Gregory Porter: Reus die alle stijlen bindt

Gregory Porter is de stem van New Urban Jazz. Hij heeft de historie goed bestudeerd en aangevuld met soul, r&b, blues en hiphop. Van uiterst lage, onderbuik beroerende bassen in een sluier van blues, tot uithalen met een ongelofelijke soulzwiep. Dat kan Gregory Porter, een imponerend sterke zanger in het bezit van een bluesy bariton

Gregory Porter in de video voor 'Be Good'. Beeld Youtube / Motema Music Gregory Porter in de video voor 'Be Good'. Beeld Youtube / Motema Music

Gregory Porter is de stem van New Urban Jazz. Hij heeft de historie goed bestudeerd en aangevuld met soul, r&b, blues en hiphop.

Van uiterst lage, onderbuik beroerende bassen in een sluier van blues, tot uithalen met een ongelofelijke soulzwiep. Dat kan Gregory Porter, een imponerend sterke zanger in het bezit van een bluesy bariton waar je niet omheen kunt. Sterker: wie zou niet zo makkelijk als hij de notentrappen willen bestijgen – bijna achteloos maar treffend muziekgeschiedenis en hedendaags geluid verbindend in een mengeling van jazz, soul en gospel.

Luister tijdens het lezen naar Be Good, van Gregory Porter op Spotify

Gregory Porter (40) verraste in 2010 met zijn debuut Water, een album waarop de van oorsprong Californische zanger met meeslepende, van soul doordrenkte jazz direct wist te bekoren. De mannenstem is in jazz altijd wat dun gezaaid. Wereldwijd worden de heren overschaduwd door een legioen aan zangeressen. Een Grammy-nominatie voor Best Jazz Vocal Album zette Gregory Porter in 2011 ineens op de internationale jazzkaart. Maar wie was die reus van een zanger, immer goed gekleed maar met een opmerkelijke skicap die enkel zijn bebaarde gezicht toont?

Een ontmoeting, midden in zijn Europese tournee in een Brussels restaurant. Terwijl Gregory Porter, die als kookliefhebber meteen zijn maaltijd fotografeert (“doe ik overal in Europa”) vertelt hoe hij “met een zekere dosis gezonde onwetendheid” zijn vliegende start heeft doorstaan. “Na kleine optredens in bars deelde ik ineens grote podia met constant excellente musici als Wynton Marsalis. Het is beter dat gegeven niet te veel te analyseren, dat kan het muziekhart nauwelijks bevatten.” Dat zijn muziek nu lange afstanden over de wereld reist, maakt grote indruk op de zanger. De dag voor Brussel trad hij op in Parijs. Het publiek zong mee. “Mijn liedjes zijn geschreven voor het raam van mijn favoriete koffiezaakje in Brooklyn”, vertelt hij met lage rustige stem. “Ik gaf ze weg en nu komen ze naar me terug. Een fascinerende cirkel van communicatie.”

De video voor ‘Be Good’:

In februari 2011 was hij voor het eerst in Nederland te zien. Porter zong in de Rotterdamse undergroundclub Heidegger, een dag later was de kleine zaal van Paradiso aan de beurt. Het werd, met zijn vaste pianist Chip Crawford en Nederlandse begeleiders bassist Stefan Lievestro en drummer Mark Schilders, een gedenkwaardige kennismaking. En als gehoopt kwam Porter snel terug. Een klein podium in 2011 op North Sea Jazz, eigenlijk wat onhandig buiten tussen dj’s, en overtuigende concerten begin dit jaar op podia in Rotterdam en Amsterdam.

Jazz en soul gaan hand in hand bij deze zanger, die op North Sea Jazz het thema New Urban Jazz vertegenwoordigt. Porter maakt geen keuzes in stijlen, mengt en verbindt middels vocale kracht en souplesse. De lijm, zijn stem van klasse natuurlijk. Warm. Zalvend. Geruststellend.

Affiniteit toont Gregory Porter met zangers als Bill Withers, zeker als het gaat om de kleur van zijn stem, maar zijn stijl past zeker in de traditie van Oscar Brown Jr., en zelf noemt Porter ook Nat King Cole, Joe Williams, Marvin Gaye en Donny Hathaway als inspiratiebronnen. Die twee laatste hoor je terug in de nu al souljazz-klassieker 1960 What? (Spotify) waarin zowel Porter als zijn begeleiders ontlading vinden.

