Gezocht: héél veel jonge, dynamische mensen

Duitsland is nu op het toppunt van zijn macht. Maar het land heeft dringend meer kinderen en migranten nodig. In veel streken is het verval al te zien.Joost van der Vaart, Berlijn

Een woonflat in Hoyerswerda-Neustadt, de snelst krimpende stad van Duitsland. De regering denkt aan hogere premies voor ouders. Foto Hollandse Hoogte

Op het Oktoberfeest in München, een van de grootste volksfeesten ter wereld, werd ik in het najaar van 2007 aan een lange houten tafel met literbierpullen en schalen Brezel bediend door een jonge vrouw in Beierse klederdracht. Het dirndljurkje stond haar goed, zei ik, waarop ze met een on-Beierse tongval antwoordde dat ze er net een beetje aan gewend was en zich niet meer verkleed voelde.

Ze kwam niet uit Beieren maar uit Saksen. Uit een dorp onder Pirna, tegen het Ertsgebergte aan. Daar was niets te beleven. Tote Hose. Er was geen werk en er waren haast geen jonge mensen meer. Vooral jonge vrouwen waren weggetrokken. Naar kansrijkere gebieden, zoals Beieren en Baden-Württemberg. Waar werk in overvloed is. Haar Heimat en de familie miste ze, maar terugkeren was geen optie. Ze had een vriend in München, was iets technisch gaan studeren, had uitstekende kansen op de arbeidsmarkt en kon in haar levensonderhoud voorzien met een deeltijdbaan in de horeca.

Toen ik later voor een verkiezingsreportage een reis door het zuiden van Saksen maakte, vielen me drie dingen op: de onnatuurlijke rust, de afwezigheid van kinderwagens op straat en de overweldigende hoeveelheid verkiezingsaffiches van de NPD, een rechtextreme partij met neonazistische trekken. De streek bleek met vergrijzing, werkloosheid, leegloop en verval van sociale structuren te kampen; het ideale Umfeld voor de NPD. Dat mijn Beiers-Saksische serveerster hier was weggetrokken, begreep ik maar al te goed. Als je 25 bent en ambities hebt, blijf je niet onder Pirna wonen.

Dat is bijna vijf jaar geleden, aan het begin van mijn correspondentschap. Duitsland maakte zich nauwelijks zorgen over de demografische ontwikkeling, over de vergrijzing en de leegloop in veel deelstaten. Het onderwerp leefde voornamelijk in kringen van deskundigen. In de politiek bleef het onder de oppervlakte. Het meest besproken thema toen was de hoge werkloosheid.

Grote veranderingen kunnen zich in een verrassend korte tijd voltrekken. Anno 2012 is de werkloosheid in Duitsland gedaald tot onder de drie miljoen mensen, een laagterecord sinds de val van de Muur. In economisch sterke deelstaten als Beieren, Baden-Württemberg en Hessen zijn nauwelijks mensen werkloos. Er is zelfs sprake van een acuut gebrek aan vakkrachten. Minister Ursula von der Leyen (Sociale Zaken) zei begin deze maand op een politieke topontmoeting over demografie en werkgelegenheid dat het gebrek aan vakkrachten „als een zwaard van Damocles” boven de Duitse industrie hangt.

Het is een ontwikkeling die voor Duitse ondernemingen op termijn gevaarlijker is dan de schulden- en eurocrisis. Gekwalificeerd personeel is vanouds de grootste kracht van Duitsland. Met te weinig en ook nog eens sterk vergrijzende vakmensen zullen veel Duitse bedrijven op den duur niet langer internationaal kunnen concurreren.

Het beeld is niet overal hetzelfde. Duitsland wordt in toenemende mate gekenmerkt door een tweedeling: leegloop, werkloosheid en armoede tref je vooral aan in het oosten. En toeloop, volledige werkgelegenheid en welvaart in het zuiden. De verschillen beginnen steeds meer op te vallen. Waarbij het wel zo is dat de dramatische ontvolking waarop Oost-Duitsland jarenlang exclusief patent leek te hebben, zich niet langer tot dat gebied beperkt.

De scheidslijn die ooit tussen de demografische ontwikkelingen in de voormalige DDR en West-Duitsland bestond, is aan het vervagen. „De ontvolking heeft nu ook het westen van Duitsland bereikt”, zei de demografisch expert Steffen Kröhnert enige tijd geleden tegen mij. Als voorbeelden noemde hij West-Duitse steden als Gelsenkirchen, Goslar en Bremerhaven. Toen ik voor een reportage over een gezonken tanker bij de Loreley in het Rijnstadje Sankt Goarshausen was, schrok ik van de leegstand daar. Overal stonden huizen en hotels te koop, vaak voor een habbekrats. Veel jonge mensen, voorzover nog aanwezig, waren weggetrokken uit gebrek aan perspectief.

