis moeten bedenken. Die kan niet exclusief van Duitsland komen.

„De uitlating van mijn christen-democratische collega Volker Kauder, die zei dat Europa nu Duits spreekt, vind ik verschrikkelijk. Feitelijk is het niet juist en in overdrachtelijke zin zou ik het Europa niet toewensen.”

Maar feit is toch dat Duitsland het meeste moet betalen als het misloopt in de schuldenlanden? Waarom zou Berlijn dan ook niet de voorwaarden mogen dicteren voor de garanties en de leningen?

„Je kunt als economisch sterkste staat je wil niet aan zwakkere landen opleggen – zo werkt het niet in de EU. Laten we ook niet vergeten waar de crisis vandaan komt. Die is veroorzaakt door het neoliberalisme. Door speculaties van banken die complete handelingsvrijheid hadden. Dat leidde vier jaar geleden tot de kredietcrisis. De economie stagneerde of kromp zelfs, staten moesten voor verliezen en ongedekte risico’s opdraaien, en zo groeide de schuldenberg. Het gaat ook nu om de vraag wie de kosten van de crisis draagt. We zullen ook degenen ter verantwoording moeten roepen die dit alles hebben veroorzaakt: de banken.”

Veel Duitsers zijn eigenlijk wel tevreden over Merkel. Doet ze haar werk goed?

„Nee, integendeel. En dat is de kiezers inmiddels duidelijk geworden. Merkels partij, de CDU, heeft de laatste twee jaar bij alle deelstaatverkiezingen fors verloren. Dat is geen teken van electoraal vertrouwen. Bij de twee grote onderwerpen van deze tijd, Europa en de Duitse energiepolitiek, kan ik geen masterplan ontdekken. De bondskanselier faalt als crisismanager. Ze is een moderator, een gespreksleidster. Een visie ontbreekt.”

Maar Merkel doet het goed in de peilingen.

„Haar partij scoort slecht. Dat is bij ons maatgevend. De partijen maken hier grondwettelijk de dienst uit, niet de personen. Dat Merkel er zelf in de peilingen zo goed vanaf komt, ondanks haar slechte politiek, is voor mij een raadsel.”

Een opmerkelijke politieke ontwikkeling is de opkomst van de Piratenpartij in Duitsland, die een grote aantrekkingskracht op met name jongeren heeft. Wat vindt u daarvan?

„Veel mensen stemmen niet op de Piraten om hun inhoud. Het is een protestpartij. Daar is niets mis mee. Ik heb liever dat proteststemmers op de Piraten stemmen dan op populisten. Maar zelf zou ik nooit lid van de Piraten kunnen zijn. Ze hebben op de meeste vragen geen antwoord: het milieu, sociale rechtvaardigheid, de oorlog in Afghanistan, Europa, de gelijkheid tussen man en vrouw, noem maar op.”

Maar de Piraten doen de andere partijen, ook de uwe, wel stevige concurrentie aan.

„Dat klopt. Alle Duitse partijen, ook de Groenen, zullen zich na het succes van de Piraten moeten afvragen of ze wel offensief genoeg omgaan met de thema’s die de Piratenpartij op de agenda heeft gezet: het digitale tijdperk, transparantie in de politiek, de nabijheid tot de kiezer en directe democratie.”

Zijn de Groenen, zelf ooit als protestpartij begonnen, niet te braaf en behoudzuchtig geworden, te defensief wellicht?

„Dat is een gevoelige kwestie. We worden nu ineens een ‘gevestigde partij’ genoemd. En ‘gevestigd’ heet al snel ‘verstoft’. Dat zijn de Groenen niet en dat zullen ze, als het aan mij ligt, ook nooit worden. In die zin trek ik me het succes van de Piratenpartij persoonlijk aan.”

Iets heel anders: Duitsland vergrijst. Het gemiddeld kindertal hier behoort tot het laagste van Europa. Hoe kijkt u tegen de demografische veranderingen aan?

„We hebben al heel lang een ouderwetse, ja zelfs oudbakken familiepolitiek. Dat kun je vooral de christen-democraten verwijten, die sinds jaren de grootste remmende factor zijn. Er is geen land in Europa dat zozeer achterop loopt met voorzieningen voor goede kinderopvang als Duitsland. Wij dwingen jonge mensen te kiezen tussen kinderen en carrière en beklagen ons er dan over dat dit land te weinig Nachwuchs heeft. We zullen familie en beroep moeten verenigen en nieuwe arbeidsmodellen moeten toestaan. Kortom, we zullen mensen in de gelegenheid moeten stellen hun kinderen op een moderne manier op te voeden. Huwelijken met kinderen worden fiscaal bevoordeeld; samenlevingsvormen met kinderen niet. Dat is onrechtvaardig. Als we met onze familiepolitiek en ons kindertal niet langer hekkensluiter van Europa willen zijn, moet het roer radicaal om.”

Een van de oorzaken van de vergrijzing zou de Duitse patriarchale samenleving zijn, een overblijfsel uit het verleden toen alles om de werkende man draaide. Moet Duitsland vrouwelijker worden?

„Ik wil niet het hele verleden overhoop halen. De kern van het probleem is dat het Duitse familiebeleid niet aan de eisen van deze tijd is aangepast. Vrouwen, partners, echtparen – haast iedereen werkt tegenwoordig. Het is allang niet meer alleen de man die het geld binnenbrengt. Dat feit moet je als burger terugzien in een moderne politiek, die man en vrouw gelijkstelt en die niet over achterhaalde maatschappelijke modellen gaat, maar over het leven zoals dat nu is.”

    • Joost van der Vaart