Vier korstmossoorten op één balkonnetje

Kennismaken met korstmossen, Arie van den Bremer en Leo Spier, KNNV Uitgeverij, 152 blz., € 19,95

Tip voor dit weekend: bestudeer eens met een loep wat vlekken op bomen, muren, stoeptegels of betonblokken. Na een loep te hebben geleend bij een bevriende veldbioloog deed ik dit afgelopen woensdag op mijn eigen balkonnetje. Wat bleek? Er groeiden vier soorten korstmossen op. Nooit gezien!

Op de ijzeren reling zaten twee bladvormige korstmosjes, een witte met vingervormige uitsteeksels en een fel oranje met wat bredere uitsteeksels. Op de betonnen vloer: een witte en een donkergele korstmos met dicht tegen elkaar liggende, omgekeerde paddenstoelhoedjes. De hoedjes van de witte hadden lichte randjes; die van de gele stonden wat scheef. Bij de buren bedekten die twee soorten zelfs de hele bodem. Daar groeide ook nog een donkergroen mos.

Korstmossen zijn geen mossen, het zijn schimmels waarin algen of blauwwieren groeien. De schimmels beschermen de algen tegen vraat en uitdroging; de algen zorgen voor voedsel. Tot voor kort was het lastig om zonder ervaring korstmossen op soort te brengen. Eerdere veldgidsen boden per soort hoogstens één foto. In de fotogids Kennismaken met korstmossen staan, alleen van de 125 meest voorkomende korstmossen, meerdere detailfoto’s. De gids belooft dat beginners hiermee korstmossen op naam kunnen brengen.

En inderdaad, die twee op mijn balkonvloer lijken sprekend op de foto’s behorend bij Rond dambordje en Muurzonnetje, te vinden onder ‘korstvormig op steen’. En de twee op de reling, te vinden onder ‘bladvormig op steen, bomen en andere substraten’, moeten haast wel Oranje dooiermos en Stoeprandvingermos zijn.

De fotogids is een begin. De mossen- en korstmossenwerkgroep van de KNNV heeft deze maand ook zijn verspreidingskaarten zo gemaakt dat ze op een smartphone zijn te downloaden. Uit die verspreidingskaarten blijkt dan dat het Oranje dooiermos in 2010 overal in de Randstad is waargenomen, en het Stoeprandvingermos in heel Nederland.

Verder zijn op de site van de werkgroep nog meer prachtige foto’s te vinden, ook van zeldzame zoals van de Rhodondendronkorst. Korstmossenkenner André Aptoot signaleerde deze in april in de Hilversumse tuin Pinetum Blijdenstein en in natuurgebied Witte Veen in Twente. Hij groeit op rododendronbladeren. Bijzonder, want korstmossen op levende bladeren overleven alleen bij hoge luchtvochtigheid en schone lucht.

Sowieso gaat het de afgelopen twintig jaar beter met de korstmossen dankzij minder uitstoot van zwaveldioxide. Het aantal soorten in Nederland is weer toegenomen tot nu 683. Rond 1975 was bijvoorbeeld op bomen in lanen bijna alleen nog Gewoon Schorsmos te vinden omdat die tegen verzuurde lucht kan. Die heeft nu het veld moeten ruimen voor zeker tien anderen, waaronder het struikvormige Eikenmos en het bladvormig Grootschildmos. Dat bijna de helft van de korstmossen onlangs toch nog de status ‘bedreigd’ hebben gekregen, komt vooral door het verdwijnen van bijzondere niches zoals de 17de-eeuwse dijken met oude steenbekleding, Zuid-Limburgse mergelrotsen, duinen en stuifzanden. Door de klimaatverandering vestigen zich wel weer nieuwe soorten uit Zuid-Europa, schrijft de gids. Volgend jaar dus weer even kijken.

Marianne Heselmans

    • Marianne Heselmans