Het Berlijnse instituut voor bevolkingsontwikkeling heeft in 2010 voor zijn standaardwerk ‘Die demografische Lage der Nation’ twee scherp contrasterende lijsten opgesteld. Eén met de beste regio’s en één met de slechtste, wat inwonertal en aantrekkingskracht betreft. Bovenaan de ‘goede’ lijst staat München en omgeving. Beieren komt er vijftien van de twintig keer op voor. De ‘slechte’ lijst wordt gedomineerd door plaatsen in het oosten van Duitsland: Görlitz – in Zuid-Saksen; daar heb je het weer – Stendal, Demmin.

Nachwuchs

Duidelijk is dat het zuiden van de Bondsrepubliek een ‘boomregio’ is. Beieren en Baden-Württemberg trekken mensen uit Duitsland en heel Europa aan. Daar zit een groot deel van de beroemde Duitse maakindustrie, met bedrijven als Daimler, Audi, Porsche, MAN, Siemens, Bosch, Loewe en Kärcher. Daar valt de vergrijzing minder op door de toestroom van jongeren. Maar ondanks hun komst is daar het gebrek aan vakkrachten het grootst. Een Porschemanager hoefde niet lang na te denken toen ik hem naar de toekomst vroeg: „Wir brauchen Nachwuchs” – we hebben jonge krachten nodig.

In vijf jaar tijd is de vergrijzing in Duitsland een alomtegenwoordig probleem geworden. De politiek maakt zich ineens zorgen over de demografische ontwikkelingen. De media sporen de regering tot actie aan, er zijn tv-debatten en kranten schrijven kolommen vol over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. De Berlijnse Tagesspiegel belichtte onlangs in een lijvig commentaar haast alle aspecten van de vergrijzing, maar verzuimde het belangrijkste te vermelden: de Duitsers moeten meer kinderen krijgen.

De bevolkingsonderzoeker Rainer Klingholz noemde Duitsland, toen ik hem opzocht in zijn kantoor in Berlijn, een „demografische pionier”. Volgens hem zal de Bondsrepubliek als eerste land in Europa de gevolgen van de vergrijzing binnen enkele decennia „keihard voelen”. Over veertig jaar zal Duitsland naar schatting veertien miljoen inwoners minder hebben dan nu. Frankrijk en Engeland zullen groter zijn. Bij ongewijzigd beleid is Duitsland tegen 2050 z’n leidende economische positie door demografische ontwikkelingen kwijtgeraakt. Klingholz’ conclusie: het land heeft dringend meer immigranten nodig.

Duitsland is met ruim tachtig miljoen inwoners nu veruit het grootste Europese land. Maar het kindertal ligt ruim onder de 1,4. In 1963 had alleen al West-Duitsland 1,35 miljoen nieuwgeborenen; nu zijn het er voor heel Duitsland nog maar 675.000. Sinds veertig jaar neemt de Duitse autochtone bevolking niet meer toe. Dat er sindsdien geen krimp heeft plaatsgevonden, komt door de toestroom van met name Turkse gastarbeiders. Maar sinds 2003 helpt immigratie niet meer om de bevolking op peil te houden en is het aantal inwoners met een miljoen gedaald. De toelatingsregels zijn strenger geworden en de immigranten selectiever.

Frankrijk, Groot-Brittannië, Scandinavië en ook Nederland scoren beter met hun demografische ontwikkeling. De Duitsers krijgen in Europa de minste kinderen. Een van de oorzaken hiervan is de historisch gebrekkige familiepolitiek in West-Duitsland, waar het leven nog tot in de jaren ’70 en ’80 om een werkende vader en een thuis zorgende moeder draaide.

Gezinsvoorzieningen, kinderopvang en regelingen die tegemoet komen aan ouders die beiden werken, komen nu pas in zwang. Ze kunnen nog steeds tot ideologische strijd in de Bondsdag leiden. Tekenend is de verbeten discussie die het parlement de afgelopen maanden voerde over het zogeheten Betreuungsgeld, een premie om kleine kinderen thuis op te voeden.

