Gelukkig met een baan achter de balie

Jongeren hebben het niet meer voor het kiezen op de arbeidsmarkt. Dit is geweldig nieuws, vindt Evelien Vos. Eindelijk zijn we verlost van die ellendige keuzestress.

Het is weer zover, over een paar weken. Dan worden weer duizenden scripties afgerond. Universiteitsbibliotheken stromen leeg. Veelbelovende mensen stappen vol vertrouwen de arbeidsmarkt op, klaar om precies te doen wat zij willen. Maar het probleem is, wie wil hen eigenlijk hebben?

Mijn generatie is opgevoed in een tijd van onbegrensde mogelijkheden. Het was een tijd waarin je ‘doet wat je leuk vindt, als je maar gelukkig bent’, een tijd van keuzevrijheid en economische voorspoed.

Deze idealen projecteren wij op ons werk. We moeten het leuk vinden. Een baan is niet alleen bedoeld om brood op de plank te krijgen, maar is ook een manier om onszelf te ontplooien, om de voor ons belangrijke waarden na te streven en onze interesses te verdiepen.

Onze onbegrensde mogelijkheden en economische voorspoed gaan natuurlijk samen. Van de beroemde Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow leerden wij al dat menselijke behoeften op een zekere manier zijn opgebouwd. Iemand zal pas nadenken over persoonlijke ontwikkeling als er is voldaan aan alle andere behoeften. Leg onze generatie naast de piramide die Maslow tekende – met in de basis de primaire levensbehoeften (onderdak en voeding) en bovenin behoeften als zelfontplooiing en zelfverwezenlijking – en je ziet ons in de bovenste laag.

Onze ouders stimuleerden ons om onze harten te volgen. Als je op je achttiende nog niet precies wist hoe dat moest, koos je toch gewoon voor een brede studierichting? Sociologie, psychologie, communicatiewetenschap – niet het onderwerp, maar het academisch denkniveau telde. In de banen die zouden volgen, zouden wij ons altijd nog verder kunnen ontwikkelen en specialiseren.

Nu blijkt evenwel dat werkgevers niet op ons zitten te wachten. Het gevoel van vrijheid is onbegrensd, maar de banen liggen niet voor het oprapen. Op één vacature komen honderden reacties binnen. Het is een kwestie van willekeur of een motivatiebrief überhaupt wordt gelezen.

Daar staan we dan, met ons gevoel van keuzevrijheid, onze waarden ‘zelfontplooiing’ en ontwikkeling’ en ons streven naar geluk. Daar zitten we dan op de bank, met de titel ‘doctorandus’ achter onze naam, te wachten tot een callcenter ons zal bellen om de arbeidsvoorwaarden door te nemen. Deuren zwaaien niet open, maar dicht als wij verschijnen. Dit is volledig in strijd met wat wij verwachtten en met wat ons is beloofd door ouders, leraren en hoogleraren.

Toch kunnen we ons afvragen of we zo rouwig om moeten zijn om deze ontwikkeling.

Weten wij dan zo goed wat we willen? Of, sterker gesteld: zijn we niet diep van binnen doodsbang om onze keuzevrijheid te benutten?

Hoe kan het dat diezelfde doctorandus op de bank met een opgelucht gevoel kijkt naar zijn vrienden die wel een baan hebben? Omdat voor hem tenminste alles nog open ligt. Hij heeft zijn toekomst nog niet vastgelegd door voor een baan te kiezen die misschien niet goed bij hem zal passen.

Is die angst om te kiezen ons vreemd? Kennen wij niet allemaal iemand die praat met een loopbaancoach? Twijfelen wij niet allemaal over de stappen die we moeten nemen in ‘de wereld die aan onze voeten ligt’?

Wij kunnen onze vrijheid vooral waarderen binnen grenzen. Die grenzen worden nu bepaald door de arbeidsmarkt. Het is niet meer genoeg om te weten wat je wilt, of om goed te zijn. Werkgevers moeten geld hebben om een arbeidscontract te kunnen aanbieden. Zo simpel is het.

Dit betekent dat onze eerste baan en ons lot niet alleen worden bepaald door onszelf, maar ook door de omstandigheden.

Dit is geweldig! Deze barre tijden zijn voor ons geen probleem, maar een oplossing. Omdat we het niet voor het kiezen hebben, is er ook minder om over te twijfelen en kunnen we niet te kritisch zijn.

We begrijpen het allemaal als we een oud-studiegenoot achter de balie treffen, of achter een postkar. Uiteindelijk gaat het adagium ‘brood op de plank’ nog steeds voor op onze persoonlijke ontwikkeling.

Klinkt dit niet als nieuw geluk?

Evelien Vos heeft bestuurs- en organisatiewetenschappen gestudeerd en werkt als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht.

    • Evelien Vos