Zoveel liefde kreeg ik niet eerder

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Mijn ouders zijn overleden. Ik heb drie broers en een zus in Marokko. Ik heb een zoon van 23 jaar, die in Den Haag woont, en een neef in Dordrecht. Verder heb ik geen familie. Tijdens mijn ziekte heb ik me heel erg alleen gevoeld.

„In februari vorig jaar lag ik in het ziekenhuis. Iedereen kreeg bezoek, maar voor mij kwam bijna niemand. Ik lag de hele tijd naar de deur te kijken of er iemand voor mij zou binnenkomen. Mijn kussen was nat van de tranen.

„Op een dag kwam een vrouw bij mij, die zei: ik ben de schoonmoeder van een zus van een collega van jou uit Gouda. Zij heeft mij gebeld. Zij heeft gevraagd: ‘Kun je bij Malika op bezoek gaan? Zij ligt in jouw stad in het ziekenhuis. Zij kent daar niemand.’

„Deze vrouw heeft toen voor mij gebeden. Zij heeft mij voorgelezen uit de koran. Ik werd er helemaal rustig van. Ik ben in slaap gevallen. Wekenlang had ik heel slecht geslapen, omdat ik zo ziek was en zoveel verdriet had. Toen ik wakker werd, schaamde ik mij. Ik was gaan slapen, terwijl ik bezoek had... De volgende dag kwam de vrouw terug. Ze zei: ‘Het is helemaal niet erg dat je in slaap viel. Dat is goed. Dan word je beter.’

„Twee maanden geleden lag ik weer in het ziekenhuis. De dokter zei: ‘Je kunt niet meer beter worden.’ Ik schrok heel erg. Een geestelijk verzorger van het ziekenhuis kwam bij mij. Ze zei: ‘Ik ga voor je bidden dat God jou kracht geeft en dat Hij mensen stuurt om jou te helpen.’

„God heeft toen geluisterd naar het gebed van de geestelijk verzorger, want een paar dagen later zag ik opeens de vrouw weer die een jaar eerder bij mij op bezoek was gekomen. Samen met twee andere vrouwen was ze bij iemand anders in het ziekenhuis. Ze zei: ‘Jij bent Malika, toch? Gaat het niet goed met jou?’ Ik zei: ‘Nee, kanker is terug.’ Toen zei ze: ‘Dan gaan wij voor jou zorgen.’

„Tegen de vrouwen in de moskee heeft zij gezegd: wij gaan Malika helpen. Hier in het hospice krijg ik nu al zeven weken bezoek – ’s ochtends, ’s middags, ’s avonds. Alles nemen ze voor mij mee: eten, fruit, snoep, schone pyjama’s, shampoo. Ze krijgen het gratis van islamitische winkels. Ze hebben daar gezegd: het is voor Malika, die heel ziek en alleen is. Toen hebben de mensen van de winkels gezegd: pak maar wat je voor haar nodig hebt.

„Een vrouw, die schoonmaker is in het ziekenhuis, stapt elke ochtend om acht uur bij mij binnen. Ze komt vers stokbrood brengen. Wij maken even een praatje en dan gaat zij naar haar werk. De mensen van het hospice hoeven mij geen eten te geven. De hele dag komen groepjes vrouwen lekkere dingen brengen. Ook de imam van hun moskee komt elke dag. Dan bidden wij samen. Zoveel aandacht, zoveel liefde heb ik in mijn leven niet eerder gekregen. Het werkt beter dan alle medicijnen die je in de wereld kunt krijgen.

„De mensen in het hospice zorgen ook zo goed voor mij. Als ik op een knopje druk, komen ze aangelopen. Alles doen ze voor mij. Elke dag krijg ik schone lakens. Het zijn hele lieve mensen.

„Het is wel verdrietig dat in dit huis zoveel mensen doodgaan. Ik kon een vrouw horen die vaak om hulp riep. Toen ik dat een tijdje niet had gehoord, zei ik tegen de zuster: ‘Ik hoor haar niet meer roepen.’ De zuster zei: ‘Ze is overleden.’ Dat vind ik moeilijk om te horen. Ik heb gezegd: ‘Vertel het maar niet meer aan mij als hier iemand doodgaat. Dan moet ik huilen. Het is niet goed voor mij om dat te horen.

„Ik weet dat ik doodga aan deze ziekte. Alleen: ik weet niet wanneer. Iedereen gaat dood. Niemand weet wanneer. Mijn vader is gestorven door een auto-ongeluk, in Frankrijk. Hij was onderweg naar het koffiehuis. Helemaal gezond was hij.

„Allah, en alléén Allah beslist wanneer je tijd is gekomen. Dokters moeten niet zeggen: je hebt nog drie maanden te leven, dat is hun zaak helemaal niet. Dan maken ze de mensen alleen maar bang en verdrietig. En als je bang en verdrietig bent, word je nóg zieker. Je moet bidden dat Allah je helpt, dat hij je weer beter maakt. Ook ik kan nog beter worden, als Allah dat wil. Of niet – ik moet gewoon afwachten hoe het met mij verder gaat.

„En wat zo mooi is: binnenkort, misschien volgende week al, komt mijn oudste broer uit Marokko op bezoek. Mijn collega’s uit Gouda hebben geld ingezameld. Nu kan hij een ticket voor het vliegtuig kopen. Het is toch ongelofelijk dat de mensen dat allemaal voor mij doen!”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es