Als de Duitsers de demografische ontwikkelingen op hun beloop laten, zal de gemiddelde leeftijd over drie decennia rond de zestig jaar liggen. Tussen de vijftien en twintig procent van de bevolking zal dan ouder zijn dan tachtig jaar. Velen van hen zullen ziek of dement zijn. Hele streken zullen ontvolkt raken, vooral in het oosten van het land. Daar worden nu al massaal wijken uit de jaren ’50 en ’60 gesloopt wegens gebrek aan inwoners.

In Stendal, ten westen van Berlijn, zei een eerlijke bestuurder tegen me dat de stad „tot de kern wordt teruggebracht”. Er is geen geld meer om de leegstand te financieren. Hij had nooit gedacht dat het zo ver zou komen. Zelf had hij als jongen in een nieuwbouwflat gewoond die nu werd afgebroken.

In Chemnitz, het voormalige Karl-Marx-Stadt – ooit het stedelijke uithangbord van de DDR – probeerde het stadsbestuur de schijn nog op te houden. In een buurt buiten het centrum zag ik dat de etalages waren vol gezet met nepartikelen, zodat de leegstand minder opviel. Wat ooit een levendige winkelpromenade was geweest, was nu een spookstraat geworden; een decor voor een film over de temps perdu. De Chemnitzers waren nog niet toe aan grootschalige sloop. De plantsoenendienst verwijderde plichtsgetrouw het onkruid dat weelderig tussen de stoeptegels omhoog kwam. Er waren geen voetgangers meer die het ongewenste groen kort hielden, simpelweg door het trottoir te belopen.

Witte stad

Als Duitsland zijn bevolking min of meer op peil wil houden en zijn economische positie in Europa wil handhaven, zal het vruchtbaarder moeten worden of zich voor buitenlanders moeten openen. Of beide. De bevolkingssamenstelling van de Bondsrepubliek is, anders dan die van bijvoorbeeld Nederland of Frankrijk, op veel plaatsen verrassend ‘monocultureel’. In het oosten, maar ook in grote delen van Noord-Duitsland is van een multiculturele samenleving geen sprake.

Toen ik onlangs in Eckernförde was, in Sleeswijk-Holstein, viel me weer eens de vrijwel complete afwezigheid van allochtonen op. In Demmin, in Mecklenburg-Vorpommern, voert de NPD keihard actie tegen ‘buitenlanders’. De angst en haat jegens vreemdelingen zitten diep daar bij de rechts-extremisten – en niet alleen bij hen – hoewel in de stad afgezien van een paar verdwaalde Vietnamezen nauwelijks immigranten wonen. Zelfs de miljoenenmetropool Berlijn kun je niet echt een smeltkroes noemen. In de wijk Neukölln wonen flink wat Turken en Arabieren, maar als je zoals ik uit Rotterdam komt, vind je Berlijn een witte stad.

Voormalig politicus Thilo Sarrazin, schrijver van het omstreden en veelverkochte boek ‘Deutschland schafft sich ab’, vindt dat Duitsland geen immigratieland mag worden. Toen ik hem naar aanleiding van zijn bestseller interviewde, zei hij met zoveel woorden dat alleen kansrijke buitenlanders met een diploma mogen worden toegelaten, ter verlichting van de demografische problemen.

Maar het is de vraag of Duitsland zo selectief kan zijn. Het land is momenteel als vluchthaven populair onder jonge Grieken en Spanjaarden, die thuis geen werk vinden. Voor hen is de taal een grote hindernis, zoals voor veel nieuwkomers. Het Duits is lastig, en de tijd is voorbij dat het haast overal in Midden- en Oost-Europa werd gesproken. In Stuttgart ontmoette ik een Spanjaard die een jaar bij Daimler had gewerkt, maar snel naar zijn vaderland terugkeerde toen hij daar een baan kon krijgen. Duits had hij nooit goed geleerd. Hij was blij dat hij terug kon.

Voor veel Duitse Turken van de tweede of derde generatie is niet de taal het probleem, maar de volgens hen geringe dynamiek van de Duitse samenleving; een direct gevolg van de vergrijzing. Ze gaan in groten getale naar het land van hun voorvaderen, „omdat daar de jeugd nog toekomst heeft”, zoals de Turkse sociaal werker Kazim Erdogan me in Neukölln vertelde.

Zo blijft Duitsland met zichzelf achter; een verouderende, angstige en naar binnen gekeerde economische grootmacht in het hart van Europa. Is dat reden voor pessimisme? Allerminst. Over vijf of tien jaar kan het er heel anders uitzien. Wie weet krijgen de Duitsers dan weer meer kinderen.