Luister naar Water, van Gregory Porter op Spotify

Romantisch zwierend

Op zijn tweede cd Be Good laat Gregory Porter in persoonlijke teksten een cultureel bewustzijn zien. Het romantisch zwierende Be Good, het opzwepende On My Way to Harlem waarin hij bezingt hoe hij “was baptized by a jazzman’s horn” en de in soul gevatte vraag aan zijn schoonouders om hun dochters hand (Real Good Hands). Zijn teksten zijn herinneringen en observaties. “Ik ben een mensenkijker”, zegt Porter. “Gisteren in Parijs zat ik bij een speelplaats. Twee meisjes wilden bovenop een idiote klimconstructie klimmen. Zo hoog, het was doodeng. Ik zag de parallellen met het leven, klimmend naar boven, langs angst en gevaar. De worsteling naar boven en er dan vervolgens rustig bovenop zitten, alsof ze thee dronken. Dat was een prachtig te beschrijven moment.”

Of hoe een simpele frase kan uitmonden in een gevoelige song. Een ontmoeting met een Russische escort aan een bar bleef hem bij:

“Ik kwam er slechts een biertje halen, maar zij sprak me natuurlijk aan. En begon haar waren aan te prijzen. Verbaasd was zij toen ik niets wilde en enkel interesse in haar toonde als mens. Aan het einde van het gesprek sprak ze kwetsbaar poëtisch: ‘Is that all you have to say to me. If so you have to pay me, for my love.’ Ik behandelde haar als een mens. Wie dat niet doet, kan betalen.”

Als een rivier van ideeën kan het in zijn muziek stromen. Van de puurheid van een melodie tot de baslijn en akkoorden. “Ik hoor de instrumenten en de kleurenharmonie allemaal al. Het is een positieve gekte om zoveel muziek in je hoofd te horen.” Op het podium voelt hij zich verbonden met de bas. “Het meest standvastige instrument op het podium, op elk moment. Als ik op avontuur ga, vind ik de weg terug via de bas. Dat is mijn referentiepunt.”

Porter bij ‘De Zwarte Lijst’, van de NTR, met stukjes interview en concertfragmenten:

Gregory Porter groeide op in een groot gezin met drie zussen en vijf broers, in Bakersfield boven Los Angeles. Hij is de zevende in de rij. “Alles wat mijn zus van drie jaar ouder deed, deed ik na. Koken leerde ik al op mijn zesde.” Zijn moeder was dominee. Ze was een aanspreekpunt in de buurt, bevriend met prostituees. “Het maakte voor haar niet uit hoe de situatie was, maar wat we ermee gingen doen. Zo wil ik ook zijn in mijn teksten.”

Er klinkt sociaal bewustzijn door in zijn teksten. De protestsong 1960 What? is daarvan een duidelijk voorbeeld. “The motor city is burning y’all – that ain’t right”, zingt hij gedreven over de aanslag op Martin Luther King in 1968 en de onlusten erna. In The Lonely One gaat het over huiselijk geweld. Een man die een vrouw isoleert van haar familie en vrienden, en fysiek geweld gebruikt. De inspiratie kwam via zijn zussen en zijn moeder. “Ik zag hen in relaties die niet goed voor ze waren.” Gek genoeg, merkt hij op, is de reactie op dat nummer juist het omgekeerde van zwaarmoedig. “Door de groove dansen en knuffelen mensen erop.”

‘Lonely One’, van Gregory Porter:

De gospel uit zijn jeugd, de zwarte Afro-Amerikaanse kerksound, heeft zijn muzikale kaders bepaald. Hoort hij soul, dan voert die terug naar gospel. En ook de blues doet hem denken aan de gospelcountry-blues van toen hij klein was.

“Ik herinner me dat mijn stem op mijn negende best goed klonk. Zanger worden was echter geen serieus plan. Mijn broer zou advocaat worden en ik dokter. Op de universiteit, als student ‘city planning’ was zingen al vanzelfsprekender voor me. Mijn bijnaam was Luther, naar Luther Vandross.”

Theater heeft zijn zang helpen vormen.

