Het is zoveel meer dan alleen een trui

Niets mooiers dan wielrennen in de kampioenstrui. Pim Ligthart is hem kwijtgeraakt aan Niki Terpstra.

Redacteur Wielrennen

Kerkrade. De rood-wit-blauwe trui voor de wielerkampioen van Nederland is een licht truitje. Maar de kampioenstrui kan soms zwaar aanvoelen. Op de schouders drukken, als kilo’s extra bepakking in een bergrit.

Vorig jaar werd Pim Ligthart Nederlands kampioen. Juichend werd hij bij de finish opgevangen door zijn manager Daan Luijkx. De jonge Ligthart, 23 jaar pas, had de eerste trui in het bestaan van Vacansoleil gewonnen. „Dit is het hoogtepunt”, riep Luijkx. Want truien tellen in het wielrennen. Het veroveren van de kampioenstrui was voor Luijkx de bevestiging dat zijn ploeg echt meetelde.

Eerstejaarsprof Ligthart gaf zijn carrière een vliegende start met de titel. Maar hij merkte ook dat hij zich constant moest bewijzen. Alleen het NK winnen is niet genoeg voor het publiek. In maart van dit jaar, in de etappekoers Tirreno-Adriatico, offerde hij zich op voor zijn kopmannen Wout Poels en Johnny Hoogerland. Maar op internetforums werd geschreven dat de kampioen van Nederland zich niet liet zien. Als je kampioen bent, heeft iedereen een mening over je. „Dat is soms erg lastig”, zegt Lighthart. Manager Luijkx bevestigt dat de trui voor zijn jonge renner wel eens voelde als een last.

Bij de start van het NK van 2012, gisteren in Kerkrade, zijn de oud-kampioenen in het peloton eenvoudig te herkennen. Niki Terpstra, Lars Boom, Stefan van Dijk. Ooit droegen ze een jaar lang de kampioenstrui, nu hebben ze een opvallend rood-wit-blauw randje aan de uiteindes van de mouwtjes van hun shirt. Als eerbetoon. Van Dijk, die tien jaar geleden kampioen werd, vertelt dat hij sindsdien bij elke nieuwe ploeg aangeeft dat hij speciale shirtjes wil hebben, met die gekleurde randjes. In het peloton geven ze hem groot gelijk.

Tijdens het NK rijdt Ligthart lang vooraan mee. Zijn ploeggenoot Lieuwe Westra houdt het in de stromende regen al na twee rondjes voor gezien. Hij vindt het smalle, bochtige en gladde parcours veel te gevaarlijk, zo kort voor de Tour de France. Johnny Hoogerland rijdt veertien van de 22 rondjes in een kopgroep om maar niet te hoeven dringen in het peloton, en blaast zichzelf op. Ligthart wil zich echter laten zien aan bondscoach Leo van Vliet. Anders dan veel andere renners vindt hij de Olympische Spelen mooier dan de Tour, en wil hij in augustus graag naar Londen. Hij had zich liefst in zijn kampioenstrui kandidaat gesteld voor de olympische ploeg. Maar mede door een virusinfectie won hij dit jaar niets.

Lighart merkte dat hij na zijn titel overal werd herkend. In de Ronde van Spanje hoorde hij in bergetappes opeens supporters ‘Hup, Pim’ roepen. Daarvoor was het altijd ‘Hup, Vacansoleil’. Hij werd ook weleens aangezien voor Sylvain Chavanel, de kampioen van Frankrijk. Die rijdt in het blauw-wit-rood. In Spanje kwam er zelfs een supporter naar hem toe met een foto van Chavanel. Of hij daar zijn handtekening op wilde zetten.

In de koers zag Ligthart ook dat renners makkelijker opzij gingen voor de kampioenstrui. Hij had zich bewezen. In zijn wiel wilden andere renners wel zitten, in dat van een onbekende jonge renner niet. Wegspringen uit het peloton werd wel moeilijker: op een kampioenstrui wordt extra gelet. In de zomercriteriums kreeg hij meer startgeld en hij werd wat vaker commercieel ingezet door zijn ploeg, als boegbeeld op een sponsorbijeenkomst bijvoorbeeld.

Als Nederlands kampioen rij je altijd in de aandacht, vertellen oud-kampioenen Michael Boogerd (1997, 1998 en 2006) en Johan van der Velde (1980 en 1982). De camerahelikopter van de Tour de France wist Boogerd in zijn rood-wit-blauwe trui altijd makkelijk te vinden in het peloton. De renner werd zelfs zo geassocieerd met de kampioenstrui, dat toen Koos Moerenhout in 2009 kampioen was geworden en in de maanden daarna de trui droeg, mensen tijdens de koers ‘Boogerd!’ naar hem riepen. En Van der Velde vertelt dat zijn toenmalige ploegleider Peter Post altijd benadrukte dat zij met de kampioenstrui naar de Tour moesten. Zo’n trui geeft een wielerploeg meer uitstraling en meer prestige.

Boogerd zegt dat hij in de Tour altijd een beetje extra kracht haalde uit zijn trui. Wel durfde hij pas in zijn derde kampioensjaar ook in het rood-wit-blauw te trainen. „Ik dacht altijd dat heel Den Haag dan zou denken dat ik aan het opscheppen was, met mijn trui.” Alleen de eerste dag na het kampioenschap was hij zo trots, dat hij ging trainen in het – veel te grote – shirtje waarin hij was gehuldigd.

Ligthart trainde wel „bijna 365 dagen” in zijn kampioenstrui. „Ik wilde er wel een beetje van genieten”, lacht hij. En Stefan van Dijk vertelt dat hij zo aan het rood-wit-blauw was gehecht, dat hij pas geloofde dat hij de sprint op het volgende kampioenschap met een banddikte verschil had verloren nadat hij de finishfoto’s had gezien. „Toen wist ik dat ik er geen recht meer op had.”

In Kerkrade wordt het kampioenschap, waar iedere ronde meer renners afstappen, overtuigend gewonnen door Niki Terpstra, na een indrukwekkende solo van zo’n 40 kilometer. Het NK draait door het zware parcours en de aanhoudende regen uit op een slijtageslag. Er komen met Terpstra maar 16 van de 102 gestarte renners over de finish. Onder wie Ligthart, die achtste wordt en zijn geliefde trui kwijt is. Terpstra, die ook in 2010 Nederlands kampioen werd, zegt uit te kijken naar weer een jaar koersen in de kampioenstrui.

    • Dolf de Groot