Zij: ‘Jaap verdient te weinig’

Freda (48) en Jaap (53) Pekelaer zijn 31 jaar samen. Samen hebben ze een dochter (24), een zoon (20) en vijf katten. Hij is etaleur, zij werkt als ziekenverzorgende. In augustus loopt haar contract af en komt ze in de ziektewet vanwege het chronisch pijnsyndroom: fibromyalgie.

Freda: „Mijn halfjaarcontract wordt niet verlengd in augustus, vanwege mijn ziekte fibromyalgie.”

Jaap: „Daardoor heb je ook al twee jaar in de ziektewet gezeten.”

Freda: „Financieel waren dat lastige jaren. Ik kreeg nog maar 70 procent van mijn laatstverdiende loon en al mijn sollicitaties werden afgewezen. Ik wilde zo graag weer werken dat ik uiteindelijk gesolliciteerd heb op een functie als ziekenverzorgende, een baan die fysiek te zwaar voor me is.”

Jaap: „Het was wel goed voor je eigenwaarde dat je weer aan het werk kon.”

Freda: „Ja, maar het kwam niet als een verrassing dat mijn contract niet verlengd wordt.”

Jaap: „Ik werk al sinds 1976 bij dezelfde werkgever, als etaleur. In de woningbranche gaat het door de crisis een stuk slechter. We doen nu met negen mensen hetzelfde werk als vroeger met 25 man. Ik moet nu naast mijn gewone werk bijvoorbeeld ook montagewerk doen. Dat is soms wel slikken.”

Freda: „En je inkomen is niet geweldig. Ik vind het niet eerlijk dat Jaaps werkgever voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten.”

Jaap: „Mijn salaris is, ook door de crisis, op een gegeven moment gestopt met groeien. Ik heb weleens om een hoger salaris gevraagd, maar die ruimte was er gewoon niet. Misschien ben ik daar ook wel te laks in geweest.”

Freda: „Dat zijn jouw woorden hè, haha!”

Jaap: „Ik streef niet echt een carrière na. Ik had voor mezelf kunnen beginnen. Maar nu heb ik een vaste baan, met een vast inkomen en vaste werktijden.”

Freda: „Ik heb wel vaker gezeurd over Jaaps inkomen. Ik vind dat hij om salarisverhoging moet blijven vragen. Als ik hoor wat mensen om ons heen verdienen… Ik had in mijn vorige baan met 30 uur een hoger inkomen dan hij met 38 uur.”

Hij : ‘We leven in het moment’

Jaap: „Geld is voor mij minder belangrijk dan voor Freda.”

Freda: „Maar je houdt wel van luxe artikelen, zoals mooie bladen en boeken.”

Jaap: „Dat klopt. Maar ik geef er niet altijd gehoor aan. Ik vind een mooi horloge te gek, maar hoef ‘m niet per se om mijn pols te hebben. Je moet iets te dromen houden. Ik kan er heel lang mee bezig zijn als ik een nieuwe computer wil. Daar heb ik vooraf echt plezier van: welke is de mooiste, welke de snelste? Freda hakt veel sneller de knoop door.”

Freda: „Ik kan sneller over een aankoop beslissen. Maar ik koop niet veel, want we moeten voorzichtig zijn met ons geld nu ik vanaf augustus weer zonder baan zit. In de twee jaar dat ik in de ziektewet zat, hebben we nooit rood gestaan. Dat leek ons een valkuil: onze inkomsten waren zo laag dat we dat niet meer zouden kunnen aanvullen.”

Jaap: „We vermijden leningen. Alleen voor de auto hebben we geleend. Dat vonden we al lastig.”

Freda: „De auto is mijn contact met de buitenwereld. Die heb ik echt nodig. Maar we gaan deze zomer voor de vierde keer op rij niet op vakantie. We willen onze reserves daar niet voor aanspreken. Die wil ik bewaren voor als de wasmachine stuk gaat. Ik ga niet op een wasbord wassen.”

Jaap: „Echt zorgen over onze financiën maken we ons niet. We leven in het moment.”

Freda: „Al vond ik het wel vervelend dat we vorig jaar niet konden bijdragen aan de bruiloft van onze dochter. Dat had ik leuk gevonden.”

Jaap: „Ik had daar minder last van.”

Freda: „Mij heeft het wel hoofdbrekens gekost. Ook omdat we allemaal nieuwe kleren moesten kopen.”