“Ik heb geleerd hoe ik het verhaal van een song vertel. Een acteur moet zich inleven in het onderwerp dat hij speelt. Dat moet een jazzvocalist ook doen. Ik ben nooit naar de gevangenis geweest, en mijn hart is natuurlijk ook nooit zó vaak gebroken geweest. Juist in de jazz kun je diepte opzoeken. Sarah Vaughan en Nat King Cole voerden iedereen mee naar emotionele diepten, hoog of laag.”

Maar een gebroken hart doet je muziek goed, concludeert Porter.

“Het is metéén te horen. Al ben ik wel echt een behoorlijk emotioneel type. Alles wat je voelt dien je in je muziek te stoppen.”

‘On My Way to Harlem’, live maart dit jaar:

Mysterie

Onvermijdelijk is de vraag naar zijn bijzondere uiterlijk. Porter omhult niet voor niets zijn gezicht met een nauwsluitende muts. Gevraagd naar een, mogelijk medische, reden hult hij zich in stilzwijgen. “Ik houd dat mysterie in stand”, ontwijkt hij wat dubbelzinnig. In de geschiedenis van de jazz zijn er genoeg ongewone jazzcats geweest. Zie hem maar als een volger van de excentrieke jazzmusicus Thelonious Monk, stelt hij.

Met een serieuze blik vervolgt de zanger: “Er zijn momenten dat ik naar mijn foto’s kijk en besef: dit is mijn imago. Zo maken mensen in andere landen kennis met mij. Ik word geconfronteerd met de vraag wie ik ben, en wie ik wil zijn.” En dat valt de zanger soms niet mee.

In Painted on Canvas gaat het over eerste indrukken, zo bepalend voor mensen. “Wat ik wil zeggen: gebruik een dunne kwast voor delicate eerste streken. Gooi niet gewoon maar wat verf. Je mist boeiende relaties met mensen als je je laat leiden door vooroordelen. Die grote, donkere man van wie je bang wordt als hij je lift binnenstapt… Geloof me, je zou mij juist graag in je lift willen als je vastzit.”

‘Painted on Canvas’, van Gregory Porter:

Dat zijn uit de mond van Gregory Porter niet zomaar woorden. Hij heeft genoeg meegemaakt in zijn jeugd. Bakersfield, met zijn zachte bries en de geur van jasmijn in het zuiden van Californië, is naast idyllisch een behoorlijk starre stad in een vrijdenkende staat. Volgens hem in alle opzichten vergelijkbaar met het conservatieve zuiden van de Verenigde Staten.

Hij legt uit dat zijn familie tijdens zijn jeugd geteisterd is door “racistische aanvallen”.

“Een groep kerels smeet om de week volle bierflessen met urine bij ons door de ramen. Maar ook andere dingen: watermeloenen, pompoenen. Bomen in de tuin werden ’s nachts omgehakt. Vuilnis op onze stoep gedumpt. En ja, het brandende kruis in onze voortuin. Je weet wat dat symboliseert.”

De kinderen waren bang. Maar zijn moeder was sterk. “Zij liet ons telkens weten hoe bijzonder en mooi we waren.” Zijn boosheid heeft pas later in zijn leven een plaats gekregen. Bakersfield verliet hij op zijn achttiende. Zijn moeder stierf op zijn eenentwintigste.

Zijn vader heeft nooit een rol gespeeld in zijn leven. Dat zal nog wel eens leiden tot een nummer, vermoedt Porter. Vooralsnog had hij een paar jaar terug succes met een theaterstuk waarin hij persoonlijke ontboezemingen deed over hemzelf en zijn denkbeeldige vader, Nat King Cole.

“Toen ik als kind een liedje zong, zei mijn moeder dat ze me als Nat King Cole vond klinken. Ik ging me verdiepen en luisterde naar mijn moeders albums. In de liedjes hoorde ik vaderlijke adviezen terug: ‘Pick yourself up, take a deep breath, dust yourself off, start all over again’. Of ‘Smile, though your heart is aching…’ De tekst van Nature Boy. Nat sprak tot mij.”

Bovendien, zegt hij met zachte stem, Nat King Cole zag er echt heel aardig uit. “Die wil je wel als vader.”

    • Amanda Kuyper