Amsterdamse blijheid versus Israëlische ernst

Marieke van der Pol: Voetlicht. De Arbeiderspers, 349 blz. €19,95

‘Acteren is waarachtig leven onder imaginaire omstandigheden’, luidt een bekende uitspraak van de in 1997 overleden Amerikaanse acteur en toneelpedagoog Sanford Meisner. Actrice en scenarioschrijfster Marieke van der Pol gebruikt dit adagium als motto voor haar tweede roman en voegt eraan toe dat het wat haar betreft ook voor schrijven geldt.

Hoeveel autobiografische gegevens we ook mogen aantreffen in dit verhaal over de Amsterdamse toneelschool in de jaren zeventig – experimenteel theater, vrije liefde en wonen in smerige pakhuizen – de schrijfster maakt vooraf duidelijk dat Voetlicht geen memoires zijn.

Eigenlijk gaat Van der Pol in Voetlicht net zo te werk als in haar succesvolle debuutroman Bruidsvlucht (2007), waarin ze haar verbeelding losliet op de Last Great Air Race London-Christchurch uit haar geboortejaar 1953. In het KLM-vliegtuig dat aan deze wedstrijd meedeed, zaten flink wat Nederlandse bruiden op weg naar Nieuw-Zeeland om daar te trouwen met hun vooruit gesnelde verloofdes. Van deze historische gebeurtenis maakte ze een geromantiseerde documentaire met (gedeeltelijk) fictionele personages. De roman diende ook als uitgangspunt voor Van der Pols scenario voor de film Bride flight (2008)

In Voetlicht zien we de gewiekste en getalenteerde scenarioschrijfster aan het werk die Van der Pol in de eerste plaats is. De roman heeft de vorm van een thuisreis per boot en auto van Israël naar Amsterdam. De 27-jarige actrice Vero heeft een punt gezet achter de relatie met haar jonge, Israëlische geliefde omdat hij haar niet kan geven wat zij wil (vastigheid, kinderen) en zij hem niet wat hij verlangt (aanpassing, onderdanigheid). Tijdens de barre terugtocht uit het Beloofde Land schiet in flashbacks Vero’s levensgeschiedenis voorbij. Daarbij moet Van der Pol het niet hebben van een literaire stijl, mooie beeldspraak of virtuoze taal, maar van haar gave om in een paar streken een tijdsbeeld op te roepen. Wie zelf in de jaren zeventig studeerde, zal veel herkennen van het hard bevochten maar ook frustrerende ‘gedemocratiseerde onderwijs’ of de problematische aspecten van liefdesrelaties waarin veel vrijheid maar minder blijheid heerste.

Het verblijf van Vero in Israël is even treffend en gevoelvol beschreven als haar Amsterdamse leven, waar ze na haar opleiding aan de toneelschool met haar geëngageerde vriend een avant-gardistische totaaltheatergroep oprichtte.

Het contrast tussen Amsterdam en Israël zet ze verbluffend goed neer. Enerzijds heeft Vero het gevoel dat ze in de jaren vijftig is beland (wie topless zont kan erop rekenen verkracht te worden, verliefde stelletjes verloven zich en trouwen, volksdansen is ‘in’, niemand is pacifist), anderzijds schaamt ze zich voor het gratuite politieke engagement van haar Amsterdamse vrienden voor wie weinig op het spel staat.

Het verschil tussen haar Amsterdamse vrijheid-blijheidillusies en de dodelijke ernst van Israëlische jongeren die hun leven in dienst stellen van hun bedreigde land, valt niet te overbruggen. Dit conflict tussen vrijheid en gebondenheid, autonomie en loyaliteit, vormt de kern van deze waarachtige en bij vlagen ook ontroerende roman, waarin zichtbaar wordt dat cultuurverschillen een gelukkige relatie totaal kunnen verzieken.

    • Elsbeth Etty