Wie wolven? aait er nou

De wolf ligt weer onder vuur, nadat in Zweden een verzorgster is doodgebeten. Volgens Lotte Krijnen zien we de natuur niet zoals hij is.

Wolvenjongen in Indiana.

Een verzorgster is doodgebeten, afgelopen zondag, in het wolvenverblijf van de dierentuin Kolmården, nabij Stockholm. Dit incident heeft het beeld weer aangewakkerd dat de wolf een bloeddorstig dier is en een gevaar voor de mens – het zogeheten Roodkapjebeeld.

Wrang is dat de wolvenverzorgers van de Zweedse dierentuin juist probeerden dit beeld te weerleggen. Dit is een terecht streven. De menselijke angst voor de wolf is grotendeels irreëel, maar knuffelen met wilde dieren – dat schiet zijn doel voorbij.

Het is niet het eerste incident tussen wolf en mens dat plaatsvindt binnen de hekken van het wolvenverblijf in Kolmården. Helemaal toevallig is dat niet: er is in deze dierentuin namelijk veel contact tussen beide soorten. De verzorgers nemen bezoekers mee het verblijf in, er mag zelfs geaaid worden. „Dat doen we om de acceptatie te vergroten en angst weg te nemen. Want wolven zijn niet gevaarlijk voor mensen”, zo legden de Zweedse verzorgers eerder uit.

Deze missie komt voort uit het lang slepende en gepolariseerde debat in Zweden over de wolf. Nadat het dier binnen de Europese Unie op de lijst van beschermde diersoorten werd gezet, duurde het niet lang voor de eerste wolven naar het Scandinavische land terugkeerden. Met inmiddels rond de 250 in het wild levende wolven is de populatie nog altijd bescheiden. De gevolgen van de rentree, zowel positief als negatief, hebben daardoor in de meeste gevallen een minimale impact. Toch is al jarenlang een verhitte discussie gaande tussen voor- en tegenstanders uit alle lagen van de bevolking. En dat terwijl de meesten nog nooit een wolf in het wild hebben gezien – laat staan dat ze directe gevolgen ondervinden van zijn terugkomst.

De discussie is al jaren zo intens omdat het inhoudelijk al lang niet meer over de wolf gaat. Het is simpelweg een mediageniek dier, en vrijwel iedere leek kent het dier een bepaalde waarde toe. Bij gebrek aan realistische kennis gebeurt dit veelal op basis van sprookjes en andere verhalen. Met als gevolg dat de wolf grotendeels tot symbool is verworden, losgerukt uit zijn realistische, natuurlijke context. Zo verbeeldt het dier voor de één het doemscenario van een faillietgaand boerenbedrijf, terwijl volgens de ander het hele ecosysteem weldra instort als de wolf geen balans houdt.

Wat er nu in de dierentuin is gebeurd, is typerend voor iedere discussie waarin het eigenlijke onderwerp uit het oog wordt verloren. In een reactie op elkaar, verdoezelen de verschillende partijen details en problemen, met een contraproductief effect tot gevolg. In dit geval heeft de tegenpartij een punt gescoord, terwijl ze de feiten tegen hebben. De wolf is namelijk ontzettend schuw en vormt in een natuurlijke omgeving dan ook geen reëel gevaar voor de mens. Echter, in hun ijver de tegenpartij te weerleggen, hebben de wolfliefhebbers een paar details over het hoofd gezien: een hok is geen natuurlijke omgeving en „geen reëel gevaar” betekent iets anders dan „knuffelbaar”. Het gedrag van de voorstanders leidt zodoende tot bruikbaar materiaal voor de tegenstanders, die dankbaar inspelen op angstgevoelens. Hiermee holt de pro-wolfpartij niet alleen haar doel hard voorbij – het heeft dit keer ook een mensenleven gekost.

Laat dit voor ons een wijze les zijn, want als we ergens ver van de wilde natuur verwijderd zijn, is het hier in Nederland wel. Ons groen is aangelegd en staat voornamelijk in dienst van menselijke behoeften. Logisch dat we met zijn allen dol zijn op natuur. Ook de wolf vinden de meesten van ons een machtig mooi dier. Dat hij vanuit het zuiden én het oosten onze landsgrenzen steeds dichter nadert, wordt dan ook luid toegejuicht.

Al juichend zien we echter een paar details en problemen over het hoofd. Want hadden we de wolf ooit niet expres geprobeerd uit te roeien? Zou het nu wel goed gaan dan? Vee wordt veelal slechts omheind door smalle slootjes en het grootste deel van ons ‘wild’ zit vast binnen hekken. Voor de wolf geen obstakels, voor zijn prooi wel – dat kon nog wel eens bloederig worden. Dichte, elektrische bedrading kan dit probleem verhelpen, maar hoe kan de wolf in dat geval zijn sleutelrol als toppredator nog vervullen?

Het vergt dus nog de nodige aanpassingen binnen ons land voordat de wolf hier tot zijn recht kan komen. En dan is het grootste obstakel nog niet eens genoemd. Dat zijn wij zelf. Wij zien de natuur niet zoals deze is, maar zoals wij deze willen zien. Natuur staat in Nederland symbool voor alles wat goed en mooi is, en tot onze beschikking staat. Zodra de eerste wolf zich in Nederland vestigt, willen we dat dus meemaken, van heel dichtbij. Gewapend met plakjes boterhamworst proberen we en masse de wolf vanaf een zo klein mogelijke afstand op onze iPhones vast te leggen. Heel welwillend, maar met een contraproductief effect. Wilde dieren moet je wild en schuw houden, anders knuffel je de kansen van de soort dood.

Lotte Krijnen is antropoloog en schrijfster. Voor haar afstudeerscriptie reisde ze drie maanden door Zweden, op zoek naar de vele verschillende idealen en zorgen waarvoor de wolf symbool staat.