Dynamisch als een vergadering

Theater

Musil Marathon door Het Toneelhuis. Gezien: 23/6, Stadsschouwburg, Amsterdam. **

„In het theater dient men zich te ontspannen en zich niet door geschiedkundige missies te laten kwellen”, zegt een personage in de Musil marathon. Die woorden kregen zaterdag onbedoeld een navrante lading.

De missie van regisseur Guy Cassiers is de roman De man zonder eigenschappen van Musil op het podium te brengen. Dat leverde drie stukken op, die dit weekend als Musil marathon werden gepresenteerd in een zes uur durend schouwspel.

In het drie uur durende eerste deel, De parallelactie, wordt er een comité gevormd dat in 1913 de viering van het zeventigjarig keizerschap van monarch Frans Jozef voorbereidt. Als secretaris is de jonge hoofdpersoon Ulrich de spil van een groep machtige figuren uit de adel, het leger, de industrie en politiek.

Van hun gesprekken en discussies maakt Cassiers vreugdeloos teksttheater. De taal is alles bij Musil en er passeren formuleringen van grote schoonheid. Maar bijna elke zin is een stellige bewering, een poging tot aforisme of een definiëring van een verschijnsel. Het is taal die je nog even in je hoofd wilt laten weerklinken, waar je nog op wilt kauwen. Cassiers gunt de kijker daar de tijd niet voor. Hij verdrinkt je in een wassende stroom woorden.

De formidabele acteurs (onder wie Gilda De Bal, Dirk Buyse en Vic De Wachter) vertrouw je de veelal wijdlopige en krullerige zinnen wel toe. Maar Cassiers heeft hun een monotoon ritme en gelijkmatige dictie opgelegd, die elk leven uit hun optreden knijpt. Poëzie en filosofie gaan ten onder door de dwangbuis die de regisseur hun aantrekt. De jonge hoofdrolspeler Tom Dewispelaere verbleekt er zelfs geheel door.

Mooi aangekleed zijn ze wel, de acteurs, maar bewogen wordt er nauwelijks. Ook de projecties van schilderijen en de verwaaiende pianoklanken werken toe naar verstilling. Het effect is dat De man zonder eigenschappen kostuumdrama wordt met de dynamiek van een gemeenteraadsvergadering.

In het tweede deel wordt de taal iets losser en is de enscenering door de inzet van camera’s die close-ups van de gezichten maken iets minder statisch. Dat zorgt voor enkele scènes die beklijven. De conservatieve graaf houdt een geestig pleidooi voor de politie als spiegel van de moraal. Ulrich en zijn zus bespreken de mogelijkheid zich aan de heersende moraal te onttrekken om hun verlangen naar elkaar concreet te maken.

De opzet van Musil een dialectische beschouwing te schrijven over een samenleving die op een scharnierpunt staat, krijgt in deze fase iets meer contouren. De blijvende waarde van de heersende moraal wordt bevraagd, onveranderlijke schoonheid staat tegenover de kracht van de daad, en oude machtsstructuren tegenover nieuwe ideeën zoals socialisme en anarchisme.

In deel drie, De misdaad, neemt schrijver Yves Petry het woord over. In één acteur brengt hij twee rollen samen, door Johan Leysen schitterend intens vertolkt. Petry spitst zich toe op de motieven en analyses van de moordenaar Moosbrugger, een figuur uit de roman van Musil. Mooi is hoe zijn slachtoffer vertelt over de schaamte die ze voelt als ze sterft, zonder afscheid te kunnen nemen van het leven.

Tegelijk brengt Petry Musil zelf tot leven, die hij laat spreken over de jeugdliefde die door toedoen van Musil fataal werd besmet. Over schuld gaat het, en wroeging, en over vrijheid versus menselijkheid. Moosbrugger meent dat de cel in hem zit en hij niet in de cel. Hij acht zich een onmens als alle andere mensen.

De misdaad is wat deel één en twee niet zijn: levend theater. Zelfs de inzet van video is urgenter, want onderdeel van de handeling, geen decoratie. Overtuigend wordt de laatste stuiptrekking van de slachtoffers getoond. Maar in de context van deze marathon benadrukt de pracht van dit slot dat de missie van Cassiers om van de taal van Musil theater te maken op een fiasco is uitgelopen.

    • Ron Rijghard