Een tweede 'Stapel' ontdekt

Opnieuw is er een geval van fraude aan het licht gekomen in onderzoek in de sociale psychologie. Hoewel kleiner dan de affaire Stapel, zijn de overeenkomsten treffend.

Nederland, Amsterdam, 25 november 2010, Zeeman reclame in Abri metro station aan de Zuid-as in Amsterdam. Zeeman lingerie BH Bustier string reclame reclame abri BH te koop bij Zeeman winkels textielSupers textielwinkels textielwinkel textiel winkelketen cultuur normen en waarden bloot ontbloot lichaam / binnenstad mensen straatbeeld Foto; Peter Hilz Peter Hilz

Bij de één gaat het om meer dan dertig wetenschappelijke artikelen waarmee is gefraudeerd, bij de ander slechts om drie besmette artikelen. Verder zijn er vooral overeenkomsten tussen de psycholoog Diederik Stapel, die vorig jaar in Tilburg werd ontmaskerd als bedrieger, en de Belgische marketingexpert Dirk Smeesters, die nu in Rotterdam om fraude moet vertrekken.

Het rapport van de integriteitscommissie over de fraude van Smeesters is vanmorgen gepubliceerd door de Eramus Universiteit Rotterdam. Het begint met de melding van een Amerikaanse onderzoeker die Smeesters laat weten dat zijn resultaten „too good to be true” zijn. Het eindigt met de aanbeveling van de commissie om met regelgeving de cultuur in de sociale psychologie van het masseren van onderzoeksgegevens, te bestrijden.

De Belgische psycholoog Smeesters was als hoogleraar consumentengedrag niet zo’n grote ster als Diederik Stapel was. Hij deed wel onderzoeken die ook op belangstelling van een breed publiek konden rekenen. Hij onderzocht de vaak onbewuste beweegredenen van het gedrag van consumenten.

Er was in Nederlandse en internationale media veel aandacht voor zijn onderzoeken, waaruit bijvoorbeeld bleek dat mensen met een slordig bureau efficiënt werken, dat bedrijven beter geen al te dunne fotomodellen voor reclamecampagnes gebruiken, en dat mensen die aan de dood denken meer snoepen.

De manier waarop Smeesters deze conclusies bereikte, lijkt sterk op die van Stapel, namelijk het manipuleren van onderzoeksgegevens. Stapel verzon onderzoeksgegevens en proefpersonen, Smeesters beperkte zich tot „datamassage”. Volgens de integriteitscommissie liet hij bij enkele artikelen de gegevens van proefpersonen weg om de resultaten significant te maken.

Net als Stapel deed Smeesters veel onderzoek van begin tot einde zelf, wat tamelijk ongebruikelijk is voor hoogleraren; die laten het laboratoriumwerk doorgaans over aan promovendi en student-assistenten.

De promovendi van Smeesters zeggen verrast te zijn door de fraude. „De promovendi verklaarden verder dat Smeesters veel in het lab aanwezig was”, schrijft de commissie, die in een van zijn conclusies ook schrijft: „Prof. Smeesters is een onderzoeker die veel data zelf verzamelt, zelf bewerkt en zelf analyseert, waarbij de controle van buitenaf zeer gering is. Binnen de afdeling is weinig sprake van ‘peer review’”, ofwel collegiale controle.

Dat laatste is ook een overeenkomst met Stapel die koning was in zijn eigen rijk. En ook met de Rotterdamse internist Don Poldermans, die vorig jaar zijn baan als hoogleraar verloor na te zijn betrapt op datamanipulatie. Ook rector magnificus Schmidt van de Erasmus Universiteit noemt Smeesters als een hoogleraar die „geïsoleerd werkt”.

Ook hebben de frauderende hoogleraren allen een eigen niche tussen andere, meer klassieke wetenschapsdisciplines. Poldermans deed onderzoek op het snijvlak van interne geneeskunde en cardiologie. Smeesters op dat van de marketing en de sociale psychologie.

Stapel was sociaal psycholoog, die soms onderzoek deed bij de vakgroep marketing in Tilburg. Bij die vakgroep werkte Smeets ook enkele jaren. De twee zouden niet hebben samengewerkt.

De sterkste overeenkomsten tussen de hoogleraren zitten in een onderzoekscultuur die volgens Smeesters eigen is aan zowel marketing en de sociale psychologie. De integriteitscommissie schrijft dat de hoogleraar „herhaaldelijk aangeeft dat de cultuur binnen zijn werkveld en zijn afdeling zodanig is dat hij zich als persoon niet schuldig voelt en ervan overtuigd is dat velen in publicaties gebruik maken van het bewust weglaten van data om significatie te bereiken”.

Schmidt zegt dat Rotterdamse onderzoekers nog niet verplicht zijn om onderzoeksgegevens in een centrale databank aan te leveren. Binnenkort zal dit wel verplicht zijn.

    • Esther Rosenberg
    • Karel Berkhout