Hoogste tijd voor de noodbel

Illustratie Ank Swinkels

Vorige week gehoord op de radio: „Het is de hoogste tijd om aan de noodbel te trekken.” Voor de goede orde: ik vergis me zelf ook weleens als ik iets op de radio mag zeggen. Zo hoorde ik mezelf onlangs als meervoud van stadion opeens het woord stadia gebruiken. Snel hersteld in de volgende zin, maar toch.

Zo gaat dat als je voor de vuist weg spreekt. Je diept iets op uit het taalreservoir in je hoofd, maar soms grijp je er net naast. Ik vermoed dat de uitdrukkingen aan de bel trekken, aan de noodrem trekken en de noodklok luiden in dat taalreservoir op dezelfde plank liggen, want ze behoren tot hetzelfde betekenisdomein. Vlak in de buurt zal ook alarmbellen horen rinkelen zijn opgeslagen.

Gevolg: al pratend kunnen bestaande uitdrukkingen als aan de bel trekken / aan de noodrem trekken en de noodklok luiden versmelten tot het niet-bestaande, maar wel te begrijpen aan de noodbel trekken.

Komt deze verhaspeling ook op schrift voor? Ja, zelfs in teksten die met aandacht zijn samengesteld. Zo luidt de kop boven een persbericht van de gemeente Onderbanken (Limburg): „Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg luidt noodbel bij Tweede Kamer over Wet Werken naar Vermogen”. Een paar andere nieuwskoppen: „Hotels Schiphol trekken aan noodbel”, „Kattenaids: dierenartsen trekken aan de noodbel” en „Ouders luiden noodbel over leerplicht”.

Noodbellen trekken en luiden komt het vaakst voor, maar we lezen ook over noodbellen die rinkelen. En soms moet er op gedrukt of geduwd worden. Dat laatste zie je vooral in berichten over ziekenhuizen of de medische zorg. Verrassend is dat niet, want ziekenhuisbedden zijn voorzien van een apparaatje waarmee je, in noodgevallen, het personeel kunt alarmeren. In sommige ziekenhuizen wordt dit een alarmbel of alarmknop genoemd, in andere een noodbel of noodknop – waar je dus inderdaad op moet duwen of drukken.

Wellicht is deze verhaspeling beïnvloed door twee ontwikkelingen: ontkerkelijking en betere gezondheidszorg. Minder kerken dus minder noodklokken in de buurt; betere gezondheidszorg, dus meer mensen die de functie van de noodbel kennen. Hoe dan ook is het resultaat: steeds meer mensen die schrijvend en sprekend noodbellen willen luiden, of ze trekkend, duwend of drukkend willen laten rinkelen.

Wie oog heeft voor dit soort kleine taalveranderingen kan z’n lol op in het onderwijs. Er zijn bij mijn weten maar weinig docenten die schrijven over het taalgebruik van hun leerlingen, maar een goede uitzondering is Clara Legêne, docente muziek en informatiekunde bij een gymnasium in Noord-Brabant. In haar blog (www.claars-notes.nl) schreef zij vorige week over een proefwerk dat was gewijd aan de betrouwbaarheid van Wikipedia – een bron die door iedereen kan worden gewijzigd. Legêne: „Voor de meeste leerlingen is dat geen punt. Als het bij Google bovenin de zoekresultaten staat, moet het wel goede informatie zijn. Waar ze veel meer moeite mee hebben is met het woord betrouwbaar. Ik noteerde: betrouwlijkste, vertrouwbaar, getrouwbaar, vertrouwelijk en betrauwbaar.”

Let wel: dit gaat om leerlingen in de eerste klas van een gymnasium!

Nog enkele observaties van Legêne: „Verder wordt het woord eens (in de betekenis ‘ooit’) steeds vaker geschreven als is, komt het woord echter zonder uitzondering aan het begin van een zin te staan („Ik weet dat ik dit had moeten leren, mevrouw. Echter ben ik mijn aantekeningen kwijt geraakt”) en is het woord daarintegen aan een onstuitbare opmars bezig. Ook voor het eerst gespot: naderant.”

Ik moest zelf goed kijken naar naderant, want mijn zicht werd even belemmerd door navenant, maar bedoeld werd naderhand. Kennelijk wordt ook dat als een moeilijk woord beschouwd.

Reacties naar post@ewoudsanders.nl

    • Ewoud Sanders