CDA: ze houden niet van Europa

Hoe val je ’s lands grootste partij aan? De lijsttrekkers van D66 en PVV gaven dit weekend voorproefjes van hun campagnes. Maar ook de oude partner CDA zet zich af.

Voor geen enkele partij is het zo moeilijk om de VVD aan te pakken als voor het CDA. Pak je de liberalen aan, dan pak je jezelf. Toen fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma de afgelopen dagen premier Rutte aanviel op diens Europabeleid, werd die complexiteit meteen duidelijk.

De VVD kon simpel terugslaan: Mark Rutte en demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) voerden toch een gezamenlijk Europabeleid?

Toch is die aanval op de Europahouding van de VVD en op het gebrek aan gevoel voor de belangen van mensen, échte mensen, de kern van de CDA-strategie. Binnen de partij zien ze de eerste uiting daarvan, de aanval van Buma, dan ook als begin van de campagne. Buma constateerde dat de VVD zich ontpopt als een „PVV-light” omdat ze Europa voor binnenlands gebruik als boosdoener afschildert. Dat is „doormodderen” en leidt tot „overal achteraan hobbelen”. En Nederland hoort „voorop te lopen”.

Dat kan het CDA ook gewoon zeggen: vorige zomer al werd de lijn van meer Europa ingezet, lang voordat deze zo expliciet gemaakt hoefde te worden.

Het levert meteen al een verwrongen relatie op met de meest loyale partner van de afgelopen twee jaar. De VVD en het CDA waren maatjes, zozeer zelfs dat CDA’ers het standaard hadden over „het kabinet-Rutte/Verhagen”. Nu dat kabinet demissionair is en eerder een last dan een verkooppunt in deze verkiezingscampagne is geworden, zeggen CDA’ers dat niet meer.

Wel merken ze achter de schermen subtiel op dat nu opeens VVD’ers beginnen over het „VVD/CDA-kabinet”. CDA’ers bedoelen maar: zíj nemen nu afstand, zíj zijn de gekkigheid nu voorbij. Niet andersom.