Brieven over psychische zorg voor jongeren

Het is juist goed dat we ons bewust zijn van gevoelens

Als je liefdesverdriet hebt, ga je naar de psycholoog (NRC Handelsblad, 19 juni). De toegenomen vraag om psychische zorg wordt verklaard door een afgenomen pijndrempel bij de jeugd, ontstaan door het niet leren omgaan met teleurstellingen en de opvoedingsstijl van ouders die kinderen beschermen.

Ik denk dat de toegenomen vraag om psychische zorg voortkomt uit inzicht. We zijn juist wijzer geworden. Autogordels werden vroeger niet nodig geacht, en nu wel. We leren mensen om te gaan met emoties, opdat ze elkaar niet op het schoolplein in elkaar hoeven te schoppen. Natuurlijk is er door inzicht meer vraag gekomen. Dit is meestal zo, in de hartchirurgie en de psychologie.

We zijn bewuster geworden van onze emotionele status. Dit is prima. Het vermijdt onnodig leed. Ik zie te veel mensen in mijn praktijk die uit een ‘oudere’ lichting komen en al jaren met negatieve gedachten kampen, omdat ‘niet zeuren’ in hun tijd de mores was. Hun leven is klaar. Ze hebben niet ‘gezeurd’, maar zijn wel een paar decennia ongelukkig geweest. Kinderen en volwassenen daartegen behoeden, lijkt mij goed.

Ik zie mijzelf niet als verlengstuk van de opvoeding, maar als een tijdelijke werker die zich zo snel als mogelijk overbodig maakt.

Eerstelijnspsycholoog LVE, Houten

Niet de jongeren, maar de volwassenen zijn slap

Ouders proberen krampachtig te voorkomen dat hun kinderen teleurstellingen opdoen, zegt klinisch psycholoog Jan Derksen (NRC Handelsblad, 19 juni). Minstens zo erg als ouders zijn evenwel die massale scholen waar elke oneffenheid wordt opgeblazen tot een enorme kwestie, vooral vanwege beheersproblemen.

Zo zijn onze eigen kinderen verhuisd van een basisschool van ongeveer 250 leerlingen naar eentje die vier keer zo groot is. Ze ergeren zich aan de kinderlijke bejegening door het personeel. Wij storen ons eraan dat er na elke ronde tienminutengesprekken een stormloop plaatsvindt op de huisarts. Alle onmacht van de school vertaalt zich in verwijzingen naar orthopedagoog, regionaal dyslexie-instituut of andere vormen van therapie. Welke ouders je ook spreekt, hun kind is al minstens één keer verwezen. De school pleegt nauwelijks inzet. Ze kan aantonen dat ze het probleem heeft gesignaleerd en dat ze heeft verwezen. Ik geloof niet dat jongeren op eigen houtje een therapeut opzoeken. Het zijn de volwassenen die het hun aanpraten.

Ouders en scholen kopen er hun onmacht mee af – slapjanussen zijn het. Andere volwassenen eten er een goedgevulde boterham van. De overheid betaalt minstens de helft.

Nijmegen